Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/At Home Vastgoed B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 14 april 2017
ECLI:NL:RBROT:2017:3099

werkneemster/At Home Vastgoed B.V.

Ontslag op staande voet niet onverwijld gegeven. Dringende reden was circa twee weken eerder bekend. Aanleiding voor toekenning billijke vergoeding ad € 6000, gelet op twee componenten van de billijke vergoeding (compensatie van de waarde van de arbeidsovereenkomst en punitief element).

Feiten

Werkneemster is op 1 augustus 2016 voor onbepaalde tijd bij At Home in dienst getreden in de functie van commercieel medewerker. Naast haar dienstverband bij At Home exploiteert zij een eigen bedrijf gericht op vastgoedbeheer. Partijen hebben op 20 november 2016 een vaststellingsovereenkomst gesloten ter beëindiging van het dienstverband van werkneemster per 28 februari 2017. In deze vaststellingsovereenkomst is een relatiebeding opgenomen. Bij e-mailbericht van 2 januari 2017 heeft At Home voornoemde overeenkomst ontbonden, vanwege het niet naleven van het relatiebeding door werkneemster. Op 16 januari 2017 is werkneemster op staande voet ontslagen, vanwege het zonder toestemming beconcurreren van At Home, door middel van het niet toegestane gebruik van het relatiebestand van At Home door werkneemster. Werkneemster verzoekt thans veroordeling van At Home tot betaling van onder meer een billijke vergoeding en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging.

Oordeel

Ontslag op staande voet

Kennelijk is in dit geval eind december 2016/begin januari 2017 door At Home geconstateerd dat werkneemster zich niet houdt aan het in de vaststellingsovereenkomst opgenomen relatiebeding, als gevolg waarvan At Home deze overeenkomst heeft ontbonden. Vervolgens is werkneemster pas op 16 januari 2017 op staande voet ontslagen wegens dezelfde reden, namelijk overtreding van het relatiebeding. Dit ontslag komt echter veel te laat, aangezien At Home kennelijk al op 2 januari 2017 had geconstateerd dat werkneemster zich niet aan het relatiebeding hield. At Home had op dat moment meteen tot ontslag moeten overgaan. De dringende reden was immers al bekend, zodat nader onderzoek niet noodzakelijk was. Door deze niet voortvarende handelwijze heeft At Home de vereiste onverwijldheid van het ontslag dan ook verspeeld. Dat betekent dat het ontslag op staande voet alleen al op basis van formele redenen rechtskracht ontbeert.

Vergoeding wegens onregelmatige opzegging

Nu At Home de arbeidsovereenkomst met werkneemster op onregelmatige wijze heeft opgezegd is At Home jegens werkneemster schadeplichtig. De door werkneemster verzochte vergoeding wegens onregelmatige opzegging wordt dan ook toegewezen.

Billijke vergoeding ex artikel 7:681 lid 1 BW – twee componenten

De billijke vergoeding kent op grond van de wetsgeschiedenis twee componenten, te weten compensatie van de waarde van de arbeidsovereenkomst en een zogenaamd punitief element. Ten aanzien van het eerste element geldt dat werkneemster eerder heeft ingestemd met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst per 1 maart 2017. Zou zij derhalve niet op 16 januari 2017 op staande voet zijn ontslagen en zou de werkgever de vaststellingsovereenkomst ook niet ontbonden hebben, dan zou de arbeidsovereenkomst per 1 maart 2017 met wederzijds goedvinden zijn beëindigd. Nu vaststaat dat werkneemster haar salaris tot 1 maart 2017 krijgt doorbetaald in de vorm van de vergoeding wegens de onregelmatige opzegging van de arbeidsovereenkomst, moet worden geoordeeld dat het element van de compensatie van de waarde van de arbeidsovereenkomst niet leidt tot toekenning van enig bedrag aan billijke vergoeding. Ten aanzien van de tweede component van de billijke vergoeding laat de kantonrechter onder meer meewegen dat gebleken is dat At Home in eerdere vergelijkbare gevallen op dezelfde wijze verschillende personeelsleden op onterechte gronden op staande voet heeft ontslagen. De toe te kennen billijke vergoeding dient op een zodanig bedrag te worden vastgesteld dat At Home ervan wordt weerhouden opnieuw tot dergelijk handelen over te gaan. Voorts houdt de kantonrechter rekening met de omstandigheid dat werkneemster thans 26 jaar is, relatief kort voor At Home gewerkt heeft en een salaris van € 1900 bruto per maand geniet, terwijl zij daarnaast nog inkomsten uit een eigen bedrijf genereert. De kantonrechter ziet al met al aanleiding voor toekenning van een billijke vergoeding van € 6000, globaal overeenkomend met drie maandsalarissen.