Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Breda), 22 december 2016
ECLI:NL:RBZWB:2016:8222
NS Reizigers B.V. c.s./Vakvereniging voor Machinisten en Conducteurs (VVMC)
NSR is onderdeel van de N.V. Nederlandse Spoorwegen ('NS') en is verantwoordelijk voor het reizigersvervoer per spoor in Nederland, waarbij circa 1,1 miljoen reizigers per dag vervoerd worden. Per 11 december 2016 is een nieuwe dienstregeling van de NS van kracht, op basis waarvan de dienstroosters voor machinisten en hoofdconducteurs (HC's) worden bepaald in de vorm van 'werkpakketten', waarbij personeel en materieel aan de dienstregeling gekoppeld worden. NSR en VVMC hebben vanaf oktober 2016 een aantal keren met elkaar gesproken over de door haar leden ervaren problemen rondom de nieuwe werkpakketten. Ook andere vakbonden zijn bij de overleggen over de werkpakketten betrokken. NSR heeft besloten om in april 2017 nieuwe aangepaste werkpakketten op te leveren voor de machinisten en voor de HC's in juni 2017. NSR heeft dit gecommuniceerd naar de medewerkers. Bij brief van 8 december 2016 heeft VVMC haar onvrede geuit over de nieuwe werkpakketten en daarbij eisen geformuleerd en een ultimatum gesteld. VVMC heeft (na het verstrijken van het ultimatum) haar leden opgeroepen om op vrijdag 23 december 2016 over te gaan tot het voeren van actie en het werk vanaf de aanvang van de dienstregeling tot 11.00 uur te onderbreken op de standplaatsen Amsterdam, Rotterdam en Hoofddorp. Ter beoordeling ligt voor de vraag of de aangekondigde actie onrechtmatig is, zoals NSR stelt, en of het recht op staking moet worden beperkt.
De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. VVMC heeft in dit geval het stakingsrecht ingeroepen omdat zij een onderhandelingsresultaat nastreeft, bestaande uit een gewijzigd werkpakket. Gegeven de terughoudendheid die de voorzieningenrechter moet betrachten geldt dat zij daarmee aannemelijk heeft gemaakt dat de actie redelijkerwijs kan bijdragen aan de doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen. Dat brengt mee dat de stakingsactie in beginsel rechtmatig is. Aan de orde is nu of het recht op staking moet worden beperkt op grond van de door NSR aangevoerde feiten en omstandigheden en de reactie van VVMC daarop. Van belangrijk en zwaar gewicht zijn de veiligheidsrisico’s die zijn verbonden aan een staking op 23 december 2016. NSR heeft aangevoerd dat er onvoldoende orde- en veiligheidshandhavers beschikbaar zijn om de veiligheid voor grote mensenmassa’s op de door de staking te treffen grote stations zoals Amsterdam en Rotterdam en de luchthaven Schiphol te kunnen waarborgen. De voorzieningenrechter heeft ter zitting aan een vertegenwoordiger van NSR een nadere toelichting gevraagd op dit punt. Deze verklaarde in contact te staan met de nationale politie en dat van die zijde te kennen is gegeven dat de vele kerstmarkten en andere evenementen in deze periode, mede vanwege terreurdreiging, al dermate veel extra inzet van orde- en veiligheidshandhavers vergen dat de voor de veiligheid op genoemde stations en Schiphol, waar 23 december 2016 een piekdag is in verband met de kerstvakantie, benodigde handhavers niet beschikbaar zijn. VVMC heeft dit, desgevraagd, niet weersproken. Op basis van de tekst mocht NSR de brief redelijkerwijze zo begrijpen dat het ultimatum betrekking had op het geven van enige reactie, niet op het geven van een inhoudelijke reactie. Partijen zijn nog in onderhandeling met elkaar. Uit de toelichting ter zitting maakt de voorzieningenrechter op dat constructief overleg met VVMC, en de andere bonden, zal voortgaan. Op dit moment kan niet worden gezegd dat een voor VVMC bevredigend onderhandelingsresultaat niet tot de mogelijkheden behoort. Deze feiten en omstandigheden maken het belang van VVMC bij een stakingsactie op 23 december 2016 van minder zwaar gewicht. Bovendien maken zij dat een stakingsactie juist op 23 december 2016 disproportioneel is. Het is noodzakelijk dat het recht van VVMC om te staken wordt beperkt in die zin dat dit recht niet op 23 december 2016 mag worden ingeroepen. Gelet op hetgeen op het punt van de openbare orde en veiligheid van de maatschappij is vermeld is opschorting van het stakingsrecht tot 6 januari 2017 noodzakelijk, zoals primair door NSR is gevorderd. Ook dan zal, indien aan alle voorwaarden voor het inroepen van het stakingsrecht is voldaan, nog steeds sprake zijn van een effectieve uitoefening van het stakingsrecht omdat ook dan een prikkel ten behoeve van het resultaat van collectieve onderhandelingen het gevolg zal zijn.