Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek
Rechtbank Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 30 november 2016
ECLI:NL:RBDHA:2016:17098

werknemer/Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek

PMT heeft in aanvraagformulier en brief onjuiste hoogte van de pensioenaanspraken weergegeven. Dit betreft een eenzijdig gerichte rechtshandeling waarop de heer X gerechtvaardigd mocht vertrouwen.

Feiten

De heer X heeft als deelnemer in de pensioenregeling van PMT pensioen opgebouwd. In januari 2010 heeft de heer X PMT verzocht om een voorstel voor (gedeeltelijk) vervroegd pensioen. Bij brief van 21 april 2010 heeft PMT de heer X op zijn verzoek geïnformeerd en op het bijbehorende aanvraagformulier de pensioenaanspraken vermeld. Bij brief van 2 juli 2010 bevestigt PMT dat de heer X per 1 augustus 2010 recht heeft op een vervroegd ouderdomspensioen van € 59.025,53 bruto per jaar. Bij brief van 7 maart 2011 heeft PMT aan de heer X bericht dat het eerder genoemde pensioen te hoog is weergegeven en dat het per maart 2011 naar de juiste hoogte van de pensioenaanspraken zal worden aangepast. De heer X vordert (primair) onder meer voor recht te verklaren dat PMT jegens hem aansprakelijk is voor de gevolgen van de onjuist gecommuniceerde pensioenbedragen en (subsidiair) dat hij jegens PMT met terugwerkende kracht aanspraak heeft op betaling van de in de bevestigingsbrief van 2 juli 2010 toegekende pensioenbedragen. De heer X baseert zijn vordering primair op een onrechtmatige daad en stelt subsidiair dat PMT tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen jegens de heer X. 

Oordeel

De aansprakelijkheid van PMT hangt af van meer zaken dan alleen de correctheid van de gegeven informatie. Zo is onder meer ook van belang of door het verstrekken van onjuiste informatie schade is geleden. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de heer X zijn stelling dat hij schade heeft geleden onvoldoende onderbouwd. De enkele omstandigheid dat de heer X lagere pensioenbedragen ontvangt dan vermeld op het aanvraagformulier en de bevestigingsbrief van 2 juli 2010, is onvoldoende om te kunnen vaststellen dat hij daadwerkelijk schade heeft geleden. Gelet op het voorgaande zal het primair gevorderde worden afgewezen. De kantonrechter is van oordeel dat aan de heer X wel een beroep op gerechtvaardigd vertrouwen toekomt op basis van de door PMT in het aanvraagformulier verstrekte informatie. Van belang hierbij is dat PMT in haar hoedanigheid van pensioenuitvoerder, derhalve als deskundige, handelde en dat zij op verzoek van de heer X informatie aan hem heeft verstrekt op basis waarvan hij een onherroepelijke keuze heeft gemaakt. Dat de heer X, naar PMT heeft gesteld, mogelijk al in een eerder stadium zou hebben besloten om zijn arbeidsovereenkomst te beëindigen (mede) om andere redenen dan de hoogte van het inmiddels door hem opgebouwde pensioen, doet aan dat laatste niet af. De heer X heeft immers na ontvangst van het aanvraagformulier definitief de beslissing genomen om met vervroegd pensioen te gaan. Gelet hierop is de kantonrechter van oordeel dat het aanvraagformulier niet slechts informatief van aard is, doch dat daarmee tevens sprake is geweest van een rechtshandeling, een concreet tot de heer X gericht aanbod, van de zijde van PMT. De hoedanigheid van de heer X, een leek op het gebied van pensioenen, is daarbij mede van belang. Het had op de weg van PMT gelegen om, naast het betrachten van de nodige zorgvuldigheid bij het verstrekken van informatie, in ieder geval na ontvangst van het door de heer X ingevulde aanvraagformulier na te gaan of de daarop vermelde gegevens kloppen. In plaats daarvan heeft zij de heer X in de bevestigingsbrief van 2 juli 2010 wederom foutieve pensioenbedragen meegedeeld. Eerst in maart 2011 heeft PMT de door haar geconstateerde fout aan de heer X gemeld. Het voorgaande heeft gevolgen voor de subsidiaire vordering van de heer X. De kantonrechter zal de zaak dan ook aanhouden teneinde de heer X in de gelegenheid te stellen zich hierover uit te laten.