Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting de Bibliotheek Utrecht/FNV
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 29 november 2016
ECLI:NL:GHARL:2016:9561

Stichting de Bibliotheek Utrecht/FNV

Uitleg artikel 48 cao Openbare Bibliotheken. De bibliotheek handelt in strijd met artikel 48 lid 3 van de cao door werkzaamheden die thans of tot voor kort door bibliotheekmedewerkers in haar dienst worden of werden verricht, te laten uitvoeren door vrijwilligers.

(Hoger beroep van AR 2016-0614.) Stichting de Bibliotheek Utrecht (hierna: de bibliotheek) is lid van de Vereniging van Openbare Bibliotheken, welke vereniging aan werkgeverszijde partij is bij de cao Openbare Bibliotheken (hierna: cao OB). Artikel 48 van de cao OB bepaalt dat bibliotheken alleen gebruik maken van vrijwilligers, indien hun inzet beperkt blijft tot een aanvulling op de professionele organisatie en niet ten koste gaat van de betaalde formatie van de professionele organisatie. Op 26 november 2015 heeft de heer X de ondernemingsraad gevraagd advies uit te brengen over het voornemen van de bibliotheek tot het doorvoeren van een reorganisatie. De ondernemingsraad heeft over de reorganisatie negatief geadviseerd. De bibliotheek heeft eind maart 2016 een aanvang gemaakt met de uitvoering van het reorganisatiebesluit. FNV vordert onder meer dat de bibliotheek wordt veroordeeld om artikel 48 van de cao OB na te leven door de uitvoering van het reorganisatiebesluit te staken. De kantonrechter heeft geoordeeld dat de bibliotheek inderdaad in strijd handelt met artikel 48 cao OB. De kantonrechter heeft bij het bestreden vonnis de bibliotheek veroordeeld om het bepaalde in artikel 48 lid 3 van de voornoemde cao na te leven door werkzaamheden die thans of tot voor kort door bibliotheekmedewerkers in haar dienst worden of werden verricht, niet over te dragen aan vrijwilligers, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1000 per dag.

Het hof oordeelt als volgt. Het hof overweegt – zoals ook de kantonrechter (in hoger beroep onbestreden) heeft overwogen – dat de bepaling van artikel 48 van de voornoemde cao op zichzelf niet in de weg staat aan een reorganisatie van de bibliotheek en evenmin aan het doen vervallen van bepaalde functies, inkrimping van de formatie van bibliotheekmedewerkers, het boventallig verklaren van werknemers van de bibliotheek en de inzet van vrijwilligers. Wel staat de bepaling van artikel 48 lid 3 van de cao in de weg aan een zodanige inzet van vrijwilligers dat deze ten koste gaat van de betaalde formatie van de professionele organisatie. Dit brengt mee dat vrijwilligers niet mogen worden ingezet in functies die thans worden of tot voor kort (in de oude organisatie) werden verricht door daarvoor betaalde werknemers. De onderhavige tekst van artikel 48 lid 3 van de cao is duidelijk en bij gebreke van een andersluidende bij de cao behorende toelichting, kan aan de bewoordingen van deze bepaling geen andere betekenis worden toegekend. Het feit dat de bibliotheek een (door de ondernemingsraad goedgekeurd) beleid met betrekking tot vrijwilligers heeft, verwoord in de notitie vrijwilliger in de dienstverlening, kan aan het hiervoor overwogene niet afdoen: het staat de bibliotheek vrij om gebruik te maken van vrijwilligers, maar niet om die vrijwilligers werkzaamheden te laten verrichten die thans worden of tot voor kort (in de oude organisatie) werden verricht door betaalde werknemers. Het door de bibliotheek aangevoerde feit dat in de steeds verdergaande digitale samenleving de kerntaak van de bibliotheek verschuift en dat de bibliotheek daarop met de reorganisatie heeft ingespeeld, zou voor de partijen bij de cao misschien een reden kunnen zijn om hieraan bij volgende onderhandelingen aandacht te schenken, maar kan niet afdoen aan het feit dat de inzet van vrijwilligers voor werk dat thans wordt of tot voor kort werd verricht door betaalde werknemers van de bibliotheek op grond van de thans geldende cao niet is toegestaan.