Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgeefster/werknemer
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 28 december 2016
ECLI:NL:RBMNE:2016:7078

werkgeefster/werknemer

Afwijzing verzoek ontbinding (b-grond, g-grond en h-grond) arbeidsovereenkomst werknemer die veelvuldig arbeidsongeschikt is.

Werknemer is op 2 september 1982 in dienst getreden. Hij is thans werkzaam als Servicemonteur. In 2008 is werknemer uitgevallen wegens een hernia. Vervolgens is in de daaropvolgende jaren sprake geweest van perioden van arbeidsongeschiktheid, wegens diverse omstandigheden en oorzaken. Werkgeefster verzoekt ontbinding op grond van artikel 7:671b BW jo. 7:669 lid 3, primair op onderdeel b, subsidiair op onderdeel g en meer subsidiair op onderdeel h BW. Aan haar verzoek legt zij ten grondslag dat werknemer veelvuldig arbeidsongeschikt is, als gevolg waarvan werkgeefster schade lijdt, het verzuim de andere werknemers van werkgeefster overmatig belast, werkgeefster niets kan doen om de situatie te verbeteren en er geen samenhang is tussen het ziekteverzuim en de arbeidsomstandigheden. Het verweer van werknemer strekt tot afwijzing van het verzoek.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Ten aanzien van de b-grond dient werkgeefster zich op grond van artikel 7:671a lid 1 BW, tot het UWV dient te wenden. Werkgeefster is voor wat betreft de primaire ontslaggrond, niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek. Werkgeefster heeft ter onderbouwing van de door haar gestelde verstoorde arbeidsverhouding verder aangevoerd dat het ziekteverzuim van werknemer tot verstoringen in de werkplanning heeft geleid en collega’s het zat zijn geworden om het werk van werknemer over te nemen. Werknemer heeft dit gemotiveerd weersproken en wenst zijn baan te behouden. Werkgeefster heeft onvoldoende feitelijk onderbouwd dat de ziekmeldingen tot dusdanige verstoringen hebben geleid dat van een verstoorde arbeidsverhouding in de zin van de g-grond kan worden gesproken. Inmiddels is wel een verstoorde arbeidsverhouding ontstaan, maar van een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding die een ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de g-grond rechtvaardigt, is nog geen sprake. Bovendien geldt dat als de verstoorde verhouding grotendeels is veroorzaakt of verergerd door de werkgever, dit in beginsel geen grond oplevert voor ontbinding. Van een werkgever mag namelijk voldoende inspanningen verwacht worden om de arbeidsverhouding weer goed te krijgen. Dat werkgeefster al vanaf 2011 meerdere en tevergeefse pogingen heeft ondernomen om het dienstverband met werknemer te beëindigen, geeft geen blijk van een streven om de verhoudingen ten goede te keren. Ook om die reden kan het ontbindingsverzoek niet op de g-grond worden toegewezen. De h-grond is niet bedoeld voor het repareren van een op een van de andere gronden onvoldoende onderbouwd ontslag of voor het ‘bij elkaar vegen’ van meerdere onvoldragen gronden, om samen een voldragen grond te vormen. De feiten en omstandigheden die werkgeefster voor haar beroep op deze ontslaggrond aanvoert, zijn dezelfde als die zij met betrekking tot de twee hiervoor besproken grondslagen heeft aangevoerd. Er is bijgevolg geen sprake van ‘andere omstandigheden’, maar van een ‘reparatie’ dan wel ‘bij elkaar vegen’. De verzochte ontbinding van de arbeidsovereenkomst kan alleen daarom al niet op deze grond worden toegewezen. Volgt afwijzing van het ontbindingsverzoek.