Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Vabonet B.V.
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 18 januari 2017
ECLI:NL:RBMNE:2017:116

werkneemster/Vabonet B.V.

Nawerking avv-cao. Geen recht op cao-uurloon en de in de cao geregelde toeslagen gedurende de periode waarin de cao niet algemeen verbindend is verklaard. Jojo-effect. Wel recht op in cao geregelde loonsuppletie tijdens ziekte, ondanks einde avv-cao. Verkregen recht (Beenen/Vanduho).

Feiten

Bij tussenvonnis heeft de kantonrechter werkneemster verzocht een gespecificeerde berekening over te leggen van haar loonvordering over de jaren 2010 tot en met 2015, rekening houdend met de perioden waarover de cao algemeen verbindend is verklaard en rekening houdend met de bedragen die reeds zijn betaald. Werkneemster stelt in haar antwoordakte van 12 oktober 2016 ter discussie of gedurende de perioden waarin de cao niet algemeen verbindend verklaard is geweest, moet worden teruggevallen op het oorspronkelijke loon. Zij beroept zich op jurisprudentie van de Hoge Raad waaruit volgens haar volgt dat de regel dat een avv-cao geen nawerking heeft later door de Hoge Raad is genuanceerd en dat zij op grond daarvan ook over de avv-loze perioden recht heeft op het cao‑uurloon.

Oordeel

Uurloon en toeslagen

De kantonrechter oordeelt als volgt. Vaste jurisprudentie is dat een avv-cao geen nawerking heeft (Stichting Rode Kruis Ziekenhuis/Te Riet). Volgens werkneemster is dit later door de Hoge Raad genuanceerd (HR 2 april 1993, JAR 1993/100). Anders dan in die door de Hoge Raad beoordeelde zaak zijn partijen in déze zaak wel degelijk een bepaald uurloon overeengekomen, namelijk (aanvankelijk) € 8,50 bruto per uur. In deze zaak staat daarom niet ter discussie of werkneemster recht had op loon of niet, maar (slechts) of zij recht had op het door haar werkgever (Vabonet) betaalde uurloon (blijkens de loonstroken: steeds het minimumloon), of op het (iets hogere) cao-uurloon. Werkneemster heeft geen verklaringen en/of gedragingen van Vabonet gesteld op grond waarvan zij erop mocht vertrouwen dat Vabonet ook buiten de avv-perioden het cao-uurloon aan haar zou betalen, ook niet indien daarbij betrokken zou worden de omstandigheid dat de cao in de perioden waarin deze algemeen verbindend was verklaard recht gaf op een hoger uurloon dan het uurloon dat Vabonet betaalde. Werkneemster heeft er nog op gewezen dat ingeval na een avv-periode het oorspronkelijk geldende loon niet meer van toepassing zou zijn, er sprake is van een in de literatuur sterk bekritiseerd ‘jojo-effect’, en dat dan sprake is van rechtsonzekerheid en rechtsongelijkheid. Dit maakt voormelde conclusie niet anders. Mede gelet op het bijzondere karakter van de aanspraken die enkel zijn gegrond op een avv-cao, waarbij cao-bepalingen verbindend worden op grond van een overheidsmaatregel gedurende een welomschreven, beperkte periode, is het met dit stelsel niet te verenigen om door een extensieve interpretatie van de wet de geldingsduur van de betreffende cao‑bepalingen voorbij die periode te verlengen op de enkele grond dat deze tijdens de periode van de verbindendheid deel uitmaakten van de arbeidsovereenkomsten waarvoor de verbindendverklaring gold. Ook de eventuele praktische problemen die voor werkgevers kunnen ontstaan, wanneer na het einde van een avv-periode weer andere arbeidsvoorwaarden gaan gelden doen hier niet aan af. Voorts is de onderhavige problematiek onder meer aan de orde geweest in de uitspraak Beenen/Vanduho van de Hoge Raad. Uit deze uitspraken volgt dat een in een avv-periode verkregen recht op suppletie van het loon tijdens arbeidsongeschiktheid voor een bepaald tijdvak niet wordt aangetast doordat de cao-bepaling waarop het berust in de loop van dat tijdvak ophoudt algemeen verbindend te zijn. Met betrekking tot de vordering vanwege het te lage uurloon is van een dergelijk recht voor de duur van een bepaald tijdvak geen sprake, zodat werkneemster zich niet op deze uitspraak kan beroepen. Uit het voorgaande volgt dat werkneemster slechts aanspraak heeft op het cao-uurloon, alsmede op bepaalde toeslagen voor het werken op vrijdagavond en zaterdag, tijdens de perioden van algemeenverbindendverklaring.

Loon tijdens ziekte

Werkneemster is vanaf 7 april 2015 arbeidsongeschikt wegens ziekte. Op die datum was de cao algemeen verbindend verklaard. Onder meer uit het arrest Beenen/Vanduho volgt dat zij daarom recht heeft op de in de cao geregelde aanvulling van het loon tijdens ziekte gedurende de in de op dat moment geldende cao vermelde periode, ook al is de avv-periode van deze cao inmiddels per 1 juli 2015 geëindigd. Op grond van artikel 38 van de cao heeft zij vanaf 7 april 2015 daarom recht op een loondoorbetaling gedurende maximaal twee jaar van 100% gedurende de eerste zes maanden van arbeidsongeschiktheid, 90% gedurende de daaropvolgende zes maanden en 85% gedurende de daaropvolgende twaalf maanden.

  • Rechters: P. Krepel
  • Advocaten: A.M.J. Driessens-Kuijpers
  • Wetsartikelen: Wet CAO en Wet AVV
  • Onderwerpen: Nawerking
  • Trefwoorden: loonvordering, avv-cao, algemeenverbindendverklaring, avv-loze periode, jojo-effect, Stichting Rode Kruis Ziekenhuis/Te Riet, Beenen/Vanduho, verkregen recht en naar aard in duur beperkt