Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/De Spuiterij B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 7 juni 2017
ECLI:NL:RBNHO:2017:5425

werknemer/De Spuiterij B.V.

Werkgever krijgt een bewijsopdracht en dient aan te tonen dat werknemer tijdens ziekte werkzaamheden elders heeft verricht. Is dat het geval, dan is het gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig. Loonvordering werknemer bij wijze van voorlopige voorziening toegewezen.

Feiten

Werknemer is op 1 maart 2016 in dienst getreden bij De Spuiterij. De laatste functie die werknemer vervulde, is die van meewerkend voorman/leidinggevende werkplaats. Vanaf 27 september 2016 is werknemer uitgevallen wegens rugklachten. Op 27 februari 2017 is werknemer door De Spuiterij op staande voet ontslagen, kort gezegd omdat werknemer werkzaamheden elders heeft verricht tijdens zijn ziekte. Dit ontslag is bevestigd in een brief van dezelfde datum.

Oordeel

Het gaat in deze zaak primair om de vraag of het ontslag op staande voet moet worden vernietigd en of De Spuiterij moet worden veroordeeld tot doorbetaling van loon. De Spuiterij heeft aan het ontslag op staande voet van werknemer blijkens de onder de feiten geciteerde ontslagbrief ten grondslag gelegd dat werknemer tijdens zijn ziekte werkzaamheden elders heeft verricht, meer in het bijzonder in een pand aan de Stevinstraat te Heerhugowaard en op een avond in november 2016 in De Spuiterij, waarbij (bijna) brand is ontstaan. Als bijkomende omstandigheden heeft De Spuiterij genoemd dat werknemer tijdens het werk een collega heeft geslagen en een van de aandeelhouders heeft beledigd. Werknemer betwist stellig dat hij tijdens zijn ziekte elders heeft gewerkt en nuanceert het incident met collega X. Als vast komt te staan dat werknemer tijdens zijn arbeidsongeschiktheid elders werkzaamheden heeft verricht die in het verlengde liggen van zijn eigen werkzaamheden, dan is naar het oordeel van de kantonrechter het ontslag op staande voet terecht gegeven. Uit de door De Spuiterij overgelegde verklaringen kan weliswaar worden afgeleid dat werknemer op 29 november 2016 samen met ene Y en nog drie mannen in het pand van De Spuiterij is geweest, maar niet dat men werknemer daar die avond daadwerkelijk heeft zien werken. Voor wat betreft het verrichten van werkzaamheden in een pand op de Stevinstraat te Heerhugowaard verklaart Z dat zij op 7 februari 2017 heeft gezien dat werknemer in een auto kwam aanrijden, parkeerde, twee onderdelen uit de achterbak van de auto pakte en daarmee bij een pand naar binnen ging. Z verklaart echter ook dat de ramen van het pand waren afgeplakt, waardoor niet binnengekeken kon worden. Ook hier geldt dus dat Z niet heeft gezien dat werknemer die dag daadwerkelijk werkzaamheden heeft verricht. Hetgeen De Spuiterij ter ondersteuning van haar standpunt heeft overgelegd, is nog niet voldoende om thans reeds het bewijs geleverd te achten dat werknemer tijdens zijn ziekte elders heeft gewerkt, zulks mede in het licht van hetgeen werknemer daartegenover heeft gesteld. Daarom zal De Spuiterij overeenkomstig haar bewijsaanbod in de gelegenheid worden gesteld haar stelling te bewijzen. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. Werknemer verzoekt de kantonrechter om op grond van artikel 223 Rv voor de duur van de procedure een voorlopige voorziening te treffen, te weten dat De Spuiterij wordt veroordeeld tot doorbetaling van het loon en tewerkstelling, althans werknemer in staat te stellen de re-integratie te hervatten. Voor nader onderzoek naar bepaalde feiten en omstandigheden of voor bewijslevering door bijvoorbeeld getuigen is in deze zaak geen plaats. Dat moet gebeuren in de hoofdzaak. Het gaat in de zaak van de voorlopige voorziening om de vraag of het ontslag op staande voet – naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter – al dan niet rechtsgeldig is. In het kader van de gevraagde voorlopige voorziening is in onvoldoende mate komen vast te staan dat werknemer tijdens ziekte elders heeft gewerkt. Dat betekent dat het verzoek om een voorlopige voorziening zal worden toegewezen. De Spuiterij zal worden veroordeeld tot betaling van loon en tewerkstelling van werknemer in die zin dat werknemer in staat wordt gesteld de re-integratie te hervatten.