Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 8 februari 2017
ECLI:NL:RBROT:2017:1063
X/Securitas OV Services B.V. c.s.
Feiten
Op 16 december 2013 vond in een tram van de RET een woordenwisseling plaats tussen X en een conducteur over de geldigheid van het vervoersbewijs van X. Hierna is een handgemeen ontstaan tussen X en de conducteur. X verzoekt een verklaring voor recht dat Securitas en de RET (ex art. 6:162 BW en 6:107 BW) hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade die X heeft geleden als gevolg van de mishandeling door de conducteur.
Oordeel
Onrechtmatige daad (art. 6:162 BW)
Hoewel partijen verdeeld zijn over de precieze toedracht van het incident, staat vast dat de conducteur X heeft geslagen. De RET en Securitas betwisten niet dat het gedrag van de conducteur als onrechtmatig kan worden aangemerkt, maar menen wel dat sprake is van een rechtvaardigingsgrond, te weten zelfverdediging. Vooropgesteld wordt dat de stelplicht en eventuele bewijslast op dit punt rust op Securitas en de RET. Dat X de eerste klap heeft uitgedeeld is niet komen vast te staan. Uit het proces-verbaal van de politie blijkt dat op de camerabeelden niet is te zien wie het eerste slaat en de getuigen leggen tegenstrijdige verklaringen af op dit punt. Daarbij geldt dat, ook indien X de conducteur zou hebben geprovoceerd of zelf de eerste klap zou hebben gegeven, hieruit niet zonder meer volgt dat de conducteur uit zelfverdediging genoodzaakt was om (terug) te slaan. Bijkomende feiten op grond waarvan deze conclusie kan worden getrokken zijn door Securitas en de RET niet gesteld. Daarnaast blijkt uit het proces-verbaal van de camerabeelden dat de conducteur na de eerste worsteling uit het niets uithaalde en X een, kennelijk forse, kaakslag gaf. X had zich op dat moment juist van de conducteur afgewend. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, kan dit gedrag van de conducteur de stelling van de RET dat sprake zou zijn van noodweer niet onderbouwen. Tot slot is de stelling van de RET dat sprake zou zijn van noodweerexces niet onderbouwd. Van een rechtvaardigingsgrond is geen sprake.
Aansprakelijkheid op grond van artikel 6:170 BW
Securitas heeft niet betwist dat sprake was van zeggenschap over de conducteur ten tijde van de mishandeling, zodat dit als onbetwist vaststaat. Ten aanzien van de RET geldt dat de conducteur werkzaamheden verrichtte ter uitoefening van het bedrijf van de RET in een tram van de RET. De conducteur was door Securitas op last van de RET ingehuurd. Gelet op deze omstandigheden staat reeds vast dat sprake was van een ondergeschiktheidsverhouding. De enkele stelling van de RET dat zij geen bemoeienis had met de conducteurs maakt dit niet anders, nu de bevoegdheid tot het geven van instructies wel degelijk bestond, hetgeen door de RET ook niet is betwist. De conducteur sloeg X op het moment dat hij in functie was als conducteur in een tram van de RET. Het incident had zijn oorzaak in een discussie over de geldigheid van het vervoersbewijs van X. Hiermee is sprake van voldoende verband tussen de fout van de conducteur en de hem opgedragen taak, te weten (onder meer) het controleren van de vervoersbewijzen. Securitas en de RET zijn derhalve op grond van artikel 6:170 BW aansprakelijk voor de fout van de conducteur.
Causaal verband
X heeft onderbouwd dat er sprake is van schade. Agenten hebben na afloop van het incident geconstateerd dat X letsel aan zijn oog had. Daarnaast blijkt uit het arbeidsdeskundig onderzoek dat X zich op de dag van het incident heeft ziek gemeld. Hiermee is het causale verband tussen de onrechtmatige daad en de schade door X gemotiveerd gesteld. Dat de schade andere oorzaken zou hebben is door Securitas en de RET op geen enkele wijze toegelicht, zodat het causaal verband gelet op het ontbreken van een gemotiveerde betwisting daarvan, gegeven is.
Eigen schuld
Van eigen schuld van de benadeelde kan sprake zijn indien de schade (mede) het gevolg is van een omstandigheid die aan de schuld van de benadeelde is te wijten, dan wel voor zijn risico komt. Uit de beelden blijkt dat X en de conducteur elkaar ‘heftig te lijf gingen’. X is niet weggelopen, maar is de confrontatie aangegaan en heeft, zoals hij zelf bij de politie heeft verklaard, ook enkele klappen uitgedeeld. Nu X zich niet onbetuigd heeft gelaten is de (verdere) mishandeling door de conducteur mede het gevolg van een aan X toe te rekenen omstandigheid in de zin van artikel 6:101 BW. De rechtbank stelt de eigen schuld van X, rekening houdend met de omstandigheden van het geval, waaronder het feit dat de conducteur, na afloop van de worsteling met X, X nog onverwacht en hard tegen het hoofd heeft geslagen, op 25%. Dat leidt tot de slotsom dat Securitas en de RET gehouden zijn tot vergoeding van 75% van de schade die voor X voortvloeit uit de mishandeling door de conducteur.