Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Stichting Alkcare
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 27 oktober 2016
ECLI:NL:RBNHO:2016:8899

werkneemster/Stichting Alkcare

Ontslag op staande voet huishoudelijk medewerkster wegens diefstal van geld van een bewoonster is, mede gelet op camerabeelden, rechtsgeldig. Ernstig verwijtbaar handelen: geen transitievergoeding.

Werkneemster is in dienst van Alkcare en werkzaam als huishoudelijk medewerkster. Zij is op staande voet ontslagen wegens diefstal van geld (€ 30) van een bewoonster. Het gaat in deze zaak om de vraag of het ontslag op staande voet moet worden vernietigd en of Alkcare moet worden veroordeeld tot doorbetaling van loon en of aan werkneemster een billijke vergoeding moet worden toegekend. Daarnaast is aan de orde de vraag of Alkcare moet worden veroordeeld tot betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een transitievergoeding.

De kantonrechter begrijpt dat werkneemster zich op het standpunt stelt dat Alkcare haar niet dan wel onvoldoende heeft duidelijk gemaakt wat de reden voor het op 1 juli 2016 gegeven ontslag op staande voet was. Zij heeft echter niet weersproken dat haar tijdens het gesprek op 1 juli 2016 is meegedeeld dat er bij de bewoonster bij wie zij schoonmaakte en bij wie eerder geld en een kostbare ketting zouden zijn ontvreemd, wederom geld weg was en dat Alkcare werkneemster van die laatste ontvreemding van geld verdacht. Daarbij komt dat uit het verslag dat van dit gesprek is opgemaakt, ook volgt dat werkneemster is geconfronteerd met het feit dat er een geldbedrag was gestolen bij mevrouw A waar zij die ochtend werkzaamheden had verricht en dat er overtuigend bewijs was dat zij dit had gedaan. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Alkcare zowel in het gesprek als in de brief de reden van het ontslag zodanig medegedeeld, dat werkneemster voldoende in staat was om haar standpunt met betrekking tot het ontslag te bepalen en daarop te reageren. Op basis van camerabeelden is met voldoende mate van zekerheid komen vast te staan dat sprake is geweest van diefstal dan wel verduistering van geld van een bewoonster. De door werkneemster gegeven versie van hetgeen er op 30 juni 2016 is gebeurd, wordt mede op basis van de camerabeelden ongeloofwaardig geacht. Het verzoek tot vernietiging van het ontslag wordt afgewezen. De verzoeken van werkneemster tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst, tot betaling van het loon vanaf 1 juli 2016, tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding en tot betaling van de wettelijke rente over het loon en de vergoedingen worden eveneens afgewezen.

Op grond van artikel 7:673 lid 7 onderdeel c BW is de transitievergoeding niet verschuldigd, indien het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer. Hoewel een dringende reden niet zonder meer samenvalt met ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, leveren de feiten en omstandigheden die de dringende reden vormen in dit geval ook een dergelijke ernstige verwijtbaarheid op. Immers, die feiten en omstandigheden zijn van dien aard dat het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van handelen of nalaten van de werknemer dat – mede gezien de in de wetsgeschiedenis genoemde voorbeelden (zie Kamerstukken II 2013/14, 33818, 3, p. 39), waarbij de situatie waarin de werknemer zich schuldig maakt aan diefstal, waardoor hij het vertrouwen van de werkgever onwaardig wordt, expliciet als voorbeeld is gegeven – als ernstig verwijtbaar moet worden aangemerkt. Dat betekent dat de transitievergoeding niet verschuldigd is en het verzoek van werkneemster wordt afgewezen. Het verzoek van Alkcare om werkneemster te veroordelen tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding ex artikel 7:677 lid 2 BW wordt afgewezen, nu de benodigde onderbouwing voor dit verzoek niet door Alkcare is gegeven.