Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 10 augustus 2017
ECLI:NL:RBAMS:2017:6685
X/Darwin Recruitment B.V.
Feiten
Darwin werft op verzoek van opdrachtgevers/derden kandidaten, die IT-gerelateerde werkzaamheden kunnen verrichten. X heeft met Darwin op 13 september 2016 een overeenkomst gesloten (memorandum). Bij het memorandum is overeengekomen dat X van 20 september 2016 tot 18 maart 2017 ten behoeve van Universit werkzaamheden zou verrichten. In het memorandum is bepaald dat Darwin alle goedgekeurde uren die in de vorige maand zijn gewerkt, betaalt; niet gewerkte uren worden niet betaald. Vanaf het begin heeft X (regelmatig meer dan) 40 uur per week voor Universit gewerkt. Universit was zeer tevreden met de werkzaamheden van X en heeft dat aan Darwin laten blijken. Op 10 februari 2017 heeft X aan Universit per e-mail de vraag gesteld hoe het met zijn overuren zit. Bij e-mail van 15 februari 2017 heeft Universit X bericht dat overuren niet worden uitgekeerd, nu de externen (zoals X) gelijk worden behandeld als de internen (de vaste medewerkers van Universit). Op 27 februari 2017 heeft X mondeling van Universit vernomen dat hij daar niet meer zou worden ingezet. Bij e-mail van 27 februari 2017 heeft Universit Darwin bericht dat zij het contract met X per omgaande (zullen) beƫindigen. Bij brief van 6 maart 2017 heeft X bij Darwin aanspraak gemaakt op zijn gebruikelijke loon totdat het contract rechtsgeldig was opgezegd. Bij e-mail van 13 maart 2017 heeft Darwin X bericht dat hij op 27 februari 2017 door Universit op staande voet is ontslagen en dat daarom de overeenkomst tussen X en Darwin met onmiddellijke ingang van 27 februari 2017 tot een einde was gekomen. X heeft een verzoekschrift ingediend, onder de voorwaarde dat in de op te starten bodemprocedure komt vast te staan dat geen sprake is van een overeenkomst van opdracht, maar een arbeidsovereenkomst tussen X en Darwin. X verzoekt onder meer voorwaardelijk veroordeling van Darwin tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding van artikel 7:672 lid 10 BW.
Oordeel
Onder de premisse derhalve dat (komt vast te staan dat) sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen X en Darwin, zal de kantonrechter oordelen. Het gaat in deze zaak aldus om de vraag of het dienstverband tussen X en Darwin op 27 februari 2017 rechtsgeldig is geƫindigd. De kantonrechter overweegt als volgt. Vast staat tussen partijen dat Universit op 27 februari 2017 mondeling aan X heeft medegedeeld dat hij niet meer bij haar hoefde te komen werken. Of daarbij door Universit aan X een reden is genoemd, en zo ja welke, is door Darwin niet gesteld. De opzegging van de inlening van X is door Universit gedaan/bevestigd aan Darwin in een e-mail van 27 februari 2017, die niet in kopie naar X is gegaan. Die e-mail noemt overigens ook geen reden voor de opzegging. Eerst op 13 maart 2017 heeft Darwin X bericht dat hij door Universit op staande voet was ontslagen. Ook die brief bevat geen reden voor ontslag. Nog los van de vraag of Universit X wel op staande voet heeft ontslagen en kon ontslaan (nu de arbeidsovereenkomst niet met Universit maar met Darwin is gesloten), is het ontslag op staande voet van Darwin aan X van 13 maart 2017 in elk geval niet onverwijld gegeven. Daarmee kan een beoordeling van een eventuele dringende reden buiten beschouwing blijven. Van een ontslag op staande voet dat de arbeidsovereenkomst per 27 februari 2017 rechtsgeldig heeft doen eindigen, is in elk geval geen sprake. De opzegging is gedaan zonder inachtneming van de in het memorandum overeengekomen opzegtermijn van vier weken. Dat maakt Darwin (arbeidsrechtelijk) schadeplichtig. Of de heer X in die periode wel of niet heeft gewerkt, maakt niet uit. Het betreft immers geen loon, maar de gefixeerde schadevergoeding van artikel 7:672 lid 10 BW. Die vergoeding is gerelateerd aan de hoogte van het bedongen loon, maar is onafhankelijk van geleden schade. Darwin heeft de hoogte van het zijdens X gevorderde bedrag verder niet weersproken. De vordering van X zal dan ook worden toegewezen.