Naar boven ↑

Rechtspraak

X/Y
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Leeuwarden), 28 maart 2017
ECLI:NL:RBNNE:2017:1085

X/Y

Tussen camping/B&B en eisende partij gesloten overeenkomst is niet te kwalificeren als een arbeidsovereenkomst. Niet voldaan aan de elementen van artikel 7:610 BW.

Feiten

Bedrijf Y is een minicamping en Bed & Breakfast. Op verzoek van de gemeente is bedrijf Y tijdelijk huisvesting gaan bieden aan personen zonder vaste woon- of verblijfplaats. De heer X is in juni 2011 in dat kader op het terrein van bedrijf Y gaan wonen. Op 11 juni 2011 hebben bedrijf Y en de heer X een overeenkomst gesloten met als titel ‘Individuele reintegratie begeleidingsreïntegratieovereenkomst’ (hierna: de re-integratieovereenkomst). Thans is in geschil hoe de re-integratieovereenkomst gekwalificeerd moet worden. X stelt zich op het standpunt dat sprake is van een arbeidsovereenkomst.

Oordeel

De kantonrechter acht de conclusie dat sprake is (geweest) van een arbeidsovereenkomst tussen partijen niet gerechtvaardigd. Daartoe overweegt hij het volgende. Wil voldaan zijn aan het element ‘arbeid’ van de definitie van de arbeidsovereenkomst, dan moet er sprake zijn van een voor de werkgever productieve arbeidsprestatie. Blijkens de diverse in het geding gebrachte verklaringen en het gemotiveerde verweer van bedrijf Y waren de door X uit te voeren en uitgevoerde werkzaamheden veeleer gericht op – zoals ook in de re-integratieovereenkomst was afgesproken en waaruit de bedoeling van partijen blijkt – voor X maatschappelijk zinvolle activiteiten dan op daadwerkelijke, kundig uit te voeren, productieve arbeid waarmee bedrijf Y zijn voordeel deed. Sterker nog, zoals uit de verklaring van een van de bewoners naar voren komt, werden de klussen soms bij gebrek aan vakmanschap door X overgedaan door bedrijf Y. Voorts blijkt uit de re-integratieovereenkomst geen verplichting tot loonbetaling. Naar het oordeel van de kantonrechter dient het incidenteel gebruik mogen maken van een bedrijfsauto voor privédoeleinden en het ontvangen van maaltijden, koffie en incidentele kleine bedragen voor verleende assistentie, in het onderhavige geval niet als loon te worden beschouwd. Tot slot is van een gezagsverhouding tussen X en bedrijf Y evenmin sprake. Daarbij wordt in aanmerking genomen de bedoeling van partijen zoals vastgelegd in de re-integratieovereenkomst, waarbij de belastbaarheid van X uitgangspunt was, alsmede de omstandigheid dat sprake was van een grote mate van vrijblijvendheid ten aanzien van de wijze en de momenten waarop X werkzaamheden verrichtte. Voorts wordt in dit verband van belang geacht de wijze van betaling en het karakter van de beloning, zoals hierboven is overwogen, waarbij bovendien niet gesteld of gebleken is dat afspraken zijn gemaakt tussen partijen ten aanzien van ziekte en verlof. Evenmin kan worden aangenomen dat de re-integratieovereenkomst op enig moment is getransformeerd tot arbeidsovereenkomst. Geconcludeerd wordt dan ook dat niet is komen vast te staan dat de re-integratieovereenkomst moet worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst. De vorderingen van X worden afgewezen.