Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 12 november 2015
ECLI:NL:RBAMS:2015:10239
Centraal Bureau Rijvaardigheid/werkneemster
Feiten
Werkneemster is sedert 1 september 1996 in dienst van CBR als rijexaminator. Sinds 2011 is er kritiek op het functioneren van werkneemster. Haar slagingspercentage is over een aantal jaar als te laag beoordeeld, waarna werkneemster is gestart met een opleiding. De conclusie van de eindevaluatie van 2 juli 2015 is dat het na een intensieve opleiding van drie maanden niet gelukt is om de vaardigheden van werkneemster op het gewenste niveau te krijgen, met name waar het gaat om het combineren van vakinhoudelijke kennis met communicatieve vaardigheden en empathisch vermogen. Op 10 augustus 2015 heeft werkneemster zich ziek gemeld. CBR verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens disfunctioneren.
Oordeel
CBR heeft er (tevergeefs) alles aan gedaan om het functioneren van werkneemster op het gewenste niveau te krijgen. Dat is niet gelukt, omdat werkneemster blijvend tekortschiet in haar communicatieve vaardigheden, die sedert 2008 kennelijk van meer belang zijn dan daarvoor. Dit tekortschieten houdt geen verband met de gezondheidstoestand van werkneemster. Als werkneemster niet ziek is maar aan het werk, dan dient zij aan de eisen van het vak te voldoen en op een correcte wijze rijexamens af te nemen. Dit is zowel van belang voor de kandidaten als van algemeen belang. Anders dan werkneemster acht de kantonrechter het stelselmatig (te) lage slagingspercentage wel degelijk een indicatie van de (on)geschiktheid van werkneemster voor haar functie. Coaching en een heropleiding op maat hebben niet tot voldoende verbetering geleid. De kantonrechter concludeert dat het opzegverbod tijdens ziekte niet in de weg staat aan de verzochte ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De aangeboden transitievergoeding, waarvan de berekening niet is betwist, zal dan ook worden toegewezen. Er is geen aanleiding voor toekenning van een billijke vergoeding aan werkneemster.