Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Stichting Nationaal Fonds ‘Het Gehandicapte Kind’
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 24 januari 2017
ECLI:NL:GHDHA:2017:45

werkneemster/Stichting Nationaal Fonds ‘Het Gehandicapte Kind’

Werkneemster stelt hoger beroep in door middel van dagvaarding (zonder grieven) in plaats van verzoekschrift. Misbruik van wisselbepaling niet komen vast te staan.

Feiten

Tussen werkneemster en Stinafo is in geschil of tussen partijen een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd van kracht is. De kantonrechter heeft de verzoeken van werkneemster afgewezen omdat geen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tot stand is gekomen. Stinafo beroept zich er in dit incident op dat werkneemster niet kan worden ontvangen in haar hoger beroep omdat zij misbruik van procesrecht maakt door de wijze waarop zij hoger beroep heeft ingesteld: de op 13 juli 2016 uitgebrachte dagvaarding bevat niet de gronden van het beroep.

Oordeel

Het hof oordeelt dat werkneemster in haar hoger beroep ontvankelijk is. Met de introductie van artikel 69 Rv heeft de wetgever het mogelijk gemaakt dat een met een onjuist processtuk ingeleide procedure op de door de wet voorgeschreven wijze wordt voortgezet door gelegenheid te bieden het inleidende processtuk aan te passen. In de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel waarvan deze bepaling deel uitmaakte heeft de wetgever destijds overwogen dat deze zogenaamde wisselbepaling ook van toepassing is bij het aanhangig maken van het hoger beroep (Kamerstukken II 1999/2000, 26855, 3, p. 79). Dat betekent dat ook de appellant die een dagvaarding uitbrengt in plaats van een beroepschrift aan de appelrechter te zenden, de gelegenheid krijgt dit inleidende processtuk ‘te verbeteren of aan te vullen’. Werkneemster heeft tijdig, namelijk binnen de door het hof in het arrest van 2 augustus 2016 gegeven termijn van twee weken, alsnog een beroepschrift met daarin opgenomen grieven tegen het oordeel van de kantonrechter aan het hof gezonden. Daarmee is de ‘wissel’ van dagvaardings- naar verzoekschriftprocedure voltooid. Vanzelfsprekend kan een appellant misbruik maken van procesrecht door te profiteren van deze door de wet geboden faciliteit. Dat zal zich met name voordoen als een appellant, louter om meer tijd te krijgen voor het formuleren van de gronden waarop het beroep berust, opzettelijk een dagvaarding uitbrengt in plaats van een beroepschrift in te dienen. Werkneemster heeft de procedure in eerste instantie ingeleid met een verzoekschrift op de voet van artikel 7:686a lid 3 BW en zij heeft in het dagvaardingsexploit expliciet vermeld in hoger beroep te komen van een ‘beschikking’. In dat licht is niet goed te begrijpen waarom zij in hoger beroep is gekomen door het uitbrengen van een dagvaarding. Het hof kan echter uit deze omstandigheden niet afleiden dat aan de zijde van werkneemster het opzet heeft bestaan ter verlenging van de tijd om grieven te formuleren en dat werkneemster aldus misbruik heeft gemaakt van (de toepassing van) het bepaalde in artikel 69 Rv. Andere omstandigheden die wijzen op bedoeld misbruik zijn gesteld noch gebleken. Stinafo zal de gelegenheid worden geboden een nader (inhoudelijk) verweerschrift aan het hof toe te zenden.