Naar boven ↑

Rechtspraak

Jumbo Supermarkten B.V./werkneemster
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie Eindhoven), 20 december 2016
ECLI:NL:RBOBR:2016:7093

Jumbo Supermarkten B.V./werkneemster

Rechtsgeldig ontslag op staande voet. Werkneemster is gefixeerde schadevergoeding verschuldigd, waarbij wordt uitgegaan van de voor werkgever geldende opzegtermijn van twee maanden.

Werkneemster is in dienst van Jumbo in de functie van 1e Kassamedewerker/Plaatsvervangend Afdelingschef Kassa. Op 26 juli 2016 is zij op staande voet ontslagen. Jumbo verzoekt de veroordeling van werkneemster tot betaling van een vergoeding op grond van artikel 7:677 lid 2 BW ter hoogte van € 4380,48. Werkneemster voert verweer en stelt dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is, omdat van een dringende reden geen sprake is. Werkneemster voelde zich bedreigd door haar ex-vriend, die kennelijk tot het plegen van een gewapende overval in staat was. Zij verkeerde in een psychische noodtoestand en haar valt geen verwijt te maken van het feit dat zij de informatie niet met Jumbo heeft gedeeld.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Op grond van artikel 7:677 lid 3 BW is een partij die door opzet of schuld aan de wederpartij een dringende reden heeft gegeven om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen schadeplichtig, indien de wederpartij van die bevoegdheid gebruik heeft gemaakt. In de beschikking van heden is vastgesteld dat er sprake is van een dringende reden en ernstige verwijtbaarheid aan de zijde van werkneemster. Dat betekent dat werkneemster door haar schuld aan Jumbo een dringende reden heeft gegeven voor het ontslag. Nu daaruit volgt dat Jumbo om een dringende reden de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd, is werkneemster aan Jumbo een vergoeding verschuldigd. Tussen partijen is in geschil welke opzegtermijn krachtens artikel 7:677 lid 3 onderdeel a BW dient te worden gehanteerd. Volgens Jumbo bedraagt deze twee maanden, omdat zij de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd. Werkneemster daarentegen stelt dat uitgegaan moet worden van de opzegtermijn die voor haar geldt, namelijk één maand. Zij verwijst naar Tekst en Commentaar bij artikel 7:677 lid 3 BW, waarin is opgenomen dat de vergoeding in geval van een opzegging van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd gelijk is aan de termijn van de opzegging die de dringende reden gevende partij in acht had moeten nemen indien hij op de datum van opzegging wegens een dringende reden, zijnde 26 juli 2016, zelf zou hebben opgezegd. Dat zou betekenen dat aangesloten dient te worden bij de opzegtermijn van werkneemster, zijnde één maand. De kantonrechter oordeelt met Jumbo dat sprake is van opzegging door de werkgever en gelet op de wettekst meer in de rede ligt dat wordt aangesloten bij diens termijn van opzegging; temeer waar als achtergrond van de regeling beschouwd moet worden dat de opzeggende partij de opzegtermijn wordt ontnomen. Zodoende wordt aan gefixeerde schadevergoeding een bedrag toegewezen ter hoogte van twee maandsalarissen, zijnde € 4380,48.