Naar boven ↑

Rechtspraak

FNV c.s./Stichting Jeugdbescherming West Zuid-Holland
Hoge Raad, 21 april 2017
ECLI:NL:HR:2017:772

FNV c.s./Stichting Jeugdbescherming West Zuid-Holland

Uitleg CAO Jeugdzorg over toepasselijkheid wachtgeldregeling bij stelselwijziging.

Feiten

In artikel 14 CAO Jeugdzorg 2014-2015 bepaalt dat indien sprake is van een ontslag wegens vermindering of beëindiging van de werkzaamheden, reorganisatie of fusie van de voorziening, een en ander als gevolg van een door het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport en/of het ministerie van Veiligheid en Justitie opgelegde bezuinigings- en/of saneringsmaatregel, een wachtgeld wordt toegekend overeenkomstig de bepalingen van Bijlage I. In de onderhavige zaak staat de vraag centraal of met de invoering van de Jeugdwet en Wmo sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 14 cao jo. Bijlage I. De kantonrechter heeft hierover prejudiciële vragen aan de Hoge Raad gesteld.

Oordeel

De Hoge Raad oordeelt als volgt.

Stelselwijziging naar Jeugdwet en Wmo is bezuinigingsmaatregel

De stelselherziening in de jeugdzorg heeft, blijkens de parlementaire geschiedenis (zie ook de conclusie van de A-G onder 3.4-3.18), onmiskenbaar mede een bezuinigingsdoelstelling. Dat deze doelstelling is geplaatst in de context van de efficiency en dat daarvoor termen als ‘doelmatigheidskorting’ werden gebruikt, laat onverlet dat na de stelselherziening voor de jeugdzorg minder geld beschikbaar zou zijn, en dat in het bijzonder de (voormalige) Bureaus Jeugdzorg de gevolgen van de herziening zouden ondervinden. Daarbij is van belang dat de Bureaus Jeugdzorg door de invoering van de Jeugdwet hun bijzondere wettelijke positie en hun wettelijke aanspraak op subsidie uit artikel 41 lid 1 Wet op de jeugdzorg verloren. Uit de omstandigheid dat voor de financiering van de Bureaus Jeugdzorg in een overgangsregeling werd voorzien, blijkt dat werd onderkend dat deze bureaus van subsidieverlening afhankelijk waren. Dat de gemeenten hadden kunnen besluiten de bezuiniging van rijkswege vanuit hun eigen budgetten weer ongedaan te maken, brengt, anders dan de Stichting betoogt, niet mee dat niet van een bezuinigingsmaatregel sprake is. De met de invoering van de Jeugdwet en de Wmo 2015 gepaard gaande budgetkorting van 15% over de jaren 2015-2017 is dan ook te beschouwen als een bezuinigings- en/of saneringsmaatregel als bedoeld in artikel 14 lid 1 van de cao Jeugdzorg 2014-2015 en artikel 3.10 lid 2 van de cao Jeugdzorg 2015-2016.

Door ministerie van VWS opgelegd?

Tegen de hiervoor geschetste achtergrond moeten artikel 14 lid 1 cao Jeugdzorg 2014-2015 en artikel 3.10 lid 2 cao Jeugdzorg 2015-2016 aldus worden begrepen dat zij ertoe strekken aan werknemers in geval van bezuinigingen en saneringen van rijkswege de ruimere aanspraken van wachtgeldregeling I toe te kennen. De verwijzing naar een maatregel van de ministeries van VWS en V&J heeft geen beperkende betekenis, maar is binnen het stelsel van financiering – die ten tijde van de totstandkoming van de cao Jeugdzorg 2014-2015 nu eenmaal van die ministeries afkomstig was, omdat die binnen de rijksoverheid verantwoordelijk waren voor de jeugdzorg – bedoeld als aanduiding van een maatregel van de zijde van de rijksoverheid. Wachtgeldregeling II geldt dan bij ontslag vanwege vermindering of beëindiging van de werkzaamheden, reorganisatie of fusie, met een andere oorzaak. Gelet op deze strekking van de cao’s, moet de stelselwijziging die per 1 januari 2015 heeft plaatsgevonden en die gepaard ging met een bezuiniging op de door het Rijk voor jeugdhulpverlening verstrekte gelden worden beschouwd als een door het ministerie van VWS en/of het ministerie van V&J opgelegde bezuinigings- en/of saneringsmaatregel in de zin van de genoemde cao-bepalingen. Dat ervoor is gekozen de bezuinigingsmaatregel te laten samenvallen met een stelselwijziging waardoor de financiële verantwoordelijkheid voor de jeugdzorg bij de gemeenten is komen te berusten, neemt niet weg dat de korting op de budgetten die aan de gemeenten werden overgedragen, neerkwam op een bezuiniging van rijkswege. Uit het voorgaande volgt dat de invoering van de Jeugdwet en de Wmo 2015, in combinatie met de daarbij opgelegde taakstelling/budgetkorting aan de gemeenten van 15% over de jaren 2015, 2016 en 2017, is te beschouwen als een door het ministerie van VWS en/of het ministerie van V&J opgelegde bezuinigings- en/of saneringsmaatregel als bedoeld in artikel 14 lid 1 van de cao Jeugdzorg 2014-2015, respectievelijk artikel 3.10 lid 2 van de cao Jeugdzorg 2015-2016.