Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Stichting Kristallis
Rechtbank Gelderland, 10 oktober 2017

werkneemster/Stichting Kristallis

Dispuut over het antwoord op de vraag welke rechtsingang moet worden gevolgd in geval van een zelfstandige herplaatsingsvordering van werkneemster. Naar het oordeel van de kantonrechter had deze laatste een dagvaardingsprocedure, en geen verzoekschriftprocedure, moeten instellen.

Feiten

Werkneemster is op 1 januari 2004 bij Stichting Kristallis (hierna: Kristallis) in dienst getreden in de functie van docent. Op de arbeidsverhouding tussen partijen is de cao Primair Onderwijs van toepassing. Vanaf 1 september 2010 is werkneemster werkzaam geweest in de functie van locatiecoördinator. Deze functie is op enig moment komen te vervallen, waardoor meerdere locatiecoördinatoren zijn geplaatst in de functie van teamleider. Werkneemster heeft tweemaal naar deze laatste functie gesolliciteerd, maar dit heeft niet tot herplaatsing geleid. Kristallis heeft op dit punt aangevoerd dat werkneemster ongeschikt is voor het vervullen van de functie van teamleider en dat de functie van leraar LC beter bij haar past. Werkneemster heeft zich thans tot de kantonrechter gewend met het verzoek voor recht te verklaren dat de functie van teamleider voor haar passend is en Kristallis te veroordelen om haar in deze functie te herplaatsen.

Oordeel

Kristallis voert aan dat werkneemster met de indiening van het verzoekschrift niet de juiste rechtsingang heeft gekozen. Volgens haar is geen sprake van een situatie als bedoeld in artikel 7:686a lid 3 BW, maar van een zelfstandige vordering. Daarnaast is volgens haar evenmin sprake van een geding als bedoeld in artikel 7:686a lid 2 BW, omdat de vordering van werkneemster niet is gebaseerd op bepalingen over het ontslagrecht. Kristallis verzoekt de kantonrechter werkneemster niet-ontvankelijk te verklaren, althans de zogenoemde ‘spoorwissel’ van artikel 69 Rv toe te passen, als gevolg waarvan werkneemster alsnog in de gelegenheid wordt gesteld om Kristallis te dagvaarden. Werkneemster voert aan dat op Kristallis de verplichting rust om haar in een andere passende functie te herplaatsen, nu de functie van locatiecoördinator is komen te vervallen vanwege bedrijfseconomische redenen. In beginsel is volgens haar dan ook sprake van een ‘redelijke grond’ als bedoeld in artikel 7:669 lid 1 BW. De kantonrechter overweegt als volgt. Niet is gebleken dat sprake is van een voorgenomen ontslag van werkneemster als bedoeld in artikel 7:699 lid 1 BW. De vorderingen van werkneemster vallen derhalve niet onder de gedingen als bedoeld in artikel 7:686a lid 2 BW die met een verzoekschrift moeten worden ingeleid. Aangezien werkneemster haar vorderingen bovendien in een zelfstandig en afzonderlijk verzoekschrift heeft ingediend, is evenmin sprake van een situatie als bedoeld in artikel 7:686a lid 3 BW. Het voorgaande brengt met zich dat werkneemster met de indiening van haar verzoekschrift niet de juiste rechtsingang heeft gekozen. De kantonrechter ziet dan ook aanleiding voor de toepassing van een spoorwissel. Werkneemster wordt in de gelegenheid gesteld om haar inleidende processtuk te verbeteren en/of aan te vullen met het oog op de te volgen dagvaardingsprocedure. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.