Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Roermond), 8 februari 2017
ECLI:NL:RBLIM:2017:1060
ELM Industriële Automatisering B.V./werknemer
Feiten
ELM is samen met zustermaatschappij ELM Installatietechniek in oktober 2014 ontstaan uit een doorstart van het in september 2014 gefailleerde Elektro Limburg B.V. ELM houdt zich bezig met het ontwerpen en bouwen van schakelkasten, elektrische verdeelinrichtingen, besturings- en bedieningskasten, gezamenlijk panelen te noemen. Convoi is in september 2015 ontstaan uit een doorstart van een gefailleerd Imtech-onderdeel. Convoi houdt zich bezig met de verhuizing van allerhande productiefaciliteiten, onderdeel van dit werk is ook de panelenbouw. A, D en C waren oorspronkelijk in dienst van het gefailleerde Imtech en zijn daarna in dienst gekomen van het in 2014 gefailleerde Elektro Limburg B.V. Na de doorstart zijn de werknemers in dienst gekomen van ELM. De werknemers hebben per 1 mei 2016 ontslag genomen en zijn per die datum alle vier in dienst getreden bij Convoi. Op de arbeidsovereenkomst tussen ELM en de werknemers was een concurrentie- en relatiebeding van toepassing. ELM vordert: betaling van verbeurde boetes, dat de werknemers ieder individueel worden veroordeeld tot nakoming van de concurrentie- en relatiebedingen, voor recht te verklaren dat Convoi jegens ELM onrechtmatig heeft gehandeld door misbruik te maken van de wanprestatie van de werknemers en Convoi te verbieden tot 1 mei 2017 gebruik te maken van de diensten van de werknemers op straffe van verbeurte van een dwangsom aan ELM.
Oordeel
Relatiebeding
Ten aanzien van het relatiebeding heeft de kantonrechter in haar vonnis van 27 juli 2016, in het incident tot het treffen van een voorlopige voorziening, reeds geoordeeld dat dient te worden vastgesteld of de werknemers vanuit hun huidige werkgever, Convoi, klanten van ELM hebben benaderd. In het kader van de gevraagde voorziening is onvoldoende vast komen te staan dat dat daadwerkelijk het geval is. Er werd immers geen enkel stuk overlegd waaruit zou kunnen volgen dat (een van) de werknemers ook maar enig contact heeft (hebben) gehad met enige relatie die voorkomt op de door ELM aan de werknemers verstrekte lijst. Ook uit de na het vonnis van 27 juli 2016 geproduceerde stukken kan de kantonrechter dit niet vaststellen.
Concurrentiebeding
Ten aanzien van het concurrentiebeding heeft de kantonrechter in haar vonnis van 27 juli 2016 reeds overwogen dat voor haar op dat moment onvoldoende duidelijk is of ELM en Convoi wel daadwerkelijk concurrenten zijn. Het voorlopige oordeel van de kantonrechter dat Convoi zich bezighoudt met het opleveren van complete productiefaciliteiten terwijl ELM in feite een (toe)leverancier is van panelen aan bedrijven zoals Convoi is met de onvoldoende weersproken stellingen van de werknemers bevestigd. ELM heeft daar in elk geval onvoldoende tegenover gesteld zodat de kantonrechter niet kan vaststellen dat ELM en Convoi daadwerkelijk concurrenten van elkaar zijn. Daarmee behoeft het geschil tussen partij omtrent de geografische reikwijdte van het concurrentiebeding geen verdere beoordeling meer. De kantonrechter wil hier echter wel aan toevoegen dat ELM met gebruikmaking van een voor meerdere uitleg vatbare formulering als gebruiker van die voorwaarde het risico loopt dat de uitleg van die formulering in het voordeel van de werknemers zal kunnen uitvallen. Immers indien voor de formulering van regio wordt gekozen zonder daarbij aan te geven van waaruit wordt gerekend is niet ondenkbaar dat dit wordt uitgelegd als een gebied met een doorsnee van 60 km met als centraal punt de plaats van vestiging, terwijl ELM kennelijk een radius van 60 km voor ogen stond. De vorderingen van ELM dienen alle als onvoldoende vaststaand te worden afgewezen.