Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 31 januari 2017
ECLI:NL:GHSHE:2017:310
F.M.T. Beheer B.V./werknemer c.s.
Feiten
Twee werknemers (hierna: werknemers) zijn in 2010 respectievelijk 2011 in dienst getreden van F.M.T. Beheer B.V. (hierna: FMT). Beide werknemers bekleedden laatstelijk de functie van senior projectbegeleider. De arbeidsovereenkomsten tussen werknemers en FMT zijn per 1 mei 2013 geëindigd. Beide arbeidsovereenkomsten bevatten een concurrentiebeding. Werknemers zijn per 6 mei 2013 respectievelijk 1 juni 2013 in dienst getreden van Doc-work B.V. (hierna: Doc-work). FMT en Doc-work waren voorheen zusterbedrijven. FMT vorderde in eerste aanleg veroordeling van werknemers tot betaling van € 364.000 respectievelijk € 339.000. Zij heeft aan die vordering ten grondslag gelegd dat werknemers vanwege overtreding van het concurrentiebeding deze bedragen aan boetes hebben verbeurd. De kantonrechter heeft de vordering van FMT afgewezen, omdat er naar haar oordeel geen sprake was van directe concurrentie door Doc-Work met de activiteiten of werkzaamheden van FMT. Het geschil draait, ook in hoger beroep, om de vraag of Doc-work direct concurreert met FMT. In dat geval handelden werknemers namelijk in strijd met het concurrentiebeding door binnen twaalf maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst bij Doc-work in dienst te treden.
Oordeel
Directe concurrentie?
Het hof is met werknemers van oordeel dat het feit dat twee ondernemingen zich op dezelfde potentiële klanten richten, nog niet betekent dat zij elkaars directe concurrenten zijn. Het gaat erom of beide ondernemingen op dezelfde markt dezelfde of in ieder geval gelijkwaardige producten of diensten aanbieden. Dat daarvan sprake is bij de vergelijking tussen enerzijds flexibele verhuur van kantoorruimte tegen commerciële prijzen (Doc-work) en anderzijds het tegen een bruikleenvergoeding beschikbaar stellen van leegstaande kantoorruimte (FMT), is door FMT niet aangetoond, noch heeft zij aangeboden dit te bewijzen. FMT heeft echter ook gesteld dat zij zich naast leegstandsbeheer richt op activiteiten die zonder meer kwalificeren als commerciële verhuur van werk- en kantoorruimte. Het hof acht in dit kader van belang of FMT zich al tijdens het dienstverband van werknemers met commerciële verhuur van kantoorruimte bezighield. Het hof komt tot de conclusie dat FMT heeft aangetoond dat ook commerciële verhuur van kantoorruimte tot haar activiteiten behoort en dat dit reeds tijdens het dienstverband van werknemers het geval was. Grief 1, die is gericht tegen het oordeel van de kantonrechter dat de activiteiten van Doc-work niet concurreren met die van FMT, slaagt op grond van het voorgaande.
Matiging boete?
Het voorgaande betekent dat werknemers het concurrentiebeding hebben overtreden door binnen de looptijd van dat beding bij Doc-work in dienst te treden. Op overtreden van het concurrentiebeding is een boete gesteld. Werknemers hebben een beroep gedaan op matiging van de boete. Het hof is van oordeel dat de contractuele boete in dit geval moet worden gematigd en overweegt daartoe onder meer het volgende. Het gaat om een boetebeding gekoppeld aan een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst, waarbij de boete heel hoog is. De activiteiten van Doc-work concurreren weliswaar met een beperkt deel van de activiteiten van FMT, maar niet met haar kernactiviteit. Deze was en blijft leegstandbeheer tegen niet-commerciële voorwaarden. Werknemers hebben ter zitting in hoger beroep onbetwist naar voren gebracht dat zij zich er niet van bewust waren dat zij reeds door bij Doc-work in dienst te treden, in strijd met het concurrentiebeding handelden. Volgens FMT heeft zij rond december 2013 vernomen dat werknemers bij Doc-work werkten. Volgens werknemers was FMT daarvan zelfs al veel eerder via LinkedIn op de hoogte. Het staat niet ter discussie dat FMT steeds al wist dat Doc-work zich met de commerciële verhuur van kantoorruimte bezighield. FMT heeft ondanks de bij haar aanwezige wetenschap minimaal acht maanden gewacht voordat zij werknemers heeft laten weten dat hun werkzaamheden voor Doc-work volgens haar in strijd waren met het concurrentiebeding. Voorts is niet gebleken dat FMT enige schade heeft geleden door de overtreding van het concurrentiebeding. Het hof matigt de boete tot een bedrag van € 15.000 per persoon.