Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 25 juli 2018
ECLI:NL:RBNHO:2018:6230
Federatie Nederlandse Vakbeweging/Transavia Airlines C.V. c.s.
Feiten
VNC is een vereniging die als doel heeft de belangen te behartigen van cabinepersoneel van KLM, Transavia, Easyjet, TUI Nederland en Asian Airlines. De collectieve arbeidsvoorwaarden van de werknemers van Transavia zijn vastgelegd in drie cao’s: de cao voor het grondpersoneel, de cao voor piloten en de cao voor het cabinepersoneel. De laatste, cao Transavia Cabinepersoneel, heeft als looptijd 1 mei 2013 tot en met 31 december 2016 en is alleen met VNC gesloten. FNV is bij de totstandkoming van de cao voor het cabinepersoneel nooit betrokken geweest. Vanaf oktober 2016 is Transavia met VNC in overleg getreden over een nieuwe cao voor het cabinepersoneel. FNV heeft Transavia diverse keren verzocht te worden toegelaten tot het cao-overleg. Transavia heeft dat geweigerd en erkent FNV niet als onderhandelingspartner. FNV stelt dat zij inmiddels 133 leden vertegenwoordigt die werkzaam zijn bij Transavia (Cabine), en FNV als landelijk de grootste van de ‘gevestigde’ bonden een groot belang heeft om te worden toegelaten tot de onderhandelingen. Transavia handelt onrechtmatig jegens FNV door haar het recht op het voeren van collectieve onderhandelingen te onthouden, aldus FNV.
Oordeel
De kantonrechter deelt het standpunt van Transavia en VNC dat het door FNV overgelegde assurance rapport onvolkomenheden bevat. Niet met zekerheid kan worden vastgesteld of FNV 133 leden van het Transavia cabinepersoneel vertegenwoordigt. Ook indien over dat aantal wel zekerheid zou bestaan, kan FNV niet getalsmatig als voldoende representatief worden beschouwd. Zij vertegenwoordigt circa 11% tegenover VNC 48-51% (als wordt uitgegaan van respectievelijk 577 of 608 contributie betalende leden) of 57% (als wordt uitgegaan van alle leden). Het percentage van 11% is beduidend lager dan de landelijke organisatiegraad van circa 20% en substantieel lager dan de organisatiegraad van het cabinepersoneel van Transavia (48/51-57%) en bovendien ook lager dan het percentage van 20-25% dat in aanbeveling 3.7 van de Kring van Kantonrechters in het kader van de voormalige kantonrechtersformule werd genoemd om aan te duiden wanneer er sprake is van een representatieve vakbond. FNV heeft gesteld dat zij ondanks dit percentage als voldoende representatief moet worden beschouwd omdat zij zich inzet om de positie van seizoenmedewerkers te verbeteren, zij als de grootste van de gevestigde bonden ervaring, deskundigheid, financiële middelen en onafhankelijkheid met zich brengt, omdat zij ook partij is bij de cao grondpersoneel van Transavia en is aangesloten bij internationale vakorganisaties in het transport. Anders dan FNV is de kantonrechter van oordeel dat geen van de door FNV aangedragen omstandigheden het gebrek aan getalsmatige representativiteit compenseert. FNV heeft onvoldoende concreet gesteld en aannemelijk gemaakt op welke wijze zij in het arbeidsvoorwaardenoverleg specifiek meer of anders te bieden heeft dan de (gespecialiseerde) VNC. Volgt afwijzing van de vorderingen van FNV.