Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 22 mei 2017
ECLI:NL:RBDHA:2017:16492
Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen in Nederland/Ondernemingsraad Holland Casino
Feiten
De huidige pensioenregeling van medewerkers van Holland Casino is ondergebracht bij SPHC. Holland Casino neemt op een bepaald moment het besluit deze pensioenregeling onder te brengen bij STAP. De ondernemingsraad is van oordeel dat hij daar instemming voor had moeten geven op grond van artikel 27 WOR, zoals dat luidt per 1 oktober 2016. Holland Casino is van mening dat het voorgenomen besluit reeds vóór 1 oktober 2016 was genomen, zodat uit moet worden gegaan van de oude tekst van artikel 27 WOR (op grond waarvan de ondernemingsraad geen instemmingsrecht geniet).
Oordeel
Slechts change of the guards of inhoudelijke wijziging?
De kantonrechter beantwoordt eerst een voorvraag: is uitsluitend sprake van het wisselen van pensioenuitvoerder óf is ook sprake van inhoudelijke wijzigingen van de pensioenregeling? Holland Casino neemt het standpunt in dat uitsluitend besloten is tot wijziging van de pensioenuitvoerder en dat alle overige regelingen en bepalingen, voor het moment, ongewijzigd blijven. Holland Casino stelt wel dat door de wijziging de uitvoering van de pensioenregeling meer in overeenstemming met (onder meer) aangescherpte governance-eisen kan worden uitgevoerd en dat de uitvoering goedkoper en professioneler door STAP kan geschieden. Lagere kosten in de uitvoering komen het rendement van de pensioenreserves ten goede. De ondernemingsraad stelt zich op het standpunt dat de wisseling leidt tot inhoudelijke wijzigingen. Welke wijzigingen dit teweeg zou brengen wordt echter niet onderbouwd, zodat de kantonrechter hieraan voorbijgaat.
Datum voorgenomen besluit
In de vergelijking tussen de tekst van lid 7 van artikel 27 WOR zoals dat vóór 1 oktober 2016 luidde en thans luidt valt op dat op het punt van de medezeggenschap met betrekking tot de uitvoering van pensioenregelingen het een en ander is gewijzigd. Bepalend voor de vraag of in het onderhavige geval de ondernemingsraad instemming gevraagd had moeten worden, is derhalve het antwoord op de vraag of het desbetreffende besluit is genomen vóór of na 1 oktober 2016. Is het besluit genomen vóór 1 oktober 2016, dan had de ondernemingsraad geen medezeggenschap op het punt van de wisseling van pensioenuitvoerders. Is het besluit genomen na 1 oktober 2016, dan had de ondernemingsraad wel instemmingsrecht.
In ieder geval vloeit uit de brief van Holland Casino van 27 juni 2016 voort dat Holland Casino de uitvoeringsovereenkomst met SPHC per 1 januari 2017 heeft opgezegd. In diezelfde brief geeft Holland Casino reeds aan dat zij er de voorkeur aan geeft om de uitvoering onder te brengen bij STAP. Hieruit vloeit echter nog niet voort dat Holland Casino op dat moment reeds voor STAP had gekozen. Echter, de verklaringen van X (directeur HR), in combinatie met de presentatie van pensioenadviesbureau Y en het memo van Pensioen Perspectief, namens de ondernemingsraad, overtuigen de kantonrechter dat Holland Casino in ieder geval omstreeks eind augustus 2016 de keuze heeft gemaakt voor STAP als nieuwe pensioenuitvoerder. Vooral ook uit het feit dat noch in de presentatie van Y, noch in het memo enige andere aanbieder van pensioenuitvoeringsdiensten genoemd wordt, leidt de kantonrechter af dat de keuze voor STAP was gemaakt en dat er geen alternatieve aanbieders in beeld waren. De keuze is daarom vóór 1 oktober 2016 gemaakt. Dat pas in december 2016 de hoofdlijnen met STAP waren uitgewerkt, dat de overeenkomst met STAP pas op 31 maart 2017 is getekend en dat de beoogde overgangsdatum is opgeschoven van aanvankelijk 1 januari 2017 naar 1 juli 2017, doet niet af aan het oordeel dat de keuze voor STAP reeds vóór 1 oktober 2016 is genomen. Hieruit vloeit voort dat volgens de tekst van artikel 27 WOR, zoals dat luidde vóór 1 oktober 2016, de ondernemingsraad geen instemmingsrecht toekwam.