Naar boven ↑

Rechtspraak

QBuzz B.V./ondernemingsraad QBuzz Utrecht
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 3 mei 2017
ECLI:NL:RBMNE:2017:2223

QBuzz B.V./ondernemingsraad QBuzz Utrecht

Verzoek om vervangende toestemming ex artikel 27 lid 4 WOR afgewezen.

Feiten

Met ingang van 8 december 2013 heeft QBuzz de concessie van Connexxion overgenomen. Op dat moment gold voor de werknemers in het streekvervoer de bedrijfstak-cao OV, terwijl op de werknemers in het stadsvervoer de ondernemings-cao GVU van toepassing was. In het kader van de aanstaande transitie van de cao GVU naar de cao OV en de harmonisatie van de werktijdregeling heeft QBuzz overleg gevoerd met de vakbonden, de keuringscommissie en de OR. Op 7 juni 2016 heeft QBuzz met de vakbonden overeenstemming bereikt over het ‘Convenant transitie cao GVU-cao OV’, waarin is bepaald dat op de werknemers van Qbuzz met ingang van 1 juli 2016 – bij het ingaan van de zomerdienstregeling – de cao OV van toepassing zal zijn. Op 15 juni 2016 heeft de OR ingestemd met de voorgenomen zomerdienstregeling. Op 7 juli 2016 heeft de OR aan A laten weten niet te kunnen instemmen met de herfstdienstregeling. In oktober 2016 heeft QBuzz een voorstel over de hersteltijd aan de OR gedaan. De OR heeft dat voorstel afgewezen. Op 3 november 2016 heeft QBuzz aan de OR een overzicht gestuurd van de verbeteringen die in de winterdienstregeling zouden worden aangebracht. De OR vond dat de voorgestelde verruiming van de keertijd de diensten ‘beter rijdbaar’ maakt, maar voor de OR bleef er ‘discussie over de rust/hersteltijd’. Op 14 november 2016 heeft QBuzz de OR gevraagd in te stemmen met de voorgenomen winterdienstregeling. Op 18 november 2016 heeft de OR meegedeeld die instemming te onthouden. Nadat QBuzz het besluit had genomen heeft de OR op 8 december 2016 een beroep op de nietigheid van dat besluit gedaan.

Oordeel

Het gaat in dit geding om de vraag of de kantonrechter aan QBuzz, ter vervanging van de aan de OR gevraagde maar door de raad niet verleende instemming, toestemming dient te verlenen voor de invoering van de winterdienstregeling.

Onthouding van instemming ondeugdelijk?

Voor zover QBuzz doelt op de betrokkenheid van de OR en keuringscommissie bij de totstandkoming van de afspraken die QBuzz over de harmonisatie van de werktijdregeling heeft gemaakt, miskent zij dat de kern van het bezwaar van de OR tegen de winterdienstregeling, inhoudende dat er door de harmonisatie ‘geen noemenswaardige verschillen in rust- en hersteltijden’ zullen optreden. Ook gaat Qbuzz eraan voorbij dat de OR bij herhaling aan de orde heeft gesteld dat er groot belang in werd gesteld dat er door de harmonisatie ‘geen noemenswaardige verschillen in rust- en hersteltijden’ zouden optreden. Op grond van bovenstaande kan de kantonrechter niet concluderen dat de OR zich voorafgaande aan haar weigering om in te stemmen met de winterdienstregeling daaraan op enigerlei wijze heeft gecommitteerd, ook kan QBuzz niet worden gevolg in haar standpunt dat de OR zijn beslissing tot onthouding van die instemming niet deugdelijk heeft gemotiveerd.

Afweging van de argumenten van Qbuzz tot de invoering van de winterdienstregeling

De kantonrechter komt toe aan de afweging van de argumenten van QBuzz, die haar hebben geleid tot de invoering van de winterdienstregeling, tegen die van de OR, om de gevraagde instemming te onthouden. Dat QBuzz er bedrijfseconomisch belang bij had om de winterdienstregeling in te voeren zoals zij zich die voorstelde, staat niet ter discussie. Uiteraard stijgt de productiviteit in de concessie als de tijd dat chauffeurs rijden toeneemt en daalt die als zij langer stilstaan. Omdat dit niet anders was op het moment dat QBuzz zich ertoe verplichtte om bij de harmonisatie van de werktijdregeling geen noemenswaardige verschillen in rust- en hersteltijden te laten ontstaan, draait het in dit geding om de vraag of deze toezegging door QBuzz gestand is gedaan. De successievelijke vermindering van de ‘adempauze’ van de chauffeurs zou door de inroostering van herstel- en correctietijd neerkomen op een daling tot respectievelijk 89% (proefpakketten), 63% (in de zomerdienstregeling) en 78% (in de winterdienstregeling). Het moge zo zijn dat de maatstaf van het convenant enige ruimte laat voor vermindering van de hersteltijd, maar de ondernemingsraad heeft redelijkerwijs mogen concluderen dat met een vermindering naar 78% die ruimte te buiten ging. In de geschetste omstandigheden bestaan er aan de zijde van QBuzz, anders dan zij meent, geen zwaarwegende redenen voor het verlenen van de verzochte vervangende toestemming. De beperkte productiviteit en winstgevendheid van de Utrechtse concessie was voor QBuzz geen reden om in juni 2016 met de vakbonden niet de afspraak te maken die onder 2 van het convenant is opgenomen. QBuzz kan dan ook in redelijkheid niet volhouden dat zij er thans een zwaarwegend bedrijfseconomisch belang bij heeft om die afspraken niet te hoeven naleven.