Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 4 mei 2017
ECLI:NL:GHSHE:2017:1905
werknemer/X Benelux B.V.
Feiten
Werkneemster (1983) is op 1 april 2015 in dienst getreden bij het Kabelbedrijf in de functie van QA Coördinator op grond van een arbeidsovereenkomst voor een onbepaalde tijd. Haar salaris bedroeg laatstelijk € 3.163,55 bruto per maand. In juni 2015 bericht werkneemster aan werkgever dat zij heeft vernomen dat collega's racistische uitlatingen over haar doen en maant de werkgever tot actie. Nadien heeft zich een aantal incidenten voorgedaan waarbij collega's en werkneemster over en weer elkaar als schuldige aanwijzen. Werkneemster meldt zich ziek en overtreedt het verzuimprotocol (niet thuis voor controle en onjuiste verklaringen over afwezigheid). De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst op de g-grond ontbonden. Tegen dit oordeel keert werkneemster zich in hoger beroep. Zij stelt zich op het standpunt dat haar functie met zich brengt dat zij weerstand bij collega's oproept, maar de audits in kwaliteit toenemen.
Oordeel
Het hof oordeelt als volgt.
Verstoorde arbeidsrelatie door incidenten tussen werknemer en collega’s
Tussen partijen staat vast dat sprake is geweest van een aantal incidenten tussen werkneemster en werknemers van het Kabelbedrijf. Werkneemster heeft schriftelijke klachten ingediend over de incidenten met betrekking tot kennelijk openlijk racistische opmerkingen (30 juni 2015) en lastering (6 april 2016) en partijen hebben gesproken over het aanrijdingsincident (8 april 2016). Uit het door het Kabelbedrijf met stukken onderbouwde betoog blijkt dat de klachten zijn onderzocht, bijvoorbeeld door met de betrokken werknemers te spreken, dat daar waar nodig foto’s zijn gemaakt en dat met betrekking tot de klacht van 30 juni 2015 is gekomen tot beëindiging van een dienstverband. De omstandigheid dat deze werknemer tegen een voormalige collega van werkneemster zou hebben gezegd dat hij uit dienst is getreden wegens andere redenen, kan niet aan het Kabelbedrijf worden toegerekend. Anders dan werkneemster heeft aangevoerd, kan dan ook niet worden vastgesteld dat het Kabelbedrijf de (klachten over de) incidenten niet serieus heeft genomen en dat als gevolg daarvan een ernstig verstoorde arbeidsverhouding zou zijn ontstaan. Dat het Kabelbedrijf om haar moverende redenen tot een beëindigingsovereenkomst is gekomen met de ontslagen werknemer maakt dit oordeel niet anders. De omstandigheid dat werkneemster het Kabelbedrijf ondanks al het voorgaande kwalijk neemt dat zij niet adequaat zou zijn opgetreden, geeft juist blijk van een verstoorde verstandhouding tussen werkneemster en haar leidinggevenden bij het Kabelbedrijf. Ook het feit dat werkneemster aan de Duitse moeder over meer dan de opgedragen taken rapporteerde, valt haar aan te rekenen. Gelet op het vorenstaande, maar ook op het verhandelde ter zitting, is het hof van oordeel dat sprake is van een ernstig verstoorde arbeidsverhouding. Bij de bespreking van de incidenten heeft werkneemster de oorzaak van alle ter zitting afzonderlijk besproken conflicten telkens buiten zichzelf gelegd. Gelet op het voorgaande kon van het Kabelbedrijf, een onderneming met ongeveer veertig werknemers van wie zeven werknemers in de buitendienst werken, niet worden verlangd dat zij zou onderzoeken of werkneemster kon worden herplaatst in een andere functie. Werkneemster heeft niet betwist dat zij onvoldoende gekwalificeerd is voor herplaatsing bij de Holding.
Geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen werkgever
Naar het oordeel van het hof heeft werkneemster zelf een (groot) aandeel in de incidenten gehad, zodat niet kan worden geoordeeld dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van werkgever.