Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 5 april 2017
ECLI:NL:GHARL:2017:2884
werkgeefster/werkneemster
Feiten
Werkgeefster is het bevoegd gezag over een negental scholen voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs en is een steunpunt voor autisme met (onder meer) een dienst ambulante begeleiding. Vanwege tijdelijk afwezige ambulante begeleiders is werkneemster op 14 oktober 2013 bij werkgeefter in dienst getreden. Zij heeft tot 9 juli 2014 op basis van zeven arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd gewerkt. Vanaf 14 juli 2014 tot en met 31 juli 2015 is werkneemster via Randstad bij werkgeefster gedetacheerd. Daarnaast heeft zij vanaf 11 februari 2015 tot en met 31 juli 2015 ter vervanging van de tijdelijk arbeidsongeschikte ambulante begeleider X voor 0,5 fte gewerkt op het A. De cao Primair Onderwijs is van toepassing. Bij akte van benoeming van 22 september 2015 is werkneemster vanaf 1 augustus 2015 benoemd met een werktijdfactor van 0,5. Bij akte van benoeming van 20 oktober 2015, welke akte en de daarbij behorende voorwaarden in de plaats is getreden van de akte van 22 september 2015, is werkneemster vanaf 1 augustus 2015 benoemd met een werktijdfactor van 1,0. Op basis van de laatste akte is werkneemster fulltime als ambulante begeleider bij werkgeefster werkzaam en tewerkgesteld op het A (0,5 fte) en het B (0,5 fte). Werkneemster is met ingang van 26 oktober 2015 met zwangerschapsverlof gegaan. Op 24 januari 2016 is X hersteld gemeld. Op dat moment is werkneemster daarover niet geïnformeerd. Uit haar loonstrook blijkt dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege is geëindigd. Werkneemster heeft zich op het standpunt gesteld dat een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan. De kantonrechter heeft geoordeeld dat er sprake is geweest van twee te onderscheiden benoemingen, waarop afzonderlijke arbeidsrechtelijke regiems van toepassing zijn. Werkneemster heeft X vervangen voor haar benoeming op het A, zodat die benoeming met het herstel van X van rechtswege is geëindigd. De benoeming bij het B is geen vervangingsbenoeming geweest, zodat op grond van de cao PO 2014-2015 die benoeming tot een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft geleid. Er is principaal en incidenteel hoger beroep ingesteld.
Oordeel
Overgangsrecht WWZ
Partijen twisten over de vraag wat onder de looptijd van de cao PO 2014-2015 in artikel XXIIe lid 1 Overgangsrecht WWZ dient te worden verstaan. Volgens werkneemster hebben de bonden de cao PO 2014-2015 tegen 1 juli 2015 opgezegd, zodat de looptijd van de cao op 30 juni 2015 was verstreken en deze cao daardoor op 1 juli 2015 niet meer geldend was. Werkgeefster betoogt dat op grond van artikel 1.6 lid 2 van de cao PO 2014-2015 de opgezegde cao na 30 juni 2015 van kracht en daarmee geldend is gebleven totdat over een nieuwe cao een akkoord is verkregen. Eerst op 1 juli 2016 is een nieuwe cao van kracht geworden. Het hof volgt het standpunt van werkgeefster. In het onderhavige geval zijn partijen (in art. 1.6 lid 2 van de cao PO 2014-2015) overeengekomen dat de bepalingen uit de opgezegde cao van kracht blijven totdat er een akkoord over een nieuwe cao is verkregen en blijkens ondertekening is bekrachtigd. Dit leidt ertoe dat op grond van artikel XXIIe lid 1 Overgangsrecht WWZ tot uiterlijk 1 juli 2016 artikel 7:668a (oud) BW en de daarvan afwijkende regeling in de cao PO 2014-2015 van toepassing zijn gebleven op de arbeidsovereenkomsten die reeds vielen onder de cao PO 2014-2015 of die onder deze cao zijn komen te vallen, zoals in dit geval de arbeidsovereenkomst die op 20 oktober 2015 is gesloten.
Splitsing benoemingen
Het hof is van oordeel dat is komen vast te staan dat werkneemster de wegens ziekte tijdelijke afwezige X op het A heeft vervangen. Niet gesteld of gebleken is dat toen X op 24 januari 2016 was hersteld en haar werkzaamheden hervatte, zij de werkzaamheden van werkneemster bij het B heeft overgenomen. Voorts blijkt uit de e-mail van Y van 16 maart 2016 aan werkneemster dat zij nog tot 30 juni 2016 op het B voor 0,5 fte werkzaam kon zijn. Niet is komen vast te staan dat de werkzaamheden van werkneemster op het B werden verricht ter vervanging van de wegens ziekte tijdelijk afwezige X. Het voorgaande leidt ertoe dat de uitzondering van artikel 3.4 onderdeel b in de cao PO 2014-2015 niet van toepassing is, zodat op grond van artikel 7:668a (oud) BW in beginsel een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met een werktijdfactor van 0,5 is ontstaan. Het hof is van oordeel dat de werkzaamheden, waarvoor de akte van benoeming van 20 oktober 2015 is opgesteld, in twee afzonderlijke benoemingen kunnen worden gesplitst waarop ook twee afzonderlijke arbeidsrechtelijke regimes van toepassing kunnen zijn. De bestreden beschikking wordt bekrachtigd.