Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/X B.V.
Rechtbank Limburg (Locatie Roermond), 12 juli 2017
ECLI:NL:RBLIM:2017:6632

werknemer/X B.V.

Anderhalf jaar na einde arbeidsovereenkomst vraagt werknemer (internationaal chauffeur) zijn ex-werkgever om bescheiden die betrekking hebben op onder andere zijn gewerkte uren en betaald loon. vanwege vast salaris bestaat vermoeden dat overuren en diverse toeslagen niet juist zijn uitbetaald. Beroep op artikel 843a Rv toegewezen. Werkgever heeft fiscale bewaarplicht loonadministratie.

Feiten

Werknemer is van 1 februari 2011 tot 31 juli 2015 als chauffeur in dienst geweest van X B.V. dat zich bezighoudt met internationaal transport. Bij brief van 27 januari 2017 heeft werknemer bij X B.V. een verzoek ingediend om hem de bescheiden die betrekking hebben op zijn arbeidsovereenkomst, de door hem gewerkte uren en de door hem ontvangen loonbetalingen te verstrekken. Dit in verband met het feit dat hij vermoedt dat niet zijn volledige salaris is uitbetaald en hij zelf een en ander wil controleren. Aan dit verzoek is geen gehoor gegeven. Werknemer doet een beroep op artikel 843a Rv en vordert afgifte van de hiervoor genoemde bescheiden.

Oordeel

Om een verzoek op grond van artikel 843a Rv te kunnen toewijzen moet er sprake zijn van een rechtmatig belang bij de gevorderde bescheiden. Het rechtmatige belang kan ontbreken als het door werknemer geuite vermoeden feitelijk nergens op is gebaseerd. Het verzoek krijgt dan immers het karakter van een ‘fishing expedition’. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft werknemer ter zitting echter inzichtelijk gemaakt waarop het vermoeden is gebaseerd dat zijn ex-werkgever X B.V. niet alles betaald heeft waar hij recht op had. X B.V. heeft ook nog aangevoerd dat werknemer altijd alle bescheiden heeft ontvangen – hetgeen overigens wordt betwist door werknemer – en het zijn verantwoordelijkheid is als hij daarover niet meer beschikt. Met betrekking tot dit verweer is de kantonrechter van oordeel dat – zelfs als dat waar is – de werkgever de werknemer in ieder geval in het bezit moet stellen van bescheiden die deze nodig heeft om zijn loonvordering te kunnen becijferen. De stelling van X B.V. dat zij in het geheel niet meer over bescheiden zou beschikken, komt de kantonrechter ongeloofwaardig voor. Daarbij moet bedacht worden dat er ten aanzien van de gegevens met betrekking tot het salaris een (fiscale) bewaarplicht van zeven jaar geldt. Gelet op de fiscale consequenties is het onwaarschijnlijk dat de loonstroken en de gegevens waarop die zijn gebaseerd – de gegevens uit de tachograaf – zijn vernietigd. Bovendien is niet gebleken dat X B.V. die loonstroken niet alsnog of wederom kan verkrijgen via haar accountant, diens voorganger dan wel de opsteller van de loonstroken. Ten aanzien van de tachograafgegevens geldt dat deze digitaal zijn geadministreerd en opgeslagen. Een dergelijke opslag neemt geen fysieke plek in zodat er bij een ‘grote schoonmaak’ geen noodzaak was om deze te vernietigen. Het is dan ook niet aannemelijk dat deze gegevens zijn vernietigd. De kantonrechter wijst het gevorderde bevel tot inzage en afgifte van een kopie van de bescheiden toewijsbaar.