Rechtspraak
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 29 mei 2017
ECLI:NL:RBGEL:2017:2872
werknemer/Farma Clean & Delivering B.V.
Feiten
Werknemer is in dienst bij Farma Clean en is arbeidsongeschikt. Farma Clean heeft werknemer passende arbeid aangeboden, maar deze arbeid wordt door werknemer niet verricht. Farma Clean heeft om die reden de loonbetaling aan werknemer gestaakt. Werknemer is van oordeel dat de aangeboden arbeid niet passend is en vordert bij wege van voorschot onder meer betaling van loon/ziekengeld, primair op grond van artikel 7:629 BW en subsidiair op grond van artikel 7:628 BW. Werknemer heeft deze vordering in kort geding eerder aanhangig gemaakt jegens Farma Clean, maar de kantonrechter heeft de vorderingen van werknemer toen afgewezen. Werknemer beschikt inmiddels over een nieuw deskundigenoordeel en legt de zaak opnieuw voor aan de kantonrechter.
Oordeel
De kantonrechter is van oordeel dat elke vordering die door een eiser wordt ingediend, door de civiele rechter beoordeeld dient te worden, ook al betreft het dezelfde procespartijen, ook al worden dezelfde vorderingen ingediend. Echter, het is aan werknemer om nieuwe feiten en omstandigheden te stellen en (bij betwisting) aannemelijk te maken op grond waarvan er alsnog anders beslist zou moeten worden. Het deskundigenoordeel van het UWV is zo’n ‘novum’. De aangeboden werkzaamheden zijn volgens werknemer niet passend wegens het vervoersprobleem van en naar zijn huis en de beperking van het traplopen in combinatie met de voorwaarde dat hij in een verwarmde omgeving moet werken. Dit zou blijken uit het rapport van de arbeidsdeskundige van het UWV. De kantonrechter is echter van oordeel dat uit dit rapport niet blijkt dat de aan werknemer aangeboden andere werkzaamheden niet passend zouden zijn. Het enkele feit dat werknemer niet in staat is (vanwege de krukken) met de scooter zijn werkplek bij Farma Clean te bereiken en ook niet van het openbaar vervoer gebruik kan maken, omdat de afstand tussen de bushalte en zijn werkplek bij Farma Clean te groot is, leidt niet tot een ander oordeel. Op goede gronden wordt door Farma Clean aangevoerd, verwijzend naar de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch d.d. 23 juli 2013, dat het vervoersprobleem een omstandigheid is die voor zijn rekening komt, althans in zijn risicosfeer ligt. Werknemer is dan ook onterecht niet op zijn werkplek verschenen. Daarnaast blijkt uit de rapportage van de arbeidsdeskundige dat werknemer bij de verzekeringsarts van het UWV heeft verklaard dat hij eenmaal per dag de trap naar de verwarmde kantoorruimte op zou kunnen lopen. Bovendien heeft Farma Clean aangevoerd dat de temperatuur op de begane grond momenteel minimaal 17 graden bedraagt en zij bereid is een kachel te plaatsen. De kantonrechter is voorlopig dan ook van oordeel dat niet, althans onvoldoende is gebleken dat werknemer wegens ziekte niet in staat is de aangepaste werkzaamheden te verrichten, zodat de vorderingen op de primaire grondslag worden afgewezen. Ook de subsidiaire grondslag leidt niet tot toewijzing van de vorderingen. Werknemer heeft geen feiten of omstandigheden gesteld op grond waarvan vooralsnog zou moeten worden aangenomen dat hij de aangepaste werkzaamheden niet heeft kunnen verrichten vanwege oorzaken die in redelijkheid voor Farma Clean behoren te komen.