Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Stichting Maasstad Ziekenhuis
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 29 januari 2016
ECLI:NL:RBROT:2016:10401

werknemer/Stichting Maasstad Ziekenhuis

Ontslag op staande voet verpleegkundige wegens inzien patiëntendossier zwager waar hij uit hoofde van zijn functie niet toe gerechtigd was, is, gelet op de omstandigheden van het geval, niet rechtsgeldig.

Feiten

Werknemer werkt sinds 1 augustus 2003 bij Maasstad. Hij is werkzaam als gespecialiseerd dialyseverpleegkundige. Werknemer is na een anonieme tip op staande voet ontslagen, omdat hij zich in de periode van 9 oktober 2014 tot en met 10 december 2014 twintigmaal toegang heeft verschaft tot een patiëntendossier waar hij uit hoofde van zijn functie niet toe gerechtigd was. De patiënt in wiens dossier werknemer heeft gekeken is de inmiddels overleden broer van zijn schoonzus (de vrouw van zijn broer). Werknemer verzoekt vernietiging van het ontslag.

Oordeel

Het staat tussen partijen niet ter discussie dat bescherming van medische gegevens van patiënten (van Maasstad) van het grootste belang is. Ter discussie staat ook niet dat werknemer iets gedaan heeft, waartoe hij niet gemachtigd was, namelijk het meerdere malen inzien van het elektronisch patiëntendossier van de broer van zijn schoonzus. Het enkele feit dat hij dit heeft gedaan leidt echter niet per definitie tot het oordeel dat Maasstad werknemer terecht op staande voet ontslagen heeft. Werknemer heeft niet uit louter nieuwsgierigheid een dossier ingezien. Het ging om het dossier van de broer van zijn schoonzus, een dossier dat naar de schoonzus verklaart op haar verzoek is ingezien, met medeweten van haar broer (omdat zij moeite hadden met de Nederlandse taal). Maasstad verwijst naar vele reglementen en richtlijnen maar niet één ervan vermeldt de sanctie ‘ontslag op staande voet’ met zoveel woorden. Ook maakt Maasstad niet aannemelijk dat op een andere, niet mis te verstane wijze aan de werknemers duidelijk is gemaakt dat deze zware sanctie op schending van het privacybeleid staat. De kenbaarheid is dan ook op zijn zachtst gezegd omstreden. Hierbij komt dat werknemer aanvankelijk tegen zijn schoonzus heeft gezegd dat hij niet aan haar verzoek kon voldoen. Pas nadat zij een brief aan hem had verstrekt (waarin staat dat zij zaakwaarnemer is) heeft hij de beslissing genomen het patiëntendossier te raadplegen. Hoewel zijn aanname dat deze ‘machtiging’ toereikend was formeel gesproken onjuist is (hetgeen hem als niet-jurist nog wel vergeven kan worden) en hij daarenboven als verpleegkundige beter had moeten weten (de verklaring maakte immers sowieso niet dat hij hiermee in een behandelrelatie kwam te staan tot de patiënt, hetgeen cruciaal is om überhaupt ooit raadpleegrechten te hebben), is het niet ondenkbaar dat werknemer, wetende dat de medewerkers die in 2013 uit nieuwsgierigheid in een dossier keken slechts een berisping kregen, de afweging heeft gemaakt dat, gegeven zijn (altruïstischer) motieven, een eventuele sanctie voor hem in elk geval niet ernstiger kon uitpakken. Toen Maasstad werknemer confronteerde met de feiten, is door hem meteen openheid van zaken gegeven. Dat hij informatie uit het dossier van de broer van zijn schoonzus heeft gedeeld met derden blijkt nergens uit. Zijn schoonzus verklaart dat werknemer slechts uitlegde wat zij sowieso al wisten. Werknemer heeft een fout gemaakt. Het gaat echter wel om een fout waar hij een (plausibel) ‘verhaal’ voor heeft. Het gaat kennelijk ook om zijn eerste fout in de dertien jaar dat werknemer nu bij Maasstad werkt. Een minder vergaande sanctie dan ontslag op staande voet was op zijn plaats geweest. Dit betekent dat het op 20 november 2015 door Maasstad aan werknemer gegeven ontslag op staande voet vernietigd wordt. Het door Maasstad ingediende voorwaardelijk ontbindingsverzoek wordt afgewezen.