Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 7 november 2016
ECLI:NL:RBNHO:2016:9252
Koninklijke Luchtvaartmaatschappij N.V./werknemer
Werknemer is op 15 juli 1997 in dienst getreden bij KLM. Hij verrichtte zijn werkzaamheden als Teamlid Bagage Processen in beveiligd gebied. De functie van werknemer is een vertrouwensfunctie in de zin van de Wet veiligheidsonderzoeken (Wvo), waarvoor een door de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) afgegeven Verklaring van Geen Bezwaar (VGB) en een Schipholpas vereist is. Bij vonnis van 11 maart 2016 is werknemer veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden vanwege het samen met anderen zich schuldig maken aan meerdere voorbereidingshandelingen voor de invoer van in totaal zeven kilogram cocaïne en deelname aan een organisatie die was gericht op het plegen van misdrijven zoals strafbaar gesteld bij de Opiumwet. KLM verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst, primair op grond van artikel 7:669 lid 3 onderdeel e BW. KLM voert daartoe het volgende aan. Werknemer heeft verwijtbaar gehandeld doordat hij als gevolg van het strafbare feit waaraan hij zich schuldig heeft gemaakt, de voor de uitoefening van zijn functie noodzakelijke VGB is kwijtgeraakt ten gevolge waarvan KLM hem niet meer feitelijk te werk kan stellen in zijn eigen functie. Het – verwijtbaar – handelen ligt volledig in zijn risicosfeer en is toerekenbaar verwijtbaar. Er is geen ruimte voor een minder vergaande maatregel. Dit ligt in het bijzonder niet in de rede nu KLM werknemer niet meer te werk mag stellen op basis van artikel 8 Wvo. Gezien het verwijtbare handelen en het feit dat KLM hem niet kan herplaatsen bij gebrek aan een geldige Schipholpas en VGB, ligt herplaatsing niet in de rede ex artikel 7:669 BW. Het verweer van werknemer strekt tot afwijzing van het verzoek.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Werknemer is strafrechtelijk veroordeeld vanwege het zich samen met anderen schuldig maken aan meerdere voorbereidingshandelingen voor de invoer van in totaal zeven kilogram cocaïne en deelname aan een organisatie die was gericht op het plegen van misdrijven zoals strafbaar gesteld bij de Opiumwet. Een dergelijke strafrechtelijke veroordeling valt (zonder meer) onder verwijtbaar handelen in de zin van artikel 7:669 lid 3 onderdeel e BW. Dit geldt temeer nu het een strafrechtelijke veroordeling betreft die verband houdt met de functie van werknemer als medewerker in het beveiligde gebied van Schiphol. KLM stelt zich terecht op het standpunt dat werknemer deze vertrouwenspositie heeft misbruikt. Het feit dat werknemer in hoger beroep is gegaan tegen zijn veroordeling maakt dit niet anders. KLM heeft terecht – met het oog op de onschuldpresumptie – de behandeling van de strafzaak afgewacht alvorens een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst in te dienen. Van KLM kan in redelijkheid niet worden gevergd de uitkomst van het hoger beroep af te wachten. Dit geldt temeer, nu werknemer niet heeft aangegeven dat en op welke gronden hij verwacht dat hij, anders dan om technische redenen, in hoger beroep zal worden vrijgesproken. Van KLM kan in redelijkheid niet worden gevergd dat zij gedurende het gehele hogerberoep- en eventuele cassatietraject bij de organisatie van haar werkprocessen rekening houdt met het slapend voortbestaan van het dienstverband met werknemer, en een mogelijke wedertewerkstelling. Dat KLM geen loonbetalingsverplichting (meer) heeft maakt dit niet anders. Nu de arbeidsovereenkomst met werknemer wordt ontbonden wegens verwijtbaar handelen zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3 onderdeel e BW, ligt herplaatsing niet in de rede (art. 7:669 lid 1 BW, slot). Nog daargelaten dat niet aannemelijk is geworden dat er passende functies zijn die werknemer bij gebreke aan een VGB en Schipholpas zou kunnen vervullen buiten het beveiligd gebied. Voornoemde feiten en omstandigheden kwalificeren als ernstig verwijtbaar handelen aan de zijde van werknemer. Gelet hierop zal de kantonrechter het verzoek van KLM om de arbeidsovereenkomst onmiddellijk te ontbinden honoreren en de arbeidsovereenkomst ontbinden met ingang van heden. Uit het voorgaande volgt eveneens dat KLM op grond van artikel 7:673 lid 7 aanhef en onder c BW, geen transitievergoeding verschuldigd is.