Rechtspraak
werknemer/Stichting tanteLouise
Feiten
Werknemer (geboren 1961) is op 1 april 1992 in dienst getreden van tanteLouise, laatstelijk werkzaam als chef-kok. In verband met de stelselwijziging in de zorg (hervorming van de AWBZ en overdracht van verantwoordelijkheden van de rijksoverheid naar de gemeenten) heeft tanteLouise een reorganisatie moeten doorvoeren. Werknemer is per 1 november 2015 ontslagen. Op 7 december 2015 meldt werkgever dat een andere chef-kok vrijwillig ontslag heeft genomen, zodat er weer formatieruimte vrij is gekomen. Een andere ontslagen werknemer wordt op grond van de wederindiensttredingsregel teruggehaald. Volgens werknemer is het afspiegelingsbeginsel verkeerd toegepast. Volgens het hof zijn – voor toepassing van artikel 13 Ontslagregeling – de aanstelling, de bijbehorende loonschaal en de werkzaamheden die de werkgever op grond van arbeidsovereenkomst van betrokkenen kan verlangen, bepalend, en niet, zoals werknemer verdedigt, de werkzaamheden die de werkgever betrokkenen feitelijk laat verrichten.
Conclusie A-G (Keus)
Volgens werknemer is het hof ten onrechte uitgegaan van een andere, engere beoordelingsmaatstaf, waarin het zou (mogen) gaan om een slechts papieren werkelijkheid. Niet (uitsluitend) bepalend is de aanstelling en bijbehorende loonschaal die medewerkers van tanteLouise op grond van hun arbeidsovereenkomst hebben en de werkzaamheden die tanteLouise op grond daarvan van hen kan verlangen. Het hof heeft miskend dat het erop aankomt of de functies gelijkwaardig zijn en dat zulks inhoudelijk beoordeeld moet worden, bij welke inhoudelijke beoordeling van belang is of minst genomen kan zijn wat werknemer heeft gesteld met betrekking tot een verschil in functie-inhoud en vereiste kennis en vaardigheden. Het hof is niet of onvoldoende overgegaan tot een dergelijke inhoudelijke beoordeling op gelijkwaardigheid, aldus werknemer. Deze klacht faalt. ’s Hofs vooropgestelde beoordelingsmaatstaf voor het onderhavige geval is niet met artikel 13 Ontslagregeling onverenigbaar. Toepassing van deze maatstaf, waarbij de in de overweging genoemde elementen in onderlinge samenhang worden beschouwd, impliceert een inhoudelijke beoordeling van de uitwisselbaarheid van de functies, waarbij functie-inhoud en vereiste kennis en vaardigheden in aanmerking worden genomen. De overweging dat het daarbij mede aankomt op de werkzaamheden die tanteLouise op grond van de aanstelling van de andere chef-koks kan verlangen en niet op de feitelijke werkzaamheden die zij de chef-koks laat verrichten, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het verwijt dat daarmee doorslaggevende betekenis wordt toegekend aan een papieren werkelijkheid, snijdt mijns inziens geen hout. Veeleer wordt met de bedoelde benadering voorkomen dat de werkelijkheid tekort wordt gedaan door doorslaggevende betekenis toe te kennen aan de feitelijke situatie, waarin de andere chef-koks in weerwil van hun aanstelling en de daarvoor vereiste kennis en vaardigheden kokswerk verrichten omdat tanteLouise teveel chef-koks in dienst had. De toelichting op artikel 13 Ontslagregeling dwingt niet tot een andere opvatting. Veeleer het tegendeel is het geval. In de toelichting wordt juist benadrukt dat voor de beoordeling van de uitwisselbaarheid de feitelijk uitgevoerde werkzaamheden op zichzelf juist niet beslissend zijn.
Oordeel
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep onder verwijzing naar artikel 81 RO.