Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Hago Rail Services B.V.
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 17 mei 2017
ECLI:NL:RBMNE:2017:2526

werknemer/Hago Rail Services B.V.

Overlegging deskundigenverklaring ex artikel 7:629a BW niet vereist. Vordering tot loondoorbetaling arbeidsongeschikte werknemer toegewezen, omdat er een nieuwe periode van maximaal 104 weken in de zin van artikel 7:629 BW is aangevangen.

Feiten

Op 1 oktober 2012 is werknemer als schoonmaker van treinen bij HRS in dienst getreden. Sinds 4 december 2014 is werknemer arbeidsongeschikt. Vanaf 29 augustus 2016 heeft werknemer weer nachtdiensten gedraaid. Op 29 augustus 2016 adviseerde de bedrijfsarts ‘een duurzaamheidstoets van vier weken, gezien de duur van het herstel tot heden en het weer aanvangen van nachtdienst.’ Op 18 januari 2017 is werknemer opnieuw uitgevallen. Op 2 februari 2017 heeft de bedrijfsarts geoordeeld dat sprake is van ‘dezelfde klachten’ als bij de eerdere langdurige uitval. Als eerste ziektedag vermeldde de bedrijfsarts 6 januari 2017. Bij brief van 10 maart 2017 heeft HRS werknemer erop gewezen dat hij een WIA-aanvraag moet indienen. Vanaf 3 maart 2017 heeft HRS geen loon meer aan werknemer betaald. Thans vordert werknemer loondoorbetaling. Werknemer legt aan zijn vordering ten grondslag dat de arbeidsongeschiktheidsperiode die op 4 december 2014 aanving op 29 augustus 2016 is geëindigd, toen hij de bedongen arbeid weer volledig is gaan verrichten. Op 18 januari 2017 is daarom volgens hem een nieuwe ziekteperiode begonnen, zodat HRS gehouden is hem het loon opnieuw gedurende maximaal 104 weken volledig door te betalen.

Oordeel

Deskundigenverklaring ex artikel 7:629a BW

Tussen partijen is niet in geschil dat werknemer vanaf 18 januari 2017 wegens ziekte verhinderd is de bedongen arbeid te verrichten en dat zijn loonvordering ziet op een periode van arbeidsongeschiktheid. Werknemer heeft er dan ook van mogen uitgaan dat hij voorafgaande aan dit kort geding niet eerst een second opinion bij het UWV hoefde te vragen, zeker niet nadat HRS bij brief van 10 maart 2017 melding had gemaakt van een eerdere arbeidsongeschiktheidsperiode ‘van 4 december 2014 tot 10 oktober 2016.’ Het op artikel 7:629a BW gebaseerde verweer wordt dan ook verworpen.

Nieuwe periode van maximaal 104 weken in de zin van artikel 7:629 BW aangevangen

Het komt in dit kort geding aan op de vraag of de gezondheidstoestand van werknemer eraan in de weg heeft gestaan dat hij op en na 29 augustus 2016 in kon worden ingezet. Daarbij is van belang hoe in die periode de inroostering in z’n werk is gegaan. De heer A heeft met werknemer over diens roosterwensen gesproken, waarbij werknemer volgens A heeft gezegd een voorkeur te hebben voor werk dicht bij huis. Uit deze gang van zaken volgt niet dat werknemer om gezondheidsredenen niet is ingezet. Hierbij neemt de kantonrechter mede in aanmerking dat uit het verloop van de re-integratie tot 29 augustus 2016 blijkt dat op het laatst alleen nog het werken in de nacht aan volledige werkhervatting in de weg stond en dat dit beletsel eind augustus 2016 volgens de bedrijfsarts was weggevallen. Ook indien zou komen vast te staan dat het werken in nachtdienst mede heeft bijgedragen aan hernieuwde uitval was dit kennelijk in augustus/september 2016 niet te voorzien. De wettelijke regeling van de loondoorbetaling bij ziekte verzet zich ertegen om in dit geval, retrospectief en met terugwerkende kracht, de verrichte arbeid aan te merken als iets anders dan de bedongen arbeid. Hieruit volgt dat werknemer vanaf 26 september 2016 weer volledig hersteld was en de bedongen arbeid weer voor ten minste vier weken achtereen heeft verricht. Op (27 november 2016 en) 6 januari 2017 is dus (telkens) een nieuwe periode van maximaal 104 weken in de zin van artikel 7:629 BW aangevangen. De arbeidsongeschiktheid die vervolgens op 18 januari 2017 is begonnen, moet op grond van artikel 7:629 lid 10 BW worden samengeteld met die van 6 tot en met 11 januari 2017, nu tussendoor minder dan vier weken zijn verstreken. De vordering van werknemer wordt derhalve toegewezen.