Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 16 november 2016
ECLI:NL:RBMNE:2016:7082

werknemer/werkgever

Deelgeschil. Arbeidsongeval. Werkgever was op grond van de voorschriften van het Arbeidsomstandighedenbesluit verplicht een veiligheidsvoorziening te treffen ter voorkoming van het vallen.

Werknemer is sinds 2002 in dienst bij werkgever als schoonmaker. Op 4 april 2016 is werknemer bij de uitvoering van zijn werkzaamheden een ongeval overkomen. De Arbeidsinspectie heeft een boeterapport opgemaakt wegens overtreding van werkgever van artikel 3.16 lid 1 van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Werknemer verzoekt een verklaring voor recht dat werkgever op grond van artikel 7:658 BW aansprakelijk is voor alle als gevolg van het ongeval door werknemer geleden en nog te lijden schade, zowel materieel als immaterieel.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Het aan de orde zijnde geschil leent zich voor behandeling in de deelgeschilprocedure, nu op basis van de thans beschikbare stukken en zonder nadere bewijslevering kan worden beslist. Daartoe wordt het volgende overwogen. Over de in het rapport van de Arbeidsinspectie weergegeven toedracht van het ongeval verschillen partijen niet van mening. Vast staat dat op de werkplek geen veiligheidsvoorzieningen ter voorkoming van valgevaar waren aangebracht. Niet in geschil is dat werknemer was geïnstrueerd dat hij niet op de lichtstraten moest gaan staan. Werkgever heeft toegelicht dat X aan werknemer heeft uitgelegd dat hij op de damwanden moest lopen en voldoende afstand diende te houden tot de lichtstraten en steeds moest terugkeren naar de goot. Volgens werkgever heeft X de eerste anderhalf uur dat werknemer aan het werk was erop toegezien dat hij zich aan deze instructie hield. Werknemer heeft deze gang van zaken niet betwist en heeft naar voren gebracht dat hij bekend was met het gevaar dat hij door de lichtstraat zou zakken als hij erop zou gaan staan. De wijze waarop werknemer door werkgever is geïnstrueerd staat daarmee voldoende vast. Niet valt in te zien wat nadere bewijslevering of een inspectie ter plaatse, zoals werkgever voorstelt, daaraan zou kunnen toevoegen. Ook in het feit dat de procedure bij de Arbeidsinspectie niet is afgerond, zoals werkgever stelt, ziet de kantonrechter onvoldoende reden om voor de beoordeling van het geschil tussen werknemer en werkgever niet uit te gaan van hetgeen in het inspectierapport is opgenomen over de toedracht van het ongeval. Vast staat dat werknemer het ongeval is overkomen in de uitoefening van zijn werkzaamheden. Daarmee is werkgever op grond van artikel 7:658 lid 2 BW in beginsel aansprakelijk voor de ten gevolge van dit ongeval geleden schade, tenzij voldoende duidelijk is dat werkgever heeft voldaan aan haar zorgplicht door zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te geven als redelijkerwijs nodig zijn om deze schade te voorkomen. Werkgever heeft in casu aan deze verplichting niet voldaan. Het werk werd uitgevoerd op een hoogte van 7 meter en gelet op de kwetsbaarheid van de lichtstraten bestond een valgevaar vanaf die hoogte. Dat is aanmerkelijk meer dan de in het Arbeidsomstandighedenbesluit voor het nemen van veiligheidsmaatregelen bepaalde hoogte van 2,5 meter. Werkgever was op grond van de voorschriften van het Arbeidsomstandighedenbesluit dan ook verplicht een veiligheidsvoorziening te treffen ter voorkoming van het vallen. De kantonrechter gaat voorbij aan het betoog van werkgever dat, als werknemer zich aan de instructie zou hebben gehouden, er geen sprake was van valgevaar. In het Arbeidsomstandighedenbesluit is naar objectieve maatstaven beoordeeld onder welke omstandigheden en vanaf welke hoogte het risico van vallen preventieve maatregelen vereist. Aan deze beoordeling komt meer gewicht toe dan aan de eigen beoordeling van werkgever. Juist omdat bij werkzaamheden op grote hoogte een kleine misstap of een onverhoedse beweging grote gevolgen kan hebben is het voorschrift om valbeveiliging toe te passen in het leven geroepen. Daar komt in dit geval nog bij dat dat het risico van misstappen of uitglijden werd verhoogd doordat het dak van de loods hellend was en glad door het gebruik van water voor het schoonmaken. Het feit dat de valharnassen en vallijnen vanwege het ontbreken van bevestigingspunten niet konden worden gebruikt, ontheft werkgever niet van zijn verplichting veiligheidsmaatregelen te nemen. Het had op zijn weg gelegen andere methoden, zoals de in het Arbeidsbesluit gegeven voorbeelden, toe te passen. De omstandigheid dat werkgever niet de financiële middelen heeft om de schade te voldoen doet aan de aansprakelijkheid niet af. Het verzoek van werknemer zal daarom worden toegewezen.