Naar boven ↑

Rechtspraak

Stella Fietsen BV/werknemer
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 4 april 2017
ECLI:NL:GHARL:2017:2941

Stella Fietsen BV/werknemer

Uitleg concurrentiebeding. In het onderhavige geval mag aan de vestigingsplaats van de nieuwe werkgever van werknemer geen beslissende betekenis toekomen bij de beoordeling of de indiensttreding van werknemer bij de nieuwe werkgever een schending van het concurrentiebeding oplevert. Geen schorsing concurrentiebeding.

Feiten

Werknemer is sinds maart 2013 in dienst bij Stella Fietsen BV (hierna: Stella). In de arbeidsovereenkomst is een concurrentiebeding opgenomen. Werknemer is op 19 oktober 2015 in dienst getreden bij bedrijf X. X houdt zich, evenals Stella, bezig met de verkoop van elektrische fietsen. Partijen verschillen van mening over de uitleg van het concurrentiebeding en de vraag of dit beding in de weg staat aan indiensttreding van werknemer bij X. De voorzieningenrechter heeft deze vraag ontkennend beantwoord en met ingang van de dag van het vonnis de werking van het concurrentiebeding geschorst tot de beslissing in een eventuele bodemprocedure. Tegen dit vonnis komt Stella in hoger beroep.

Oordeel

Uitleg concurrentiebeding

Werknemer stelt dat over de inhoud en de reikwijdte van het concurrentiebeding tussen partijen noch ten tijde van de indiensttreding, noch bij gelegenheid van de verlengingen van de arbeidsovereenkomsten is gesproken. Stella betwist dat niet, zodat van de juistheid daarvan wordt uitgegaan. Dit betekent dat er geen voor werknemer kenbare partijbedoeling is die een rol kan spelen bij de uitleg van het concurrentiebeding en dat het vooral aankomt op wat een aannemelijke taalkundige uitleg is, alle omstandigheden van het geval in aanmerking nemende. De tekst van het concurrentiebeding wijst erop, verkort weergegeven, dat het de werknemer verboden is ‘binnen een straal van 40 km van de huidige werkgever’:

1. om een concurrerende zaak te drijven of daarin een belang te hebben, of

2. om daarin werkzaam te zijn te zijn, al dan niet in dienstbetrekking.

Situatie 1 doet zich hier niet voor, dus het gaat om situatie 2. De tekst van het gehele beding biedt geen aanknopingspunten voor de uitleg van Stella, hierop neerkomende dat het beding werknemer verbiedt om te werken voor een concurrerende onderneming die gevestigd is binnen een straal van 40 kilometer van de vestigingsplaats van Stella. Ook de stelling van werknemer dat hij enkel niet mag werken in een door hemzelf gevestigde zaak, dan wel een zaak die hij zelf drijft of mede drijft, wordt verworpen, nu daarmee geen reële betekenis meer zou toekomen aan het beding in situatie 2 in vergelijking met situatie 1. Het gaat erom dat werknemer niet werkzaam mag zijn binnen die straal. Dit betekent dat aan de vestigingsplaats van X geen beslissende betekenis toekomt bij de beoordeling of de indiensttreding van werknemer bij X een schending van het concurrentiebeding oplevert. Niet in geschil is dat werknemer in dienst van X niet werkt in of vanuit de vestigingsplaats van X, maar dat hij als verkoper in de buitendienst voor X in de regio Utrecht potentiële klanten bezoekt. Dat betekent dat hij niet werkzaam is binnen een straal van 40 kilometer van de vestigingsplaats van Stella. De omstandigheid dat werknemer in een gesprek over zijn ontslag zou hebben meegedeeld dat hij van het concurrentiebeding op de hoogte was maakt het voorgaande niet anders. Die uitlatingen dateren van ruim na het moment waarop de arbeidsovereenkomsten met het concurrentiebeding tot stand zijn gekomen, en kunnen geen rol spelen bij de uitleg van dat beding.

Geen schorsing concurrentiebeding

In reconventie heeft de kantonrechter op vordering van werknemer de werking van het concurrentiebeding geschorst. Aan zijn vordering heeft werknemer ten grondslag gelegd dat hij belang had bij zijn baan en bron van inkomsten, alsmede dat hij bij X per 1 januari 2016 een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aangeboden had gekregen. Nu echter in conventie door de kantonrechter is geoordeeld dat zijn werk bij X geen overtreding van het concurrentiebeding opleverde, werknemer niet heeft aangevoerd dat hij in zijn werk voor X door het concurrentiebeding werd beperkt en hij ook overigens geen feiten heeft gesteld waaruit blijkt dat hij bij het verwerven van zijn levensonderhoud door het beding werd beperkt, wordt geoordeeld dat werknemer bij zijn schorsingsvordering geen belang had. De kantonrechter heeft deze vordering dan ook ten onrechte toegewezen.