Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Hago Zorg B.V.
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 29 maart 2017
ECLI:NL:RBMNE:2017:1595

werknemer/Hago Zorg B.V.

Activiteiten werknemer buiten werktijd, vastgesteld door recherchebureau, leveren geen dringende reden voor ontslag op staande voet op. Toewijzing voorwaardelijk ontbindingsverzoek (g-grond). Billijke vergoeding ad € 10.000, met daarin verdisconteerd de zwakke arbeidsmarktpositie van werknemer.

Feiten

Werknemer is op 2 oktober 2006 in dienst van Hago Zorg getreden in de functie van schoonmaker. Eind 2012 heeft werknemer een auto-ongeluk gehad, waardoor hij langere tijd niet (volledig) heeft kunnen werken. Medio 2016, toen werknemer weer volledig aan het werk was, is aan werknemer medegedeeld dat hij werd overgeplaatst van een locatie in Utrecht naar een locatie in Den Dolder. Werknemer was niet blij met de overplaatsing, omdat het reizen zijn klachten zou verergeren. Op de eerste werkdag na de zomervakantie heeft werknemer zich (wederom) ziek gemeld. Omdat Hago Zorg twijfelde aan de oprechtheid van de ziekmelding van werknemer heeft zij een recherchebureau opdracht gegeven onderzoek te doen naar de activiteiten van werknemer buiten werktijd. Hago Zorg heeft werknemer op 11 november 2016 op staande voet ontslagen, nadat het recherchebureau concludeerde dat werknemer zich vermoedelijk schuldig heeft gemaakt aan arbeidsverzuim, dan wel ongeoorloofd ziekteverzuim. Werknemer verzoekt het ontslag te vernietigen. Hago Zorg verzoekt, voorwaardelijk, de arbeidsovereenkomst te ontbinden, op de e- dan wel de g-grond.

Oordeel

Ontslag op staande voet

Een deel van de werknemer verweten gedragingen zijn niet vast komen te staan. Hetgeen wel vaststaat, de langere en kortere autoritten en het incidenteel (samen met een ander) tillen van een (zwaar) voorwerp, rechtvaardigt geen ontslag op staande voet. Werknemer heeft niet hoeven begrijpen dat Hago Zorg deze activiteiten in de privésfeer zo zwaar zou opvatten als zij heeft gedaan. Voor dat oordeel is van belang dat werknemer niet wist dat Hago Zorg twijfelde aan zijn inzet en de oprechtheid van zijn ziekmeldingen. Hij is daar nooit op aangesproken, ook niet tijdens functioneringsgesprekken. De activiteiten in zijn vrije tijd zijn ook niet van dien aard dat daarmee bewezen is dat werknemer zijn beperkingen tegenover de bedrijfsarts en zijn werkgever opzettelijk zwaarder heeft aangezet dan zij in werkelijkheid waren. Uit het voorgaande volgt dat de verzochte vernietiging van het ontslag op staande voet zal worden toegewezen.

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst

Het opzegverbod tijdens ziekte staat aan ontbinding niet in de weg, omdat het verzoek geen verband houdt met een opzegverbod. Het verzoek kan niet worden toegewezen op de primair aangevoerde e-grond. De kantonrechter kan namelijk niet vaststellen dat werknemer ontoelaatbaar heeft gehandeld. Het verzoek kan wel worden toegewezen op de subsidiair aangevoerde g-grond. De kantonrechter heeft namelijk geconstateerd dat Hago Zorg het vertrouwen in werknemer volledig heeft verloren. De inschakeling van een particulier recherchebureau om werknemer te volgen geeft daar al blijk van.

Billijke vergoeding

De gedragingen van Hago Zorg kwalificeren als ernstig verwijtbaar. Hiervoor is overwogen dat Hago Zorg aan werknemer onterecht een ontslag op staande voet heeft gegeven. Dat brengt mee dat werknemer recht heeft op een billijke vergoeding. De rechtsgrond voor toewijzing van een billijke vergoeding op grond van artikel 7:681 BW is namelijk reeds gegeven met het oordeel dat aan het ontslag op staande voet geen dringende reden ten grondslag lag. Voor wat betreft de omvang van de billijke vergoeding heeft te gelden dat de financiële gevolgen van het ontslag al verdisconteerd zijn in de transitievergoeding. De per saldo zwakkere positie op de arbeidsmarkt dan gemiddeld zal de kantonrechter wel in de billijke vergoeding verdisconteren. Gelet op alle omstandigheden van het geval zal de kantonrechter de totale vergoeding, derhalve met inbegrip van de transitievergoeding van bijna € 8.000, bepalen op € 18.000.

Conclusie

De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden op de g-grond, met toekenning van een transitievergoeding en een billijke vergoeding.