Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/TCI International Logistics B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 4 oktober 2019
ECLI:NL:RBROT:2019:7784

werknemer/TCI International Logistics B.V.

Concurrentiebeding wordt in duur beperkt tot één jaar, waarbij als begindatum wordt bepaald het moment dat werknemer feitelijk geen werkzaamheden meer heeft verricht wegens ziekte.

Feiten

Werknemer is op 1 juli 2007 in dienst getreden bij TCI Plus Consultancy GmbH. Op 1 maart 2012 is werknemer statutair bestuurder van TCI NL geworden en in 2015 bestuurder van TCI Plus Consultancy GmbH. In de arbeidsovereenkomst is een concurrentiebeding opgenomen. Per brief van 29 maart 2019 heeft werknemer zijn arbeidsovereenkomst opgezegd bij TCI Plus Consultancy GmbH en TCI NL (gezamenlijk ‘TCI’). Bij zijn opzegging heeft hij een brief gevoegd, waarin onder meer is opgenomen om welke redenen hij de arbeidsovereenkomst opzegt en dat hij ziek is door de situatie. Op 29 maart 2019 heeft werknemer in Duitsland een arbeidsongeschiktheidsverklaring ontvangen en sindsdien steeds een nieuwe verklaring. Deze zijn aan TCI verstrekt. Sinds 29 maart 2019 is er geen sprake geweest van hersteldmelding. Door TCI is op enig moment een tijdelijke vervanger aangesteld. Bij besluit van 29 juli 2019 is werknemer vennootschapsrechtelijk ontslagen als statutair bestuurder. Werknemer verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens ernstig verwijtbaar handelen van TCI NL en een verklaring dat TCI NL geen rechten kan ontlenen aan het concurrentiebeding.

Oordeel

De rechtbank acht de conclusie van werknemer dat het hem feitelijk gezien onmogelijk is gemaakt zijn werkzaamheden voor TCI NL te verrichten voorbarig, nu hij vanaf de dag van de door hem gedane opzegging van de arbeidsovereenkomst ziek is gemeld bij TCI NL en er tussentijds geen hersteldmelding heeft plaatsgevonden. Daarmee is feitelijk nimmer de situatie ontstaan dat werknemer zijn werkzaamheden wilde oppakken en hierin belemmerd werd TCI NL. Het bericht dat hij op 3 april 2019 ontving van dhr. X  waarin hem werd medegedeeld dat hij niet naar Rotterdam mocht afreizen doet hier niets aan af. Duidelijk is geworden dat op een gegeven moment een impasse tussen partijen is ontstaan. TCI NL had weliswaar deze impasse kunnen doorbreken door in te gaan op het voorstel van werknemer om op neutraal terrein af te spreken, maar dat zij dit niet heeft gedaan betekent niet dat ze daarmee (ernstig) verwijtbaar heeft gehandeld jegens werknemer. Dat TCI NL werknemer zou hebben beschadigd door hem ‘zwart te maken’ is niet komen vast te staan. Het ontbindingsverzoek wordt afgewezen. Daarbij weegt de rechtbank onder meer mee dat de arbeidsovereenkomst hoe dan ook per 1 januari 2020 eindigt en niet is aan te nemen dat werknemer voor die tijd weer arbeidsgeschikt wordt geacht. De rechtbank kan zich daarnaast niet aan de indruk onttrekken dat het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met name is ingegeven door de gedachte dat op basis van ernstig verwijtbaar handelen van TCI NL werknemer ontslagen zou zijn uit zijn verplichtingen uit het non-concurrentiebeding. Ten aanzien van het concurrentiebeding overweegt de rechtbank dat, nu er geen sprake is van ernstige verwijtbaarheid en overigens ook niet van schadeplichtig ontslag, voor zover het oude ontslagrecht moet worden toegepast, het concurrentiebeding in stand blijft. Ook voor een geografische beperking is geen ruimte. Werknemer heeft onvoldoende onderbouwd dat hij door specifiek het geografische bereik van het concurrentiebeding onbillijk wordt benadeeld. Werknemer heeft tijdens de zitting nog verzocht het concurrentiebeding in tijd te beperken. Daarover overweegt de rechtbank dat, nu er sprake is van een bijzondere situatie waarbij werknemer sinds 29 maart 2019 feitelijk geen werkzaamheden meer heeft verricht, er geen afbreuk wordt gedaan aan de ratio van het concurrentiebeding als dit niet meer geldig zal zijn vanaf het moment dat één jaar is verstreken sinds werknemer feitelijk geen werkzaamheden meer heeft verricht.