Rechtspraak
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 14 februari 2017
ECLI:NL:RBGEL:2017:2091
werkneemster/Security Monitoring Centre BV
Feiten
Werkneemster is sinds 2007 in dienst bij Security Monitoring Centre BV (hierna: SMC). Zij is met ingang van 1 mei 2012 voor 21,85 uur per week, enkel in de dagdienst, werkzaam geweest. Nadat werkneemster op 28 november 2014 wegens ziekte wederom volledig is uitgevallen, is zij vanaf medio oktober 2015 weer gestart met re-integreren. Per 30 mei 2016 heeft zij haar werkzaamheden gedurende 15 uur per week verricht. Op 16 november 2016 heeft werkneemster nadrukkelijk aangeboden deze werkzaamheden ook vanaf 28 november 2016 te blijven verrichten. SMC is echter niet op dit aanbod ingegaan, maar is, na 104 weken ziekte, per 28 november 2016 gestopt met de betaling van het loon aan werkneemster. Werkneemster heeft vanaf 28 november 2016 geen werkzaamheden meer bij SMC verricht. Werkneemster vordert onder meer SMC te bevelen haar in staat te stellen om haar functie van Teleservice Medewerker voor 15 uur per week te bekleden. Daarnaast heeft werkneemster een loonvordering ingesteld.
Oordeel
Passende arbeid
Vast staat dat werkneemster op 28 november 2016 haar werk nog niet (volledig) heeft hervat. Zij werkte op dat moment immers slechts 15 van de 21,85 uur per week. Hierdoor is SMC in beginsel nog steeds verantwoordelijk voor de inpassing van werkneemster in haar organisatie. Voor zover reeds in deze procedure, vooruitlopend op de beoordeling door het UWV, moet worden uitgegaan van een IVA-situatie, neemt dit evenmin de verantwoordelijkheid van SMC voor de re-integratie van werkneemster weg, aangezien de arbeidsovereenkomst tot op heden nog immer voortduurt. Werkneemster heeft zich met de brief van haar gemachtigde d.d. 16 november 2016 nadrukkelijk bereid verklaard haar werkzaamheden voor 15 uur per week te blijven verrichten. Deze werkzaamheden gedurende 15 uur per week (verdeeld over drie dagen van vijf uur) in dagdiensten is voor werkneemster passende arbeid. Resteert de vraag of deze passende arbeid van SMC in redelijkheid kan worden gevergd. SMC heeft werkneemster vanaf 30 mei 2016 reeds zeven maanden laten werken conform de voorlopig vastgestelde passende arbeid. Van een verdere aanpassing is geen sprake, nu de door SMC ingeschakelde bedrijfsarts in zijn FML heeft opgenomen dat werkneemster kan werken van 06:00 uur tot 18:00 uur voor 15 uur per week zoals ook al maanden vanuit de praktijk is gerealiseerd. Op de telefooncentrale werken 21 medewerkers. Dat deze passende arbeid van werkneemster voor SMC onacceptabel is gelet op haar planning en haar bedrijfsvoering heeft SMC met een enkele mondelinge toelichting ter zitting onvoldoende onderbouwd. Dit geldt eveneens voor de door SMC gestelde impact die de passende arbeid van werkneemster heeft op haar naaste collega’s. Bovendien is (structureel) ruilen van een gewenste ochtenddienst door de zaterdagmedewerker bij SMC bekend en wordt door SMC niet tegengehouden, hoewel dit eveneens van impact is op de overige collega’s. Uit de door SMC gestelde omstandigheden is onvoldoende gebleken dat niet van haar gevergd kan worden dat zij werkneemster voor 15 uur per week in dagdiensten laat werken. De kantonrechter wijst de vordering van werkneemster om haar in staat te stellen haar functie van Teleservice Medewerker voor 15 uur per week in dagdiensten te bekleden toe, met dien verstande dat de vordering zal worden toegewezen met ingang van 28 november 2016. Werkneemster ontvangt immers eerst vanaf die datum geen loon. Er is echter aanleiding om SMC een langere periode te gunnen om werkneemster in staat te stellen haar functie te bekleden, mede omdat werkneemster drie dagen in de week werkzaam is en laatstelijk op vaste dagen (2 doordeweekse dagen en 1 dag in het weekend). Daarnaast hield SMC bij het inplannen van de werkdagen rekening met de sportactiviteiten van werkneemster op de dinsdagen en haar ziekenhuisbezoeken. De kantonrechter acht de gevorderde 24 uur dan ook niet redelijk en stelt de termijn op drie dagen na betekening van dit vonnis.