Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Sint Liduina Stichting, h.o.d.n. Frankeland, Thuiszorg Ouderen Frankelandgroep
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 7 maart 2016
ECLI:NL:RBROT:2016:10045

werkneemster/Sint Liduina Stichting, h.o.d.n. Frankeland, Thuiszorg Ouderen Frankelandgroep

Werkgever mocht besluiten dat medewerker huishoudelijke dienst alleen nog werk in openbare ruimten ging verrichten en niet meer bij cliënten, vanwege verschillende klachten. Thans sprake van arbeidsconflict, die niet in redelijkheid voor werkgever dient te komen.

Werkneemster werkt sinds mei 2007 voor Frankeland als medewerker huishoudelijke dienst. In september 2015 ontvangt werkneemster een officiële waarschuwing, naar aanleiding van verschillende klachten omtrent het functioneren van werkneemster. Verschillende cliënten hebben aangegeven dat werkneemster heel druk is, veel praat en ‘door het huis vliegt’. Besloten wordt dat werkneemster alleen nog maar aan het werk gaat in openbare ruimten en niet meer bij cliënten. Op 16 november 2015 meldt werkneemster zich ziek. De bedrijfsarts concludeert dat geen sprake is van ziekte, maar van een verschil in visie tussen werkneemster en Frankeland. Werkneemster vraagt een second opinion aan bij het UWV. Het UWV rapporteert dat werkneemster ongeschikt is voor werk onder haar huidige chef. Werkneemster vordert thans in kort geding toelating tot haar werk en doorbetaling van loon.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Goed werkgeverschap brengt mee dat niet opeens en zonder reden iemand die sinds jaren schoonmaakt bij mensen thuis, de gemeenschappelijke ruimten moet gaan schoonmaken, maar in dit geval is dat niet opeens en zonder reden gebeurd. Hierbij is van belang dat de werkzaamheden in die zin zijn gewijzigd dat deze voorheen voornamelijk uitgevoerd werden in afwezigheid van de bewoners. In de nieuwe situatie is dit anders; bewoners zijn tijdens de werkzaamheden vaak gewoon in de woning aanwezig. Dit betekent dat van de werknemer een bepaalde houding en opstelling wordt verwacht die maakt dat de bewoners haar aanwezigheid niet als een last of een verstorende factor ervaren. Over werkneemster kwamen echter enkele meldingen binnen dat zij bij een aantal bewoners wel als zodanig overkwam. Omdat de situatie niet verbeterde en Frankeland er een zwaarwegend belang bij heeft dat de (hulpbehoevende) ouderen die aan haar zorg zijn toevertrouwd en bij wie schoongemaakt wordt, geen ‘last’ hebben van de medewerker huishoudelijke dienst, was Frankeland gerechtigd om werkneemster voortaan gemeenschappelijke ruimten te laten schoonmaken. Werkneemster heeft zich daar in te schikken. Werkneemster vordert Frankeland te veroordelen haar weer toe te laten tot ‘haar gewone arbeid waar zij voor is aangesteld’. De kantonrechter begrijpt dat werkneemster hiermee bedoelt dat Frankeland haar weer bij mensen thuis moet laten schoonmaken. Frankeland is daartoe gelet op het voorgaande echter niet verplicht.

Omtrent de ziekmelding van werkneemster oordeelt de kantonrechter het volgende. Werkneemster doet het voorkomen alsof het UWV, anders dan de bedrijfsarts, van oordeel is dat zij inderdaad niet kan werken, maar dit leest de kantonrechter niet in de second opinion van 14 januari 2016. Het UWV is van oordeel dat werkneemster wel kan werken, maar niet onder haar huidige chef. Met andere woorden: er is, zoals de bedrijfsarts reeds oordeelde, sprake van een arbeidsconflict en niet van ziekte. Resteert de vraag aan wie het (voornamelijk) ligt dat dit arbeidsconflict tussen partijen bestaat. De door werkneemster als zodanig ervaren degradatie (de wijziging van haar werkzaamheden) heeft er mogelijk voor gezorgd dat zij op 10 november 2015 uit frustratie ‘uit haar plaat ging’, maar zoals hiervoor al overwogen stond het Frankeland vrij om werkneemster de gemeenschappelijke ruimten te laten schoonmaken. Werkneemster mag dit uiteraard vervelend vinden, maar ze moet zich er wel in schikken. Dit heeft zij echter niet gedaan. De situatie is door haar opgeblazen tot een arbeidsconflict, waarin werkneemster eisen is gaan stellen (alleen terug als ze weer huizen schoon mocht gaan maken) en waarin zij weinig tot niets meer wilde. Er is geen sprake van een oorzaak van het arbeidsconflict die in redelijkheid voor rekening van Frankeland komt en die haar verplicht om het loon van werkneemster door te betalen terwijl zij daar niet voor werkt. Volgt afwijzing van de vordering.