Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 25 oktober 2016
ECLI:NL:GHDHA:2016:3423
werkneemster/Stichting MEE Drechtsteden
Werkneemster (geboren 1955) is sinds 2001 in dienst van MEE, laatstelijk in de functie van Sociaal Cultureel Werker 3. Na een geschil over onkostenvergoeding laat werkneemster zich zeer kritisch uit over MEE met een cc aan het hele MT. Ook daarna laat werkneemster zich meermalen negatief uit en is zij zeer direct in haar communicatie. Ondanks diverse pogingen via mediation en gesprekken tot een oplossing te komen, dient MEE – na diverse situatieve arbeidsongeschiktheidsperiodes – een verzoek tot ontbinding op de g-grond in. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst onder toekenning van de transitievergoeding (€ 36318) en een billijke vergoeding van € 2.500. Werkneemster is van dit laatste oordeel in hoger beroep gekomen en verzoekt ruim € 41.000 aan billijke vergoeding. MEE daarentegen stelt zich op het standpunt helemaal geen billijke vergoeding verschuldigd te zijn.
Het hof oordeelt als volgt. Van een werkgever mag worden verlangd dat hij tot op zekere hoogte begrip heeft voor teleurstelling en frustratie bij een werknemer die hun weerklank hebben in de toonzetting van e-mails of conversaties. Hier is echter meer aan de hand. MEE heeft dit niet op zijn beloop gelaten, maar getracht het functioneren op het punt van ‘communicatie’ en ‘samenwerken’ te verbeteren. MEE heeft dit traject stevig ingezet, maar is binnen de grenzen van het redelijke gebleven. Het hof ontwaart in het handelen van MEE geen patroon gericht op het (snel) beëindigen van de arbeidsrelatie. Aan het ontstaan van de verstoorde arbeidsverhouding heeft MEE wel bijgedragen, maar van ernstig verwijtbaar handelen is geen sprake. Bijgevolg dient de beschikking van de kantonrechter op dit punt te worden vernietigd en dient werkneemster binnen een maand de vergoeding terug te betalen.