Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgeefster
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 1 maart 2017
ECLI:NL:RBMNE:2017:1063

werkneemster/werkgeefster

Beroep werkgever op verrekening van loonvordering met gefixeerde schadevergoeding verworpen. Voor geslaagd beroep op verrekening is vereist dat werkgever binnen vervaltermijn van artikel 7:686a lid 4 onderdeel a BW een verrekeningsverklaring aan werknemer doet toekomen.

Feiten

Werkneemster is per 1 december 2013 in dienst getreden bij werkgeefster in de functie van Algemeen Directeur. Bij brief van 9 december 2015 heeft werkneemster de arbeidsovereenkomst met werkgeefster opgezegd tegen 1 februari 2016. Op 14 december 2015 is de situatie tussen werkneemster en werkgeefster geëscaleerd. Werkneemster heeft bij de politie aangifte gedaan van mishandeling door de aandeelhouder van werkgeefster. Werkneemster is vervolgens op 15 januari 2016 op staande voet ontslagen. Werkneemster vordert veroordeling van werkgeefster tot betaling van achterstallig loon, openstaande verlofuren en vakantiebijslag. Werkgeefster erkent een deel van de vorderingen van werkneemster, maar beroept zich op verrekening. Volgens werkgeefster heeft zij een tegenvordering op werkneemster van € 9234 ter zake van gefixeerde schadevergoeding, € 1019,59 ter zake van een negatief saldo aan verlofuren en € 272 ter zake van eigen risico in verband met schade aan de leaseauto. Per saldo dient werkneemster nog € 6325,11 netto aan werkgeefster te voldoen. In reconventie vordert werkgeefster veroordeling van werkneemster tot betaling van dit bedrag.

Oordeel

Spoorwissel

Werkgeefster heeft bij conclusie van eis in reconventie onder meer veroordeling van werkneemster gevorderd tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding naar aanleiding van het door werkgeefster gegeven ontslag op staande voet. Deze vordering had echter bij verzoekschrift moeten worden ingediend (art. 7:686a lid 2 BW). De kantonrechter zal deze vordering daarom op de voet van artikel 69 Rv (spoorwissel) naar de verzoekschriftenprocedure verwijzen.

Verrekening

In artikel 6:127 lid 2 BW is bepaald dat een schuldenaar de bevoegdheid heeft tot verrekening, wanneer hij een prestatie te vorderen heeft die beantwoordt aan zijn schuld jegens dezelfde wederpartij en hij bevoegd is zowel tot betaling van de schuld als tot het afdwingen van de betaling van de vordering. Uit het bepaalde in artikel 6:127 lid 1 BW volgt dat de verrekening plaatsvindt door de verklaring van de schuldenaar dat hij zijn schuld met een vordering verrekent. Voor een geslaagd beroep van werkgeefster op verrekening met de gefixeerde schadevergoeding is daarom op zijn minst vereist dat zij binnen de in artikel 7:686a lid 4 onderdeel a BW genoemde vervaltermijn van twee maanden na het ontslag op staande voet een verrekeningsverklaring aan werkneemster heeft doen toekomen. Aan deze voorwaarde is niet voldaan. De e-mail van 15 januari 2016 van werkgeefster aan werkneemster kan niet als een dergelijke verklaring worden beschouwd, nu in deze e-mail door werkgeefster slechts is vermeld: ‘Daarnaast is uw cliënte schadeplichtig (artikel 7:677 lid 2 BW).’ De kantonrechter neemt als vaststaand aan dat werkgeefster de in artikel 6:127 lid 1 BW bedoelde verklaring pas heeft uitgebracht nadat de vervaltermijn was verstreken. Op dat moment was het recht op de gefixeerde schadevergoeding evenwel al tenietgegaan (vgl. Hof Den Bosch 19 januari 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:134). Hieraan doet niet af dat artikel 6:131 BW bepaalt dat de bevoegdheid tot verrekening niet eindigt door verjaring van de rechtsvordering, omdat hier immers geen sprake is van een verjaringstermijn (met zwakke werking) maar van een vervaltermijn (met sterke werking). Het beroep van werkgeefster op verrekening van de loonvordering met de gefixeerde schadevergoeding wordt derhalve verworpen.

Schade aan de leaseauto

Werkgeefster heeft voorts gesteld dat op grond van artikel 7:661 lid 1 BW aanspraak gemaakt kan worden op € 270 ter zake van eigen risico voor schade aan de leaseauto. Werkneemster kan op grond van voornoemd artikel echter enkel aansprakelijk zijn voor de schade indien vast komt te staan dat de schade het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid. Werkgeefster heeft geen feiten en omstandigheden gesteld die deze conclusie rechtvaardigen. Werkneemster kan dan ook niet aansprakelijk worden gehouden voor de schade aan de leaseauto.

Verlofuren

De kantonrechter zal werkgeefster in staat stellen te bewijzen dat het op de salarisspecificatie van januari 2016 vermelde verlofsaldo niet klopt en dat het door haar gestelde negatieve verlofsaldo van 296 uur juist is.