Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Arto Montage Team Service B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 30 januari 2017
ECLI:NL:RBNHO:2017:1202

werknemer/Arto Montage Team Service B.V.

Werkgever wordt veroordeeld tot loondoorbetaling zieke werknemer.

Feiten

Op 1 november 2015 is werknemer in dienst getreden van Arto in de functie van assistent planner/algemeen medewerker. Na een ziekmelding op 29 september 2016 is werknemer gesommeerd het werk te hervatten. Werknemer is op 30 september 2016 naar Arto gegaan, om zich vervolgens dezelfde dag weer ziek te melden. Na september 2016 heeft werknemer geen salaris meer ontvangen van Arto. Werknemer vordert loondoorbetaling.

Oordeel

Werknemer heeft gesteld dat hij zich ziek heeft gemeld op 29 september 2016. Dit heeft hij onderbouwd met stukken van de bedrijfsarts. Arto heeft dit niet weersproken. Op grond van artikel 7:629 BW dient de werkgever tijdens ziekte minimaal 70% van het loon door te betalen met een maximum van 104 weken. Gesteld noch gebleken is dat er sprake is van een van de uitzonderingen uit lid 3 van artikel 7:629 BW. Arto heeft geen verweer gevoerd op het punt dat in dit geval het loon voor 100% doorbetaald dient te worden bij ziekte. De kantonrechter zal de vordering tot het betalen van de reeds verstreken maanden en het doorbetalen van het loon zolang de arbeidsovereenkomst tussen partijen bestaat dan ook toewijzen, met een beperking van de duur tot maximaal 104 weken na 29 september 2016. De wettelijke verhoging is volgens artikel 7:625 BW verschuldigd indien de niet tijdige voldoening van het loon aan de werkgever is toe te rekenen. Nu Arto geen loon betaalt en daarvoor zelfs geen reden heeft gegeven, is hiervan sprake. Gelet op artikel 7:625 lid 1 BW wordt het percentage voor de maanden oktober en november 2016 op 35% gesteld en voor de maand december 2016 op 29%. Cumulatie van verhoging en wettelijke rente is mogelijk (aldus de Hoge Raad op 5 januari 1979, NJ 1979/207). Ook de wettelijke rente wordt toegewezen.