Rechtspraak
werkneemster/Armada Works B.V.
Feiten
Werkneemster is op 1 mei 2012 bij Armada Works B.V. (hierna: Armada) in dienst getreden in de functie van administratief medewerkster. Armada heeft bij brief van 16 juni 2014 de arbeidsovereenkomst opgezegd tegen 1 juli 2014. Werkneemster vordert thans veroordeling van Armada tot betaling van achterstallig loon.
Oordeel
Het verweer van Armada is niet consistent. Bij antwoord stelt Armada dat zij over de maanden oktober, november en december 2012 te veel loon aan werkneemster heeft betaald, omdat er geen sprake is geweest van overwerkuren in die periode, terwijl Armada bij dupliek stelt dat werkneemster destijds had verzocht om op papier een hoger loon te laten zien dan dit in werkelijkheid het geval was. Dit laatste standpunt strookt vervolgens niet met de stelling van Armada dat dit hogere loon nadien zou worden verrekend. Het slechts op papier laten zien van een hoger loon betekent immers niet dat in werkelijkheid ook een hoger loon is betaald. Door Armada is ook niet gesteld noch is anderszins gebleken dat Armada na december 2012 zich tegenover werkneemster op het standpunt heeft gesteld dat te veel betaald loon verrekend zou moeten worden. Ingeval sprake zou zijn geweest van nog te verrekenen te veel betaald loon, had het voor de hand gelegen dat Armada dit in een van die brieven aan werkneemster zou hebben meegedeeld. Het verweer van Armada dat in de maanden oktober tot en met december 2012 te veel loon is betaald, slaagt derhalve niet. Armada heeft zich verder op het standpunt gesteld dat werkneemster regelmatig minder dan de overeengekomen 56 uur per maand werkte en dat werkneemster meer verlofuren opnam dan waar zij recht op had en dat Armada dit verrekende met het vakantiegeld. Armada heeft echter nagelaten die stelling met concrete feiten en omstandigheden nader te onderbouwen. Anders dan Armada stelt ligt het op de weg van de werkgever om een verlofregistratie bij te houden. Armada heeft ook geen specificatie overgelegd waaruit blijkt op hoeveel verlofuren werkneemster recht heeft en welk aantal uren werkneemster te veel zou hebben opgenomen. Het verweer van Armada dienaangaande dient derhalve als onvoldoende onderbouwd te worden verworpen. Ten slotte heeft Armada zich op het standpunt gesteld dat werkneemster zonder toestemming nevenwerkzaamheden heeft verricht en dat werkneemster deswege een boete aan Armada is verschuldigd. Pas bij dupliek heeft Armada drie bedrijven genoemd voor wie werkneemster nevenwerkzaamheden zou hebben verricht. Nog daargelaten dat Armada niet heeft gesteld gedurende welke periode en welke werkzaamheden werkneemster voor die bedrijven zou hebben verricht, moet dit verweer reeds worden verworpen omdat werkneemster daarop niet heeft kunnen reageren en dit in strijd is met een goede procesorde. Gelet op het vorenstaande zal het door werkneemster gevorderde achterstallig loon en vakantiegeld worden toegewezen.