Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting Bureau Sociaal Raadslieden Harderberg/werknemer
Rechtbank Overijssel (Locatie Zwolle), 31 augustus 2018
ECLI:NL:RBOVE:2018:3371

Stichting Bureau Sociaal Raadslieden Harderberg/werknemer

Proceskosten op verzoek van verweerder (werknemer) deels toegewezen, nadat verzoeker (werkgever) het verzoek één dag voor de zitting had ingetrokken.

Feiten

Het Bureau Sociaal Raadslieden Harderberg heeft een verzoekschrift tot ontbinding van een arbeidsovereenkomst ingediend. Aanvankelijk is een mondelinge behandeling bepaald op 12 juni 2018. Op verzoek van partijen is de zitting uitgesteld. De mondelinge behandeling is vervolgens bepaald op 15 augustus 2018. Werknemer heeft een verweerschrift met producties ingediend. Bij brief van 13 augustus 2018 heeft de gemachtigde van het Bureau aan de kantonrechter meegedeeld dat zij het verzoek intrekt. Bij brief heeft (de gemachtigde van) werknemer om toekenning van een proceskostenveroordeling gevraagd. Op 21 augustus 2018 heeft de gemachtigde van het Bureau schriftelijk op dit verzoek gereageerd.

Oordeel

Voor de beoordeling van het verzoek van werknemer om een proceskostenveroordeling uit te spreken, zoekt de kantonrechter aansluiting bij de uitspraak van de Hoge Raad van 3 juni 2016 (ECLI:NL:HR:2016:1087). Op grond van dat arrest kan een gedaagde na intrekking van een kort geding door eiser de voorzieningenrechter vragen om een proceskostenveroordeling uit te spreken. Van belang is in dat geval dat de gedaagde tijdig een verzoek doet om een proceskostenveroordeling. De aanhangigheid van het kort geding komt in dat geval niet te vervallen door de intrekking. De kantonrechter ziet in de hierna te noemen feiten en omstandigheden aanleiding om het onderhavige verzoek naar analogie van deze uitspraak te behandelen. In het verzoekschrift van het Bureau zijn verwijten jegens werknemer neergelegd en is verzocht de arbeidsovereenkomst te ontbinden (overigens zonder te benoemen op welke grond uit art. 7:669 BW lid 3 het dat wenst). Op 14 augustus 2018, één dag voor de geplande zitting, wordt per gewone post ter griffie het bericht van intrekking van het Bureau ontvangen. Gebleken is dat het Bureau heeft nagelaten om werknemer gelijktijdig van die intrekking op de hoogte te stellen. Werknemer is op 14 augustus 2018 door de griffier telefonisch van de intrekking op de hoogte gesteld. In deze omstandigheden acht de kantonrechter het gerechtvaardigd om alsnog te beslissen op het verzoek van werknemer om een proceskostenveroordeling. Nu de zitting vanwege de intrekking niet is gehouden en de zaak kort voor de geplande zittingsdatum is ingetrokken, acht de kantonrechter 3/4 deel van het gebruikelijke tarief van € 600 voor een WWZ-procedure als de onderhavige redelijk en toewijsbaar. Derhalve zal een bedrag van € 450 voor salaris gemachtigde worden toegewezen.