Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 11 april 2016
ECLI:NL:RBDHA:2016:17092
Masters in Finance B.V./werknemer
Feiten
Werknemer is sinds 2015 in dienst bij Masters in Finance B.V. (MIF). MIF heeft op 17 februari 2016 verzocht de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden op basis van de d-grond. Het disfunctioneren bestaat erin dat werknemer door onzorgvuldig handelen en ongestructureerd werken zijn doelstellingen (‘targets’) niet haalde. Werknemer heeft een voorwaardelijk tegenverzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ingediend. Hij legt daaraan ten grondslag dat MIF de verhoudingen tussen partijen zodanig heeft verstoord dat sprake is van omstandigheden als bedoeld in artikel 7:671c BW.
Oordeel
Ontbindingsverzoek werkgever
Dat werknemer zijn ‘targets’ niet zou hebben gehaald, is feitelijk onjuist gebleken. Ook al zou dat anders zijn, dan rechtvaardigt dat naar het oordeel van de kantonrechter niet zonder meer de conclusie dat een werknemer disfunctioneert. Daarbij kunnen immers buiten het functioneren van de werknemer gelegen factoren meespelen. Het ligt dus op de weg van MIF om feiten en omstandigheden te stellen waaruit volgt dat werknemer zijn werk niet goed doet, los van de vraag of er ‘targets’ zijn gehaald. De verwijten die in het verzoekschrift staan vermeld, zijn naar het oordeel van de kantonrechter te algemeen geformuleerd om daaruit disfunctioneren af te kunnen leiden. Het verzoek van de werkgever tot ontbinding wordt afgewezen.
Ontbindingsverzoek werknemer
In de gesprekken die met werknemer zijn gevoerd, is hem steeds voorgespiegeld dat hij zijn ‘targets’ niet haalde. Nu dat niet juist blijkt te zijn, moet de conclusie luiden dat MIF werknemer steeds van onjuiste informatie heeft voorzien, terwijl de van belang zijnde cijfers blijkens de door werknemer overgelegde producties bij MIF voorhanden waren. Op grond van deze onjuiste informatie is met werknemer op 28 januari 2016 gesproken over een beëindiging van zijn dienstverband. Dat dienstverband had toen net een jaar geduurd. De beoordeling van werknemer over het eerste kwartaal was goed. Van enige begeleiding, anders dan algemene opmerkingen, is niet gebleken. Werknemer is op 2 februari 2016 op non-actief gesteld, en hij is gedwongen zijn door MIF ter beschikking gestelde auto en telefoon in te leveren. Op de zitting heeft MIF gezegd niet te weten waarom de op non-actiefstelling nodig was. De hiervoor weergegeven gang van zaken leidt naar het oordeel van de kantonrechter tot de conclusie dat MIF heeft gehandeld in strijd met de vereisten van goed werkgeverschap. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst en oordeelt dat MIF ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, zodat werknemer een billijke vergoeding zal worden toegekend van € 6000 bruto.