Naar boven ↑

Rechtspraak

Boldt WSD B.V./werknemer
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Leeuwarden), 13 april 2017
ECLI:NL:GHARL:2017:3306

Boldt WSD B.V./werknemer

Ontbindingsprocedure oud: geen onjuiste toepassing Van Hooff Elektra-toets. Geen appelverboddoorbreking.

Feiten

Werknemer is in 1989 in dienst getreden bij (de rechtsvoorgangster van) WSD als tekenaar. WSD en Boldt FPE B.V. (hierna: FPE) zijn zusterondernemingen en voor 100% dochters van Boldt Systems B.V. (hierna: Systems). De heren B en C vormen sinds 1 oktober 2012 de directie van WSD. De heren B en C vormen ook de directie van Systems. C is daarnaast in dienst van WSD en verricht voor zowel WSD als FPE commerciële activiteiten. C en werknemer zijn de enige werknemers van WSD. FPE heeft met inbegrip van de heren B en C zes werknemers. Systems heeft geen werknemers. Werknemer heeft zich op enig moment ziek gemeld wegens werkdruk. WSD heeft met toestemming van UWV wegens bedrijfseconomische redenen de arbeidsovereenkomst opgezegd tegen 31 december 2015. Werknemer heeft ontbinding verzocht tijdens de opzegtermijn onder toekenning van een vergoeding. De kantonrechter heeft het verzoek toegewezen met C=1,5 (€ 115.000). WSD stelt zich op het standpunt dat de kantonrechter niet had mogen ontbinden nu niet aan de criteria van Van Hooff Elektra is voldaan (HR 11 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ9069). De kantonrechter heeft volgens WSD voorts zonder nadere inzage in de onderlinge verhoudingen tussen WSD en Systems een bepaalde financiële positie van Systems aangenomen op grond waarvan de ontslagvergoeding aan werknemer is toegekend. Dit terwijl de slechte financiële positie van WSD bij de kantonrechter bekend was en WSD zich in de procedure in eerste aanleg niet heeft laten bijstaan door een advocaat of andere rechtsbijstandverlener, terwijl werknemer wel werd bijgestaan door een advocaat. WSD werd overrompeld door vragen over de onderlinge verhoudingen tussen WSD en de financiële positie van Systems tijdens de mondelinge behandeling in eerste aanleg en heeft die vragen niet in de juiste context kunnen beantwoorden.

Oordeel

Het hof oordeelt als volgt.

Appelverboddoorbrekingsgronden-toets

Het is duidelijk dat WSD het met de uitkomst van de beoordeling door de kantonrechter niet eens is. Naar vaste rechtspraak (zie o.a. HR 23 juni 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1773) speelt echter de omstandigheid dat een van de betrokken partijen het niet eens is met de motivering van de ontbindingsbeschikking van de kantonrechter – zelfs indien die motivering gebrekkig zou zijn – geen rol bij de beantwoording van de thans aan de orde zijnde (voor)vraag, namelijk of er een grond is voor doorbreking van het appelverbod. De argumenten van WSD dat werknemer in zijn verweer in de UWV-procedure heeft aangestuurd op het in stand houden van de arbeidsovereenkomst en dat het er alle schijn van heeft dat werknemer zijn ontbindingsverzoek heeft ingediend met geen ander doel dan het verkrijgen van een hogere vergoeding, brengen nog niet met zich dat de kantonrechter bij de beoordeling van het ontbindingsverzoek is getreden buiten het toepassingsgebied van artikel 7:685 (oud) BW. In zijn beschikking heeft de kantonrechter immers geoordeeld dat sprake is van (zodanig) verstoorde arbeidsverhoudingen dat de arbeidsovereenkomst eerder dan de datum waartegen de arbeidsovereenkomst is opgezegd, kan worden ontbonden. Voor een doorbreking van het appelverbod is – naast het geval waarin de rechter het toepassingsbereik van artikel 7:658 (oud) BW heeft miskend – verder slechts ruimte bij schending van een zo fundamenteel beginsel van behoorlijke rechtspleging dat geen sprake is van een eerlijke en onpartijdige behandeling (zie o.a. HR 1 april 2001, ECLI:NL:HR:2011: BP2312). Dat WSD zich in eerste aanleg niet heeft laten bijstaan door een advocaat is haar eigen keuze geweest. Die enkele omstandigheid is onvoldoende om het oordeel te kunnen dragen dat in eerste aanleg geen sprake was van equality of arms, terwijl ook de overige feiten en omstandigheden daarvoor geen aanleiding geven. Van schending van het beginsel van hoor en wederhoor kan in de gegeven omstandigheden dan ook niet worden gesproken, noch heeft de kantonrechter essentiële vormen verzuimd. Ten slotte heeft de kantonrechter op juiste wijze rekening gehouden met de financiële positie van WSD.