Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Hectas Facility Services C.V. c.s.
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 18 april 2017
ECLI:NL:RBLIM:2017:3542

werkneemster/Hectas Facility Services C.V. c.s.

Kort geding. Overgang van onderneming. Werkneemster is niet mee overgegaan naar verkrijger, nu zij ten tijde van de overgang van onderneming blijvend ongeschikt was voor haar werk als schoonmaakster. Band met het overgegane project duurzaam doorbroken.

Feiten

Werkneemster is met ingang van 4 november 2013 in dienst getreden bij Care in de functie van schoonmaakster. Werkneemster is in 2014 arbeidsongeschikt geworden in verband met klachten veroorzaakt door een hernia. Zij was op dat moment uitsluitend werkzaam op het zogenoemde JFC-project. Werkneemster heeft vervolgens in het kader van haar re-integratie (lichte) kantooractiviteiten verricht op het JFC-project. Met ingang van 1 januari 2017 is, na een aanbestedingstraject, het JFC-project overgenomen door Hectas. Werkneemster heeft sinds 1 januari 2017 geen loon van Care en/of Hectas ontvangen. Werkneemster vordert thans in kort geding veroordeling van Hectas tot toelating tot werk in het kader van haar re-integratie en tot betaling van het loon vanaf 1 januari 2017.

Oordeel

De vordering van werkneemster is gegrond op de stelling dat Hectas met ingang van 1 januari 2017 de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de met Care gesloten arbeidsovereenkomst heeft overgenomen op grond van artikel 7:663 BW, omdat de overname van het JFC-project een overgang van onderneming is in de zin van artikel 7:662 BW. Hectas heeft betoogd dat geen sprake is geweest van een overgang van onderneming. Het verweer van Hectas slaagt niet. Anders dan Hectas meent, is de kantonrechter van oordeel dat Hectas door de overname van 27 van de 31 werknemers wel degelijk een wezenlijk deel van het voorheen door Care op het JFC-project geplaatste personeel heeft overgenomen. Kennelijk heeft na 1 januari 2017 een van de 27 werknemers (alsnog) ontslag genomen, maar dit is niet relevant voor de vraag of op 1 januari 2017 door Hectas een wezenlijk deel van het personeel is overgenomen. De kantonrechter neemt, bij gebreke van enig ander verweer van Hectas ten aanzien van de gestelde overgang van onderneming, aan dat in een bodemprocedure naar alle waarschijnlijkheid zal worden geoordeeld dat de overname van het JFC-project door Hectas een overgang van onderneming is in de zin van artikel 7:662 BW. De vorderingen van werkneemster zijn desondanks niet toewijsbaar. In deze zaak is immers niet de gehele onderneming van Care naar Hectas overgegaan, maar slechts een deel, namelijk de schoonmaakactiviteiten van het JFC-project. Beoordeeld dient dan te worden welke werknemers op dat project werkzaam waren ten tijde van de overgang. Bepalend bij dat oordeel is de vraag of de band tussen werkneemster en het JFC-project op dat moment nog bestond. Op grond van de voorhanden medische documentatie moet vooralsnog worden aangenomen dat werkneemster ten tijde van de overgang van onderneming blijvend ongeschikt was voor haar werk als schoonmaakster bij het JFC-project. Dat is het standpunt dat ook werkneemster zelf inneemt. Zowel de bedrijfsarts als de arbeidsdeskundige hebben ‘spoor 2’ geadviseerd, dat wil zeggen re-integratie naar ander werk bij een andere werkgever. Er was dus geen reëel vooruitzicht op terugkeer naar haar werk of ander werk bij het JFC-project, zodat de band met dat project duurzaam was verbroken. Het feit dat Care haar desondanks in het kader van de verplichte re-integratie bepaalde activiteiten op het kantoor van het JFC-project heeft laten verrichten, maakt dat niet anders. Die re-integratie kon immers niet meer gericht zijn op terugkeer naar werk bij het JFC-project. De kantonrechter laat dan nog in het midden dat de activiteiten volgens werkneemster ‘onbenullige klusjes’ waren. In het voorgaande ligt besloten dat er ook geen reëel vooruitzicht is dat Hectas werkneemster ooit te werk kan stellen bij het door haar overgenomen JFC-project. Bij deze stand van zaken kan vooralsnog niet worden aangenomen dat werkneemster ten tijde van de overgang van onderneming nog werkzaam was bij het JFC-project. Dat brengt mee dat onvoldoende aannemelijk is dat de bodemrechter zal oordelen dat de rechten en verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst tussen Care en werkneemster van rechtswege zijn overgegaan op Hectas. Volgt afwijzing van de gevorderde voorzieningen.