Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/C&A Nederland C.V. c.s.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 11 november 2016
ECLI:NL:RBROT:2016:8668

werkneemster/C&A Nederland C.V. c.s.

Voorkomen moet worden dat een werknemer op staande voet wordt ontslagen wegens een beschuldiging van fraude, terwijl daarvoor onvoldoende bewijs voorhanden is. Dit rechtvaardigt een billijke vergoeding van substantiële betekenis. Vergoeding ad € 6.000 bruto in dit geval passend.

Werkneemster is met ingang van 8 september 2007 bij C&A Nederland C.V. (hierna: C&A) in dienst getreden als verkoopmedewerker. Op 7 april 2016 is werkneemster op staande voet ontslagen. Bij brief van 12 april 2016 heeft C&A het ontslag bevestigd en aangegeven dat de reden van ontslag is gelegen in het feit dat werkneemster zich schuldig heeft gemaakt aan ‘fraude in dienstbetrekking’. C&A heeft uit camerabeelden moeten concluderen dat werkneemster een bedrag van € 19,90 uit de kassalade heeft weggenomen. Werkneemster verzoekt onder meer veroordeling van C&A tot betaling van een billijke vergoeding.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkneemster heeft verklaard dat een klant in de namiddag van 21 maart 2016 stelde een aantal dagen eerder haar aankoopbon en te retourneren kleding te hebben afgegeven aan een collega onder achterlating van haar gegevens. Na overleg via het oortje met de assistent storemanager (hierna: X) heeft werkneemster de instructie gekregen een bedrag van € 19,90 retour te geven. X gaf aan dat het haar bekend was dat een broek was teruggebracht en dat deze in het reservemagazijn was gehangen. Werkneemster vroeg nog of X kon assisteren, nu werkneemster geen bon en geen artikel had, maar X antwoordde daar geen tijd voor te hebben. Werkneemster heeft de klant toen € 19,90 uit de kassa gegeven. Na sluitingstijd heeft werkneemster de retour op de kassa aangeslagen en het retouroverzicht uitgedraaid. Het aftekenen van het retouroverzicht zou X de volgende ochtend doen. Op de camerabeelden is volgens werkneemster te zien dat zij haar handen in de kassa heeft, omdat zij achterin de kassa voelde of er nog losse muntjes lagen. Dat deed werkneemster naar eigen zeggen altijd. De kantonrechter overweegt verder onder meer dat op de camerabeelden niet (expliciet) is te zien dat werkneemster een bedrag van (circa) € 19,90 wegneemt uit de kassa. Aldus is de kantonrechter van oordeel dat C&A niet is geslaagd in het haar opgedragen bewijs en dat derhalve niet in rechte is komen vast te staan dat werkneemster op 21 maart 2016 heeft gefraudeerd. Concluderend is de kantonrechter van oordeel dat het ontslag op staande voet een dringende reden ontbeert. Het ontslag op staande voet is daarmee niet rechtsgeldig gegeven. Gelet op de wetsgeschiedenis is een ontslag op staande voet dat niet rechtsgeldig wordt geacht als zodanig ernstig verwijtbaar, omdat dan is opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW. Het verzoek om aan werkneemster een billijke vergoeding toe te kennen is dan ook als op de wet gegrond toewijsbaar. De kantonrechter wil bij de vaststelling van de hoogte van de billijke vergoeding tot uitdrukking brengen dat een ten onrechte gegeven ontslag op staande voet grote impact heeft op iemands persoonlijk leven. Naast de emotionele impact ziet een werknemer zich plotseling geconfronteerd met een situatie waarin geen recht meer bestaat op salaris en waarin men niet in aanmerking komt voor een WW-uitkering. Voorkomen moet dan ook worden dat een werknemer op staande voet wordt ontslagen wegens een beschuldiging van fraude, terwijl daarvoor onvoldoende bewijs voorhanden is. Dit rechtvaardigt een toe te kennen billijke vergoeding van substantiële betekenis, waarbij tevens rekening wordt gehouden met het salarisniveau van werkneemster. Alles afwegende oordeelt de kantonrechter in dit geval een billijke vergoeding van € 6.000 bruto passend. Werkneemster komt eveneens een vergoeding toe op grond van artikel 7:672 lid 9 BW. De vergoeding moet worden gesteld op het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren. Zodoende is een bedrag gelijk aan het loon tot 1 juli 2016, te weten een bedrag van € 3.987,58 bruto toewijsbaar.