Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 31 januari 2017
ECLI:NL:GHARL:2017:645
Stichting Ambulancezorg Noord en Oost Gelderland/werknemers
Feiten
Werknemers ontvingen op grond van roosterreglementen maaltijd- en reistijdcompensatievergoedingen. Bij de invoering van de cao 2011 per 1 januari 2011 heeft de Stichting uitbetaling van deze vergoedingen gestaakt, omdat deze voorwaarden niet meer in de standaard-cao zijn opgenomen. Werknemers stellen dat dit een ongeoorloofde eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden is, terwijl de Stichting zich op het standpunt stelt dat zij heeft gehandeld conform de cao 2011 en de cao 2013 en dat werknemers na 1 januari 2011 geen recht meer hebben op de desbetreffende vergoedingen. De kantonrechter heeft de vorderingen van werknemers toegewezen.
Oordeel – ontvankelijkheid ondanks cao-interpretatiecommissie
Getoetst aan de cao-maatstaf oordeelt het hof dat artikel 1.6 van de cao geen verplichting inhoudt om (eerst) bindend advies in te winnen bij de Interpretatiecommissie cao. De tekst van dit artikel geeft immers met het woord ‘kunnen’ de mogelijkheid om een meningsverschil voor te leggen aan deze commissie, maar duidt niet op een verplichting dienaangaande. De Stichting stelt dat in dit artikel niet bedoeld is dat partijen die twisten over de uitleg van de cao 2011 slechts de mogelijkheid hebben hun geschil aan de Interpretatiecommissie voor te leggen, maar dat integendeel bedoeld is dat de Interpretatiecommissie, en dus niet de civiele rechter, de eerste verplichte route is die door partijen moet worden bewandeld. Nu deze gestelde bedoeling naar objectieve maatstaven niet volgt uit de bepaling en evenmin uit een schriftelijke toelichting, is deze niet kenbaar en kan daaraan bij de uitleg van artikel 1.6 geen betekenis worden toegekend. Werknemers kunnen dus in hun vorderingen worden ontvangen.
Uitleg ‘standaard-bepaling’ in cao
Partijen zijn het erover eens dat het bij de beoordeling van de vraag of de in roosterreglementen 2004 en 2010 opgenomen maaltijd- en reistijdvergoeding strijdig is met de cao 2011 en cao 2013 (tot 1 juli 2013) als bedoeld in artikel 12 lid 1 Wet CAO allereerst aankomt op de uitleg van artikel 1.4 van de cao 2011. Werknemers stellen zich weliswaar (primair) op het standpunt dat de tekst van dit artikel voldoende duidelijk is, zodat het voor een goed begrip daarvan niet noodzakelijk is om de bedoeling van de cao-partijen mee te nemen bij de uitleg van de bepaling, doch dat standpunt ziet eraan voorbij dat bij de uitleg van een schriftelijk contract telkens alle omstandigheden van het concrete geval, gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen, van beslissende betekenis zijn (HR 20 februari 2004, ECLI:NL:HR:AI1427). Het verschil in uitleg van artikel 1.4 van de cao 2011 door de partijen spitst zich toe op de vraag of met dit artikel wordt bedoeld dat geen afwijkende afspraken kunnen worden gemaakt uitsluitend met betrekking tot onderwerpen die in de cao zijn geregeld (uitleg werknemers), of dat ook geen aanvullende arbeidsvoorwaarden overeengekomen kunnen worden (uitleg de Stichting). Naar het oordeel van het hof volgt uit verschillende cao-passages, gelezen in het licht van de gehele cao en in samenhang met de uitgebreide regeling van toeslagen en vergoedingen in hoofdstuk 4, dat artikel 1.4 van de cao 2011 zo moet worden uitgelegd dat partijen daarmee hebben beoogd om op het gebied van vergoedingen geen afwijking van de in hoofdstuk 4 geregelde toeslagen en vergoedingen toe te staan en dat die bedoeling naar objectieve maatstaven voor partijen die niet bij de totstandkoming van de cao zijn betrokken ook voldoende kenbaar is. In deze uitleg moet worden geoordeeld dat artikel 1.4 partijen bij een individuele arbeidsovereenkomst niet alleen verhindert om van de cao afwijkende toeslagen overeen te komen, maar ook om daarop aanvullende toeslagen overeen te komen, zoals ook later in de tekst van het (gewijzigde) artikel 1.4 van de cao 2013 tot uitdrukking is gebracht. Dit betekent dat de maaltijd- en reistijdvergoedingen uit de roosterreglementen na invoering van de cao 2011 nietig zijn op grond van artikel 12 lid 1 Wet CAO en dat werknemers daaraan na 1 januari 2011 geen rechten kunnen ontlenen.