Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 3 mei 2017
ECLI:NL:RBDHA:2017:4689
werkneemster/Apotheek de Nachtwacht Leiden C.V.
(Vervolg AR 2017-0578.) De kantonrechter overweegt dat hij naar aanleiding van hetgeen De Nachtwacht bij akte heeft opgemerkt geen reden ziet terug te komen op wat hij eerder heeft overwogen. Uitgangspunt blijft derhalve dat De Nachtwacht in strijd met de wederindiensttredingsvoorwaarde heeft gehandeld door een ander dan werkneemster (weer) in dienst te nemen als apothekersassistente. De kantonrechter overweegt dat beoordeeld moet worden of De Nachtwacht aan de wederindiensttredingsvoorwaarde heeft voldaan door in het kader van schikkingsonderhandelingen werkneemster op 19 januari 2017 alsnog aan te bieden het werk voor 5 uur per week te hervatten. De kantonrechter overweegt dat dat niet het geval is. Aan het bezwaar van werkneemster dat De Nachtwacht uit de school van de schikkingsonderhandelingen klapt, gaat de kantonrechter voorbij. De vertrouwelijkheid van schikkingsonderhandelingen is uiteraard van groot belang, maar op de eventuele schending hiervan staan hoogstens tuchtrechtelijke sancties. Er is geen rechtsregel die de kantonrechter belemmert van mededelingen hierover kennis te nemen, temeer niet nu werkneemster nog in de gelegenheid is geweest op de betreffende productie te reageren, van welke gelegenheid zij ook gebruik heeft gemaakt. Door te volstaan met overlegging van de betreffende productie plus een summiere toelichting daarop heeft De Nachtwacht echter naar het oordeel van de kantonrechter, mede gelet op het verweer van werkneemster, niet voldoende onderbouwd dat is voldaan aan de wederindiensttredingsvoorwaarde. Nu De Nachtwacht zich alsnog op naleving van deze voorwaarde beroept, had het op haar weg gelegen haar aanbod nader toe te lichten en nadere gegevens te verstrekken, zoals (een onderbouwing van) de omvang van de kennelijk inmiddels bestaande vacatureruimte, de actuele stand van zaken met betrekking tot het werknemersbestand en de anciƫnniteit daarvan enzovoort. Zoals in de eerdere tussenbeschikking van 4 januari 2017 is overwogen is de opzegging van de arbeidsovereenkomst per 1 januari 2017 om deze reden, gelet op het bepaalde in artikel 7:681 lid 1 onderdeel d BW, vernietigbaar. Werkneemster heeft hierop een beroep gedaan en de kantonrechter is van oordeel dat de opzegging inderdaad om voormelde redenen voor vernietiging in aanmerking komt. Dit leidt ertoe dat de opzegging nooit heeft plaatsgevonden en dat de arbeidsovereenkomst is blijven voortbestaan.