Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Zaanstad), 27 februari 2020
ECLI:NL:RBNHO:2020:1562
Feiten
Werknemer is op 11 februari 2019 in dienst getreden bij Royaal Vastgoed B.V. (hierna: Royaal Vastgoed) in de functie van accountmanager. In maart 2019 heeft werknemer aan bestuurder 1 en bestuurder 2 laten weten dat hij contacten had gelegd en mogelijke investeerders had gevonden voor een omvangrijk vastgoedproject dat een waarde van vijf tot vijftig miljoen euro zou kunnen vertegenwoordigen. Werknemer is meerdere malen naar India gegaan ten behoeve van onderhandelingen met zijn contacten. In een door werknemer aan bestuurder 2 overhandigde schriftelijke overeenkomst staat dat contact 1 en contact 2 in India op 21 maart 2019 een koopovereenkomst zijn aangaan met Royaal Vastgoed, voor de koop van percelen grond in Nederland ter waarde van 30 miljoen euro. Diverse “Statements of Account” zijn overgelegd door werknemer. Omdat betalingen nog steeds uitbleven, is bij Royaal Vastgoed twijfel ontstaan over het waarheidsgehalte van de mededelingen van werknemer over de contacten. Royaal Vastgoed heeft haar eigen IT-afdeling vervolgens onderzoek laten doen, waaruit naar voren is gekomen dat de tientallen e-mails gericht aan werknemer vanaf het e-mailadres “X” zijn verzonden vanuit Nederland en niet vanuit India of elders. Verder is gebleken dat de domeinnamen niet bestaan. Royaal Vastgoed heeft daarom geconcludeerd dat alle e-mails van en aan de contacten onecht zijn. Verder heeft Royaal Vastgoed de verschillende versies van de “Statements of Account” nader onderzocht en is zij tot de conclusie gekomen dat deze allemaal vervalst moeten zijn. Werknemer heeft hiervoor geen verklaring gegeven. Royaal Vastgoed heeft werknemer op 8 augustus 2019 op staande voet ontslagen. Op verzoek van Royaal Vastgoed heeft Hoffmann Bedrijfsrecherche (hierna: Hoffmann) een onderzoek gedaan naar de handelingen en gedragingen van werknemer. In een rapport van 10 september 2019 is als (voorlopige) conclusie neergelegd dat werknemer alle communicatie van en met contact 1 , contact 2 en bedrijf X, en alle versies van de “Statements of Account”, zelf heeft gemaakt, heeft geregisseerd en in scene heeft gezet. Royaal Vastgoed verzoekt onder meer om werknemer te veroordelen tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding van € 4.515,10, tot terugbetaling van € 10,800 aan onterecht betaald salaris, en tot betaling van schadevergoeding, bestaande uit € 28.147,72 aan reis- en verblijfkosten en € 136.680 aan gederfde winst.
Oordeel
De kantonrechter kan niet anders dan concluderen dat werknemer zijn werkgever Royaal Vastgoed op ernstige wijze heeft bedrogen en misleid, en in dat bedrog en die misleiding is blijven volharden, ook in deze procedure. Dit bedrog leverde een dringende reden op voor het ontslag op staande voet op 8 augustus 2019. Werknemer heeft geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht waaruit kan worden afgeleid dat opzet of schuld ontbreekt. Royaal Vastgoed kan daarom aanspraak maken op een gefixeerde schadevergoeding. Royaal Vastgoed stelt terecht dat ervan moet worden uitgegaan dat werknemer vanaf medio maart 2019 de bedongen arbeid niet heeft verricht. Als vaststaand moet immers worden aangenomen dat werknemer vanaf medio maart 2019 uitsluitend bezig is geweest met activiteiten die te maken hebben met dat bedrog. Het plegen van bedrog behoort niet tot de overeengekomen werkzaamheden van werknemer. Hij heeft dus over de periode van medio maart 2019 tot en met de maand juli 2019 geen recht op loon. Werknemer moet dat loon terugbetalen, omdat hem gelet op het bedrog ook redelijkerwijs duidelijk had kunnen of behoren te zijn dat hij daarop geen recht had. Zoals hiervoor al is overwogen, moet ervan worden uitgegaan dat werknemer Royaal Vastgoed opzettelijk heeft bedrogen en misleid. Werknemer moet zich daarvan ook steeds bewust zijn geweest. Dat betekent dat werknemer aansprakelijk is voor de schade die Royaal Vastgoed als gevolg van het bedrog van werknemer heeft geleden. Royaal Vastgoed heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat bestuurder 1 en bestuurder 2 samen in de periode van april 2019 tot en met juli 2019 ongeveer 300 uur aan tijd hebben verspeeld door de activiteiten en het bedrog van werknemer. Ook hebben zij tijd moeten steken in het ontdekken en achterhalen van het bedrog van werknemer. Gelet daarop is wel aannemelijk dat Royaal Vastgoed door het bedrog van werknemer schade heeft geleden door gemiste omzet en gederfde winst, omdat bestuurder 1 en bestuurder 2 zonder dat bedrog 300 uur aan andere (potentiële) klanten en investeerders hadden kunnen besteden. Die schade kan echter niet zonder meer worden vastgesteld op basis van het door Royaal Vastgoed gestelde uurtarief van € 150, gelet op het feit dat een uurtarief niet steeds gelijk te stellen is aan (gemiste) omzet of winst. Omdat de schade gelet op het voorgaande niet nauwkeurig kan worden vastgesteld, zal de kantonrechter deze naar redelijkheid schatten op de helft van het door Royaal Vastgoed (subsidiair) gevorderde bedrag van € 45.000 (gebaseerd op 300 uur ad € 150 per uur), dus op een bedrag van € 22.250 (art. 6:97 BW). De kosten van Hoffmann van € 9.152,92 zijn toewijsbaar, omdat dit redelijke kosten zijn ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid, en omdat de werkzaamheden en kosten van Hoffmann voldoende zijn gebleken, gespecificeerd en onderbouwd (art. 6:96 lid 2 onder b BW). Daarbij weegt mee dat Royaal Vastgoed er in redelijkheid toe heeft kunnen besluiten om Hoffmann een onderzoek te laten doen, omdat werknemer zijn bedrog steeds heeft ontkend en is blijven ontkennen, en gespecialiseerd onderzoek daarnaar nodig was.