Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 27 juni 2017
ECLI:NL:RBAMS:2017:4589
A. c.s./Koninklijke Luchtvaart Maatschappij N.V. c.s.
Feiten
VNV is als enige werknemersvereniging partij aan werknemerszijde bij de collectieve arbeidsovereenkomst voor KLM-vliegers op vleugelvliegtuigen (hierna: de cao). De acht eisers in de onderhavige procedure zijn allen in dienst van KLM als gezagvoerder. De arbeidsovereenkomsten van deze vliegers bevatten een incorporatiebeding op grond waarvan de cao op de arbeidsovereenkomst van toepassing is. De vliegers voeren aan dat dat KLM met de per 1 januari 2015 in werking getreden cao handelt in strijd met het verbod op leeftijdsdiscriminatie door de pensioenleeftijd stapsgewijs op te hogen van 56 tot 58 jaar en hen daarvan vanwege hun leeftijd uit te sluiten. De vliegers zouden ook tot hun 58ste willen doorvliegen en worden benadeeld ten opzichte van hun jongere collega’s doordat KLM hen die mogelijkheid niet biedt. Voorts stellen de vliegers zich op het standpunt dat KLM door de gestaffelde verhoging van de pensioenleeftijd boventalligheid ‘wegmanaget’. Hierdoor handelt KLM in strijd met het ontslagrecht, meer in het bijzonder het afspiegelingsbeginsel. KLM en VNV erkennen – samengevat – dat in de overgangsregeling onderscheid naar leeftijd wordt gemaakt maar voeren aan dat dit objectief gerechtvaardigd is.
Oordeel
Rechtspraak Hoge Raad
De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 8 oktober 2004 (NJ 2005/117) geoordeeld dat het pensioenontslag voor vliegers bij KLM bij het bereiken van de leeftijd van 56 jaar objectief gerechtvaardigd is. Dit oordeel is bevestigd in het arrest van de Hoge Raad van 13 juli 2012 (NJ 2012/547) dat dateert van na de inwerkingtreding van de WGBL. Alhoewel de vliegers op zich terecht hebben aangevoerd dat het daar ging om een andere beoordeling – het betrof de voor alle vliegers geldende pensioenleeftijd van 56 terwijl thans de vraagt voorligt of er sprake is van leeftijdsdiscriminatie omdat de vliegers vanwege hun geboortedatum niet (geheel) kunnen deelnemen aan wat zij de doorvliegregeling noemen – waren de doelen, die KLM en VNV voor dat onderscheid stelden te hebben en die door de Hoge Raad legitiem werden geacht, dezelfde als die thans door hen naar voren zijn gebracht.
Legitiem doel
Het belangrijkste doel wat KLM en VNV met de stapsgewijze verhoging nastreven is een gezond doorstroombeleid met een spreiding van de stagnatie onder de jongere vliegers. In dit verband hebben zij toegelicht dat en hoe door de verhoging van de pensioenleeftijd de doorstroming van jongere vliegers stagneert. De vliegers hebben dit betwist maar de kantonrechter kan hen in dit betoog niet volgen. De reden om de pensioenleeftijd stapsgewijs te verhogen is dat de doorstroom niet te veel en niet schoksgewijs stagneert en dat de inkomsten- en pensioenverwachtingen van de jongere vliegers niet te zeer worden geschaad. De kantonrechter merkt dit aan als een legitiem doel, waarbij zij van belang acht dat de oudere vliegers – die van meet af aan een pensioenleeftijd van 56 voorgehouden hebben gekregen en wiens verwachtingen dus niet worden geschaad – in een tijd van groei hebben gevlogen en dus om die reden snel zijn doorgestroomd.
Passend en noodzakelijk middel
Het middel van de overgangsregeling acht de kantonrechter passend en noodzakelijk om het aldus legitiem bevonden doel te bereiken. Ook is het middel – de overgangsregeling – proportioneel. KLM en VNV hebben de belangen van de vliegers in de verschillende leeftijdscategorieën zorgvuldig afgewogen. Als onweersproken staat vast dat KLM en VNV flankerende maatregelen hebben genomen om de pijn voor de verschillende categorieën zo veel mogelijk te verzachten. Concluderend is de kantonrechter van oordeel dat het leeftijdsonderscheid in de overgangsregeling objectief gerechtvaardigd en dus niet verboden in de zin van de WGBL is.
Geen verkapte reorganisatie
Met een beroep op het arrest van het Hof Amsterdam van 18 september 2015 (JAR 2015/184) hebben de vliegers nog gesteld dat er sprake is van een verkapte reorganisatie en dat KLM in strijd met het afspiegelingsbeginsel handelt. Ter onderbouwing verwijzen zij naar een antwoord dat VNV-bestuurslid X tijdens een KLM-ledenraad gaf, inhoudende dat er ongeveer 147 fte boventallig raken door de invoering van de cao en waarbij hij het woord ‘wegmanagen’ gebruikte. KLM en VNV hebben beiden uitdrukkelijk betwist dat er vliegers boventallig zijn en KLM heeft ter zitting zelfs verklaard dat er sprake is van een lichte groei. KLM heeft uitdrukkelijk afstand genomen van de opmerking van X. VNV voert aan dat de cao-maatregelen in de toekomst mogelijk drukken op het aantal benodigde vliegers maar dat dit potentiële overschot zich voor een deel op natuurlijke wijze zal oplossen door de komst van nieuwe toestellen (B787) bij KLM. De vliegers hebben tegenover het aldus gevoerde verweer niets gesteld waaruit blijkt dat er desondanks wel sprake is van een reorganisatie, laat staan dat zij dit zouden hebben aangetoond, zoals zij stellen. Er worden juist KLM-vliegers langer in dienst gehouden als gevolg van de nieuwe cao. De door de vliegers voorgestane vergelijking met de uitspraak van het Hof Amsterdam gaat daarom mank.