Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Detailresult Productie Personeel B.V.
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 7 februari 2017
ECLI:NL:RBAMS:2017:905

werkneemster/Detailresult Productie Personeel B.V.

Het meenemen van een pak drinkyoghurt (dat over de datum is) en een bakje zalmsalade levert een dringende reden voor ontslag op staande voet op. Detailhandelorganisatie heeft belang bij strikte naleving bedrijfsregels, waarin sanctie van ontslag op staande voet expliciet is opgenomen.

Feiten

Werkneemster is in 2005 bij Detailresult Productie Personeel B.V. (hierna: DRP) in dienst getreden als medewerkster kantine. Op het dienstverband zijn het bedrijfsreglement van DRP en de CAO VGL van toepassing. In het bedrijfsreglement is opgenomen dat het niet is toegestaan om (onbetaalde) producten, alsmede afgeschreven producten mee naar huis te nemen. Bij elke vorm van diefstal, ook bij het meenemen van producten met geen of weinig waarde of bedorven producten, volgt volgens het bedrijfsreglement ontslag op staande voet. DRP heeft werkneemster op 7 oktober 2016 op staande voet ontslagen. In de ontslagbrief wordt verwezen naar het meenemen van producten of resten van producten, het overtreden van het bedrijfsreglement en twee eerdere waarschuwingen. Tot slot stelt de brief dat werkneemster wordt opgenomen in het interne en externe waarschuwingsregister. Werkneemster verzoekt primair vernietiging van het ontslag en subsidiair toekenning van een transitievergoeding, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging, een billijke vergoeding en veroordeling van DRP tot verwijdering van werkneemster uit de interne en externe waarschuwingsregisters. DRP verzoekt, voor het geval het verzoek tot vernietiging van het ontslag wordt toegewezen, ontbinding van de arbeidsovereenkomst, primair op de e-grond en subsidiair op de g-grond.

Oordeel

Dringende reden voor ontslag op staande voet

Naar het oordeel van de kantonrechter is de onmiddellijke beëindiging van de dienstbetrekking door DRP in de gegeven omstandigheden gerechtvaardigd geweest. Tussen partijen staat vast dat werkneemster in oktober 2016 een aantal goederen heeft meegenomen, zonder van plan te zijn deze te betalen. Evenmin is in geschil dat werkneemster ervan op de hoogte was dat het meenemen van goederen – ook goederen die anders zouden worden weggegooid – door DRP als diefstal wordt aangemerkt en dat bij diefstal ontslag op staande voet volgt. Dit is expliciet zo opgenomen in het bedrijfsreglement. Werkneemster is er in juni 2016 nog op gewezen dat zij het bedrijfsreglement diende na te leven. DRP heeft onweersproken gesteld dat zij als detailhandelorganisatie met een sterk verhoogd diefstalrisico te maken heeft en dientengevolge, mede ter voorkoming van precedenten, genoodzaakt is met strikte procedureregels te werken. De persoonlijke omstandigheden van werkneemster leiden niet tot een ander oordeel. Enerzijds heeft werkneemster onvoldoende onderbouwd dat zij geen inkomen of uitkering kan verwerven en anderzijds wegen de belangen van DRP bij het voorkomen van iedere vorm van diefstal door haar eigen personeel zwaarder. Dat de drinkyoghurt ‘over de datum’ was en de zalmsalade eerder ter consumptie (ter plekke) aan het personeel beschikbaar was gesteld, maakt dat niet anders. Ook die goederen worden in het bedrijfsreglement overduidelijk genoemd en daarvoor valt begrip op te brengen.

Waarschuwingsregister

Ook de opname in het register acht de kantonrechter rechtvaardig. Dat het gaat om goederen met een beperkte waarde betekent niet dat DRP geen belang heeft bij opname in dat register. Ware dat anders, dan zou bij een reeks van kleine vergrijpen, die voor werkgevers wel schadeposten opleveren, opname niet mogelijk zijn. Dat acht de kantonrechter niet gewenst.

Tegenverzoek

Nu het verzoek van werkneemster tot vernietiging van de opzegging wordt afgewezen en er dus thans geen sprake is van een arbeidsovereenkomst, wordt het tegenverzoek van DRP wegens gebrek aan belang afgewezen.