Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Limburg (Locatie Roermond), 26 oktober 2016
ECLI:NL:RBLIM:2016:9259

werknemer/werkgever

Toekenning billijke vergoeding op grond van artikel 7:673 lid 9 onderdeel b BW enkel in uitzonderlijke gevallen. Geen causaal verband tussen (vermeende) ernstige verwijtbaarheid werkgever en niet voortzetten arbeidsovereenkomst. Door werknemer geschetste verwijten passen veeleer binnen het kader van artikel 7:658 BW.

Werknemer is met ingang van 11 mei 2015 bij werkgever in dienst getreden als loodsmedewerker/heftruckchauffeur/algemeen medewerker. Werknemer kampt met angststoornissen. Wegens fysieke klachten heeft werknemer zich op 3 augustus 2015 ziek gemeld. Omstreeks 20 oktober 2015 is werknemer gestart met aangepast werk. Na tien dagen is werknemer opnieuw volledig arbeidsongeschikt geraakt. In januari 2016 heeft werkgever zich op het standpunt gesteld dat werknemer gedurende zijn arbeidsongeschiktheid recht had op 70% van het loon in plaats van de tot dat moment uitbetaalde 100% en heeft de loonbetalingen in die zin aangepast. Met betrekking tot de daaropvolgende loonvordering van werknemer hebben partijen een vaststellingsovereenkomst gesloten. Op 10 mei 2016 is de arbeidsovereenkomst van rechtswege geëindigd. Werknemer stelt zich thans op het standpunt dat werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Werknemer verzoekt de kantonrechter om aan hem ten laste van werkgever een billijke vergoeding toe te kennen op grond van artikel 7:673 lid 9 onderdeel b BW.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Centraal staat de vraag of sprake is van een situatie waarin het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van werkgever. De drempel om tot een bevestigend antwoord te komen ligt naar het oordeel van de kantonrechter bijzonder hoog. Ook blijkens de wetsgeschiedenis moet het gaan om uitzonderlijke gevallen. De kantonrechter begrijpt voorts uit de formulering van artikel 7:673 lid 9 onderdeel b BW dat er een causaal verband moet bestaan tussen het ernstig verwijtbaar handelen/nalaten van de werkgever en het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst. In het onderhavige geval is gesteld noch gebleken dat de schending van de re-integratieverplichtingen tot gevolg heeft gehad dat de arbeidsovereenkomst niet is voortgezet. De door werknemer geschetste verwijten passen veeleer binnen het kader van artikel 7:658 BW maar die grondslag heeft werknemer uitdrukkelijk niet gekozen voor zijn verzoek. Daar komt nog bij dat naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende aannemelijk is geworden dat werkgever de re-integratieverplichtingen daadwerkelijk niet is nagekomen nu een oordeel van het UWV daaromtrent ontbreekt. Dat er op enig moment onvoldoende werkaanbod was binnen het aangepaste werk heeft kennelijk tot spanningen tussen werknemer en werkgever geleid en heeft de (reeds latent aanwezige) psychische klachten bij werknemer verergerd of doen terugkeren. Dat werkgever hiervan een (ernstig) verwijt valt te maken is naar het oordeel van de kantonrechter niet gebleken. Eveneens is niet gebleken dat sprake is geweest van pesterijen op de werkvloer al dan niet gerelateerd aan de medische problematiek van werknemer. Werknemer heeft daarvan ook nimmer melding gemaakt bij zijn leidinggevende, de manager, de bedrijfsarts of een vertrouwenspersoon. Indien er daadwerkelijk pesterijen hebben plaatsgevonden had dat wel op zijn weg gelegen. Los daarvan is ook ten aanzien van deze verwijten gesteld noch gebleken dat deze tot gevolg hebben gehad dat de arbeidsovereenkomst niet is voortgezet. De reden voor werkgever om de arbeidsovereenkomst met werknemer niet te verlengen is uiteindelijk gelegen in de te verwachten lange duur van zijn arbeidsongeschiktheid. Die arbeidsongeschiktheid is niet aan het werk gerelateerd en ook niet door werkgever veroorzaakt. In die situatie hoeft van een werkgever niet verwacht te worden dat hij de arbeidsovereenkomst met een werknemer na een einde van rechtswege voortzet. Volgt afwijzing van de door werknemer verzochte vergoeding.